Es gibt Adjektive, deren Komparativ unregelmäßig gebildet wird.

(Er zijn bijvoeglijke naamwoorden waarvan de comparatief onregelmatig wordt gevormd.)

Wat leer je hier precies?

  • Je herhaalt Komparativ in het Duits: de vergrotende trap (zoals NL: groter, ouder).
  • Je leert welke bijvoeglijke naamwoorden (Adjektive) een Umlaut krijgen in de Komparativ.
  • Je leert een paar hele onregelmatige vormen (gut → besser, viel → mehr, gern → lieber).
  • Je ziet hoe je deze vormen in zinnen met „als” (als) gebruikt.

1. Basis: hoe maak je normaal de Komparativ?

In het Duits maak je de Komparativ meestal met:

  • stam van het adjectief + -er
Duits Komparativ Nederlands (betekenis)
fleißig fleißiger ijverig → ijveriger
schlau schlauer slim → slimmer
teuer teuerer duur → duurder

Daarna komt bij een vergelijking meestal het woord als (zoals NL „dan”):

  • Mein Chef ist älter als ich. – Mijn baas is ouder dan ik.
  • Marco ist fleißiger als Lena. – Marco is ijveriger dan Lena.

2. Wanneer komt er een Umlaut bij?

Bij sommige korte, éénlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden verandert de klinker:

  • a → ä
  • o → ö
  • u → ü

Dat gebeurt vooral als het adjectief:

  • één lettergreep heeft (alt, dumm, groß, jung, kurz …)
  • de klinker a, o of u heeft
Positiv Komparativ Vertaling
alt älter oud → ouder
dumm dümmer dom → dommer
groß größer groot → groter
jung jünger jong → jonger
kurz kürzer kort → korter
hoch höher hoog → hoger

3. Belangrijke onregelmatige vormen

Een paar heel frequente woorden zijn niet met -er + Umlaut te vormen:

Positiv Komparativ Nederlands Let op
gut besser goed → beter guter is fout
viel mehr veel → meer vieler is fout
gern lieber graag → liever gerner is fout
  • Deine Note ist besser als meine.
  • Ich habe mehr Termine als gestern.
  • Ich esse lieber Bananen als Äpfel.

4. Typische fouten & hoe je ze vermijdt

  1. Vergeten van de Umlaut
    • alt → alteralt → älter
    • dumm → dummerdumm → dümmer
    • groß → grossergroß → größer
  2. „mehr” + adjectief gebruiken waar je -er nodig hebt
    • mehr altälter
    • mehr dummdümmer
    • mehr hochhöher
  3. Verwarring met onregelmatige vormen
    • gut → gutergut → besser
    • viel → vielerviel → mehr
    • gern → gernergern → lieber
  4. „als” vergeten in vergelijkingen
    • Er ist älter ich.
    • Er ist älter als ich.

5. Mini-stappenplan: zo maak je de goede vorm

  1. Kijk naar de basisvorm
    • Is het een kort, éénlettergrepig woord met a, o of u? → waarschijnlijk Umlaut.
    • Is het gut, viel, gern? → speciale vorm.
  2. Beslis: Umlaut of niet?
    • alt → älter, dumm → dümmer, groß → größer, jung → jünger …
    • lang (a maar 1 lettergreep) → länger
    • fleißig (2 lettergrepen) → fleißiger (géén Umlaut)
  3. Zet altijd -er achter de stam
    • älter, dümmer, größer, höher, länger, fleißiger …
  4. Maak de vergelijking met „als”
    • X ist … als Y.
    • Dieses Büro ist höher als das andere.

6. Snelle zelfcheck

Kun je onderstaande vragen voor jezelf met „ja” beantwoorden?

  1. Ik weet dat de standaardregel „Adjektiv + -er” is (fleißig → fleißiger).
  2. Ik herken de woorden die een Umlaut krijgen (alt → älter, dumm → dümmer, groß → größer, hoch → höher …).
  3. Ik ken de drie hele onregelmatige vormen uit mijn hoofd:
    • gut → besser
    • viel → mehr
    • gern → lieber
  4. Ik gebruik bij vergelijkingen consequent als:
    • Er ist größer als ich.
    • Ich arbeite lieber mit ihr als mit ihm.
  5. Ik schrijf geen vormen meer als mehr alt, guter of gerner.

Als je ergens nog twijfelt, kijk vooral nog één keer naar de tabel met Umlaut‑woorden en de onregelmatige vormen besser, mehr, lieber. Die komen in gesprekken heel vaak terug.

  1. Sommige eenlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden met a, o, u krijgen in de comparatief een Umlaut.
  2. Er zijn ook enkele volledig onregelmatige vormen.
Adjektive mit Umlautveränderung (Bijvoeglijke naamwoorden met een Umlautverandering)Komparativ (comparatief)Vergleich (vergelijking)
alt (oud)älterEr ist älter als sie. (Hij is ouder dan zij.)
dumm (dom)dümmerDer Fisch ist dümmer als der Hund. (De vis is dommer dan de hond.)
groß (groot)größerIch bin größer als du. (Ik ben groter dan jij.)
gut (goed)besserDeine Note ist besser als meine. (Jouw cijfer is beter dan het mijne.)
viel (veel)mehrEs gibt mehr Schafe als Menschen in Neuseeland. (Er zijn meer schapen dan mensen in Nieuw-Zeeland.)
gern (graag)lieberIch esse lieber Bananen als Äpfel. (Ik eet liever bananen dan appels.)
hoch (hoog)höherDas Gebäude ist höher als das andere. (Het gebouw is hoger dan het andere.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Mein Chef ist ____ als ich.

Mijn baas is ____ dan ik.)

2. Lena ist fleißig, aber Marco ist noch ____ und arbeitet oft länger.

Lena is ____ en werkt vaak langer.)

3. Ich finde Anna sehr nett, aber Lisa ist ____ zu neuen Kollegen.

Ik vind Anna erg aardig, maar Lisa is ____ naar nieuwe collega’s toe.)

4. Thomas ist schlau, aber Julia ist noch ____ im Lösen von Problemen.

Thomas is slim, maar Julia is nog ____ in het oplossen van problemen.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de vergrotende trap (comparatief) van het bijvoeglijk naamwoord en 'dan' (bijv.: alt → Peter is ouder dan Maria.).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (älter) Mein Kollege ist alt. Mein Chef ist alt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mein Chef ist älter als mein Kollege.
    (Mijn chef is ouder dan mijn collega.)
  2. Hint Hint (besser) Der Test ist gut. Die Prüfung ist gut.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Die Prüfung ist besser als der Test.
    (Het examen is beter dan de toets.)
  3. Hint Hint (mehr) Ich habe viel Arbeit. Meine Kollegin hat viel Arbeit.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Meine Kollegin hat mehr Arbeit als ich.
    (Mijn collega heeft meer werk dan ik.)
  4. Hint Hint (lieber) Ich esse gern Pizza. Ich esse gern Salat.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich esse lieber Pizza als Salat.
    (Ik eet liever pizza dan salade.)
  5. Hint Hint (höher) Das Büro ist hoch. Der Turm ist hoch.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Der Turm ist höher als das Büro.
    (De toren is hoger dan het kantoor.)
  6. Hint Hint (dümmer) Der Hund ist dumm. Der Papagei ist dumm.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Der Hund ist dümmer als der Papagei.
    (De hond is dommer dan de papegaai.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Werk met z’n tweeën en vergelijk collega’s of vrienden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sie sind neu im Team und vergleichen die Persönlichkeiten Ihrer Kolleginnen und Kollegen.
(U bent nieuw in het team en vergelijkt de persoonlijkheden van uw collega’s.)

Bespreek
  • Wer ist im Büro netter oder unfreundlicher als andere? Warum? (Wie is op kantoor aardiger of onvriendelijker dan anderen? Waarom?)
  • Wer ist fleißiger oder fauler: ein Kollege, ein Freund oder Sie selbst? Warum?

 (Wie is ijveriger of luier: een collega, een vriend of uzelf? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Er/Sie ist älter als ich, aber ich finde ihn/sie nett. (Hij/zij is ouder dan ik, maar ik vind hem/haar aardig.)
  • Meine Kollegin ist fleißiger und freundlicher als mein Chef. (Mijn collega is ijveriger en vriendelijker dan mijn baas.)
  • Ich arbeite lieber mit offenen Menschen als mit schüchternen Kollegen. (Ik werk liever met open mensen dan met verlegen collega’s.)

Gebruik in gesprek
  • X ist älter/größer/schüchterner als Y. (X is ouder/groter/verlegener dan Y.)
  • Ich mag X lieber als Y; er/sie ist freundlicher. (Ik mag X liever dan Y; hij/zij is vriendelijker.)
  • A ist besser für das Team als B; er/sie arbeitet mehr. (A is beter voor het team dan B; hij/zij werkt meer.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:02