Het voltooid deelwoord (Partizip II): vorming en gebruik

Das Partizip II: Bildung und Verwendung


So bildet man das Partizip II der regelmäßigen und unregelmäßigen Verben

(Zo vorm je het voltooid deelwoord (Partizip II) van regelmatige en onregelmatige werkwoorden)

Wat is het Partizip II en waarvoor gebruik je het?

Partizip II = de “voltooide vorm” van het werkwoord (zoals gemaakt in het Nederlands).

  • Je gebruikt het o.a. in de Perfekt-tijd: haben/sein + Partizip II.
  • Je ziet het ook als bijvoeglijk naamwoord: die geschlossene Tür (de gesloten deur).
  • En in de passiefvorm: Die Tür wird geschlossen. / Die Tür ist geschlossen.

Doel hier: jij kunt het Partizip II snel herkennen en correct vormen.

Stap-voor-stap: zo maak je het Partizip II

  1. Zoek de stam: infinitief zonder -en (of -n).
    malen → stam mal-, öffnen → stam öffn-
  2. Kies het “recept”: regelmatig of onregelmatig?
  3. Bouw het woord: meestal ge- + stam + -t of -en.

De 3 meest voorkomende patronen (A1)

Type Patroon Voorbeeld Resultaat
Regelmatig ge- + stam + -t malen → mal- gemalt
Regelmatig
met stam op -d/-t of vaak -m/-n
ge- + stam + -et öffnen → öffn-
atmen → atm-
geöffnet
geatmet
Onregelmatig ge- + (vaak andere stam) + -en schließen → schloss- geschlossen

Waar gaat het vaak mis? (snelle check)

  • 1) -t of -et?

    • Meestal: -tgemalt
    • Extra lettergreep nodig: -etgeöffnet, geatmet
  • 2) Onregelmatig = niet gokken

    Vaak stamwissel: schließengeschlossen (niet geschließt).

  • 3) Verwarring met Nederlands “ge-”

    Het lijkt op Nederlands, maar de vorm is Duits: öffnengeöffnet (niet geöffnetet).

Partizip II in de Perfekt: vaste positie in de zin

In een hoofdzin staat het Partizip II bijna altijd helemaal achteraan.

Structuur Voorbeeld
Ich + habe + … + Partizip II Ich habe die Tür geschlossen.
Bijwoord (tijd) + habe + … + Partizip II Heute habe ich den Laden geöffnet.

Partizip II als bijvoeglijk naamwoord: let op de uitgang

Als Partizip II vóór een zelfstandig naamwoord staat, krijgt het een adjectief-uitgang.

  • die geschlossene Tür
  • der geöffnete Laden

Tip: zie je der/die/das + Partizip II + noun? Dan is het “adjectiefmodus”.

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Kan ik de stam vinden? (mal-, öffn-, atm-, schließ-)

  2. Is het werkwoord regelmatig (meestal -t/-et) of onregelmatig (-en + stamwissel)?

  3. Staat het Partizip II in de Perfekt achteraan in de zin?

  4. Staat het vóór een zelfstandig naamwoord? Dan krijgt het een adjectief-uitgang.

  1. Het Partizip II wordt gebruikt in het Perfekt, het Plusquamperfekt en het Futur II.
  2. Het Partizip II staat ook in de passiefvorm: Vorgangspassiv en Zustandspassiv.
  3. Het Partizip II kan ook als een bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt en past zich dan aan in naamval (Kasus), getal (Numerus) en geslacht (Genus). Voorbeeld: die geschlossene Tür, der geöffnete Laden.
Verbtyp (werkwoordtype)Infinitiv (infinitief)Bildung (vorming)Hinweis (opmerking)Partizip II (voltooid deelwoord)
Regelmäßig (regelmatig)malen (schilderen)ge- + Stamm (stam) + -tStamm (stam): mal-gemalt (geschilderd)
Regelmäßig mit (regelmatig met)
Stammendung auf -d oder -t oder -n/-m   (stamuitgang op -d of -t of -n/-m  )

öffnen (openen)

atmen (ademen)

ge- + Stamm (stam) + -et

Stamm (stam): öffn-

atm-

geöffnet (geopend)

geatmet (geademd)

Unregelmäßig (onregelmatig)schließen (sluiten)ge- + Stamm + -en

Stammwechsel (stamwisseling): 

schließ- → schloss-

geschlossen (gesloten)

Uitzonderingen!

  1. Unregelmäßige Verben tonen vaak een stamwisseling (z.B. schreiben → geschrieben ) of zijn niet voorspelbaar. Je moet ze vaak uit het hoofd leren.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Die Apotheke ist heute ____.

De apotheek is vandaag ____.

2. Ist die Post schon ____?

Is het postkantoor al ____?

3. Wir haben in der Bäckerei ____.

We hebben in de bakkerij ____.

4. Ich habe bei der Polizei ____.

Ik heb de politie ____.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooide tijd (haben + Partizip II). Voorbeeld: Ich male ein Bild. → Ich habe ein Bild gemalt.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich male ein Bild für meine Wohnung.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe ein Bild für meine Wohnung gemalt.
    (Ik heb een beeld voor mijn woning geschilderd.)
  2. Ich öffne das Fenster im Büro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe das Fenster im Büro geöffnet.
    (Ik heb het raam op kantoor geopend.)
  3. Ich atme tief durch.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe tief durchgeatmet.
    (Ik heb diep ademgehaald.)
  4. Ich schließe die Tür.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe die Tür geschlossen.
    (Ik heb de deur gesloten.)
  5. Ich öffne den Laden um 9 Uhr.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe den Laden um 9 Uhr geöffnet.
    (Ik heb de winkel om 9 uur geopend.)
  6. Ich male ein Plakat für den Kurs.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich habe ein Plakat für den Kurs gemalt.
    (Ik heb een poster voor de cursus geschilderd.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Plant samen de route en zeg wat jullie al gedaan hebben.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du planst heute Erledigungen und prüfst, welche Orte geöffnet sind.
(Je plant vandaag klusjes en kijkt welke plekken open zijn.)

Bespreek
  • Welche Orte musst du heute besuchen und warum? (Welke plekken moet je vandaag bezoeken en waarom?)
  • Was hast du schon erledigt (z. B. zur Post, zur Bank)? Erzähle kurz!

















































































 (Wat heb je al gedaan (bijv. naar het postkantoor, naar de bank)? Vertel kort! )

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Die Post ist geschlossen. (Het postkantoor is gesloten.)
  • Der geöffnete Laden ist neben der Bäckerei. (De geopende winkel is naast de bakkerij.)
  • Ich habe bei der Bank angerufen. (Ik heb de bank gebeld.)

Gebruik in gesprek
  • Perfekt mit Partizip II (ich habe … gemacht/gewartet) (Perfekt met Partizip II (ich habe … gemacht/gewartet))
  • Partizip II als Adjektiv (die geschlossene Tür, der geöffnete Laden) (Partizip II als bijvoeglijk naamwoord (die geschlossene Tür, der geöffnete Laden))
  • Passiv mit Partizip II (Die Apotheke ist geöffnet/geschlossen) (Passief met Partizip II (Die Apotheke ist geöffnet/geschlossen))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 22/04/2026 10:19