Akkoord en niet akkoord uitdrukken

Akkoord en niet akkoord uitdrukken


Manieren om akkoord of niet akkoord te gaan: akkoord, eens zijn met, dat klopt, dat betwijfel ik.

Wanneer gebruik je welke zin?

Doel: je zegt dat je akkoord of niet akkoord bent, of je reageert op een uitspraak met zekerheid, twijfel of correctie.

Wat wil je doen? Handige zin Typisch in...
Akkoord / niet akkoord met een persoon of idee Ik ben het (niet) eens met + zelfstandig naamwoord/persoon mening, discussie
Akkoord / niet akkoord met een besluit/voorstel Ik ga (niet) akkoord met + besluit/voorstel vergadering, werk
Je mening geven met een bijzin Ik denk (niet) dat + bijzin verwachting, inschatting
Snelle check: correct / niet correct Dat klopt (niet)! feiten, informatie
Zeggen dat iets (niet) waar is Het is (niet) waar dat + bijzin feiten, geruchten
Je zekerheid uitdrukken Ik ben (niet) zeker dat + bijzin inschatting, twijfel
Beleefde, korte reactie: twijfel/bezwaar Dat betwijfel ik! kritisch reageren

Vaste combinatie: “het eens zijn met”

  • Altijd met “het”: Ik ben het eens met… / Ik ben het niet eens met…
  • Altijd “met” (niet: over, aan).

Voorbeelden

  • Ik ben het eens met uw punt over de planning.
  • Ik ben het niet eens met mijn collega.
  • Ik ben niet eens met dit plan.Ik ben het niet eens met dit plan.

Vaste combinatie: “(niet) akkoord gaan met”

  • Met een besluit, voorstel, afspraak: Ik ga akkoord met
  • Negatie: Ik ga niet akkoord met

Voorbeelden

  • Ik ga akkoord met het voorstel.
  • Ik ga niet akkoord met deze beslissing zonder extra informatie.
  • Ik ga akkoord aan het voorstel.Ik ga akkoord met het voorstel.

“Ik denk (niet) dat …”: let op de woordvolgorde

Na dat krijg je een bijzin. In een bijzin staat het werkwoord meestal aan het einde.

Goed Niet goed
Ik denk niet dat dit vandaag lukt. Ik denk niet dat dit lukt vandaag.
Ik denk dat we de deadline halen. Ik denk dat we halen de deadline.
  • Tip: zet tijd/plaats vaak vóór het werkwoord: dat dit vandaag lukt, dat we morgen starten.

Snel reageren: “Dat klopt (niet)” en “Dat betwijfel ik”

  • Dat klopt! = je bevestigt een feit.
  • Dat klopt niet! = je corrigeert een feit.
  • Dat betwijfel ik. = je zegt: “Ik ben niet overtuigd.” (vaak vriendelijker dan direct “nee”.)

Voorbeelden

  • “De printer staat in kamer 2.” – Dat klopt.
  • “De vergadering is om 11.00 uur.” – Dat klopt niet, hij is om 10.00 uur.
  • “Iedereen heeft de mail al gelezen.” – Dat betwijfel ik; ik heb nog vragen gekregen.

“Het is (niet) waar dat …” en “Ik ben (niet) zeker dat …”

  • Het is waar dat … = je presenteert het als een feit.
  • Het is niet waar dat … = je ontkent een feit/gerucht.
  • Ik ben zeker dat … = jij bent overtuigd.
  • Ik ben niet zeker dat … = jij twijfelt (neutraler dan “ik weet het niet”).

Voorbeelden

  • Het is waar dat de training online is.
  • Het is niet waar dat we geen budget hebben.
  • Ik ben zeker dat dit plan gaat werken.
  • Ik ben niet zeker dat iedereen morgen aanwezig kan zijn.

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Wil je reageren op een persoon/mening? → Ik ben het (niet) eens met …
  2. Wil je reageren op een besluit/voorstel? → Ik ga (niet) akkoord met …
  3. Wil je een zin met dat maken? → werkwoord naar het einde in de bijzin.
  4. Corrigeer je een feit? → Dat klopt (niet).
  5. Wil je vriendelijk twijfel uitdrukken? → Dat betwijfel ik.
AkkoordNiet akkoord
Ik ben het eens metIk ben het niet eens met
Ik ga akkoord metIk ga niet akkoord met
Ik denk datIk denk niet dat
Dat klopt!Dat klopt niet!
Het is waar datHet is niet waar dat
Ik ben zeker datIk ben niet zeker dat
Akkoord!Dat betwijfel ik!

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik ben het ____ jouw voorstel om de vergadering om tien uur te starten.


2. Ik ga ____ met de beslissing, want we hebben te weinig informatie.


3. Dat ____ niet; de printer staat in de vergaderzaal.


4. Dat ____ ik, want we hebben nog geen afspraak met de klant.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin om akkoord of niet akkoord te zeggen.

1.
Fout: bij 'het eens zijn' gebruik je het voorzetsel 'met', niet 'over'.
Fout: in deze vaste uitdrukking ontbreekt 'het' — het moet 'ik ben het niet eens met' zijn.
2.
Fout: het onderwerp moet 'ik' zijn; 'mij' is hier grammaticaal onjuist.
Fout: dubbel gebruik van 'dat'/'het' is ongrammaticaal; 'dat' is al het lijdend voorwerp.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf of antwoord op de uitspraak: geef aan of je akkoord of niet akkoord bent met de mening. Gebruik één van deze zinnen: ik ben het (niet) eens met / ik ga (niet) akkoord met / ik denk (niet) dat / dat klopt (niet) / het is (niet) waar dat / ik ben (niet) zeker dat / dat betwijfel ik.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Ik ben het niet eens met) Mijn collega zegt: "Thuiswerken is altijd beter dan op kantoor."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ben het niet eens met mijn collega.
  2. Hint Hint (Ik ga akkoord met) De teamleider zegt: "We beginnen de vergadering om 9.00 uur."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ga akkoord met de teamleider.
  3. Hint Hint (Dat klopt niet) Iemand zegt: "De winkel is vandaag open."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dat klopt niet; de winkel is vandaag gesloten.
  4. Hint Hint (Dat betwijfel ik) Je buurman zegt: "In de trein is er altijd wifi."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dat betwijfel ik; vaak is er geen goede verbinding in de trein.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek het voorstel en maak samen een beslissing met duidelijke redenen.

Situatie
In de vergadering bespreekt het team een voorstel voor een nieuwe printer.

Bespreek
  • Wat vind jij van het voorstel en waarom?
  • Met welke punten ga je akkoord en waarmee niet? (Geef voorbeelden)  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?  ?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Het voorstel: een nieuwe printer voor de vergaderzaal.
  • Ik ga akkoord met dit voorstel vanwege de kostenbesparing.
  • Ik ga niet akkoord met deze beslissing zonder extra offertes.

Gebruik in gesprek
  • Ik ben het eens met ...
  • Ik ben het niet eens met ...

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 26/03/2026 16:51