Manieren om akkoord of niet akkoord te gaan: akkoord, eens zijn met, dat klopt, dat betwijfel ik.
| Akkoord | Niet akkoord |
|---|---|
| Ik ben het eens met | Ik ben het niet eens met |
| Ik ga akkoord met | Ik ga niet akkoord met |
| Ik denk dat | Ik denk niet dat |
| Dat klopt! | Dat klopt niet! |
| Het is waar dat | Het is niet waar dat |
| Ik ben zeker dat | Ik ben niet zeker dat |
| Akkoord! | Dat betwijfel ik! |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik ben het ____ jouw voorstel om de vergadering om tien uur te starten.
2. Ik ga ____ met de beslissing, want we hebben te weinig informatie.
3. Dat ____ niet; de printer staat in de vergaderzaal.
4. Dat ____ ik, want we hebben nog geen afspraak met de klant.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin om akkoord of niet akkoord te zeggen.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf of antwoord op de uitspraak: geef aan of je akkoord of niet akkoord bent met de mening. Gebruik één van deze zinnen: ik ben het (niet) eens met / ik ga (niet) akkoord met / ik denk (niet) dat / dat klopt (niet) / het is (niet) waar dat / ik ben (niet) zeker dat / dat betwijfel ik.
-
Hint Hint (Ik ben het niet eens met) Mijn collega zegt: "Thuiswerken is altijd beter dan op kantoor."⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ben het niet eens met mijn collega.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ga akkoord met de teamleider.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDat klopt niet; de winkel is vandaag gesloten.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDat betwijfel ik; vaak is er geen goede verbinding in de trein.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek het voorstel en maak samen een beslissing met duidelijke redenen.
- Wat vind jij van het voorstel en waarom?
- Met welke punten ga je akkoord en waarmee niet? (Geef voorbeelden) ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ?
- Het voorstel: een nieuwe printer voor de vergaderzaal.
- Ik ga akkoord met dit voorstel vanwege de kostenbesparing.
- Ik ga niet akkoord met deze beslissing zonder extra offertes.
- Ik ben het eens met ...
- Ik ben het niet eens met ...