Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven zelfstandige naamwoorden, zoals ‘grote hond’, ‘klein huis’, ‘mooi weer’.

  1. Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak vóór het zelfstandige naamwoord.
  2. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt meestal een -e.
  3. Na werkwoord ‘zijn’: geen -e. ‘Het kind is lief’.

 

 LidwoordRegelVoorbeeld
Enkelvoud (Enkelvoud)de
het
+e
+e
de grote hond (de grote hond)
het dikke boek (het dikke boek)
Meervoud (Meervoud)de+ede mooie huizen (de mooie huizen)
Met 'een' (Met 'een')bij de-woord
bij het-woord
+e
-
een grote hond (een grote hond)
een dik boek (een dik boek)

Uitzonderingen!

  1. Bij 'een' krijgt het bijvoeglijk naamwoord bij 'het-woorden' geen -e.
  2. Bijvoeglijke naamwoorden met een korte klinker in de laatste lettergreep zoals 'dik', 'wit', 'nat' verdubbelen de medeklinker bij toevoeging van '-e'.
  3. Bijvoeglijke naamwoorden met een lange klinker in de laatste lettergreep zoals 'groot', 'schoon', 'duur' verliezen één klinker bij toevoeging van '-e'.

Oefening 1: Adjectieven

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

kleine, blonde, dunne, warme, oud, dik, zwarte, vriendelijke

1. Oud:
Een ... huis kan veel geschiedenis hebben.
(Een oud huis kan veel geschiedenis hebben.)
2. Blond:
De ... man draagt een bril.
(De blonde man draagt een bril.)
3. Dik:
Een ... boek kan veel informatie bevatten.
(Een dik boek kan veel informatie bevatten.)
4. Dun:
De ... vrouw eet heel gezond.
(De dunne vrouw eet heel gezond.)
5. Warm:
Hij draagt een ... jas in de winter.
(Hij draagt een warme jas in de winter.)
6. Klein:
Mijn ... zus heeft lang haar.
(Mijn kleine zus heeft lang haar.)
7. Zwart:
Mijn vader heeft een ... auto.
(Mijn vader heeft een zwarte auto.)
8. Vriendelijk:
De ... vrouw helpt graag anderen.
(De vriendelijke vrouw helpt graag anderen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. U zoekt meneer De Vries? Dat is die ______ man met de zwarte baard en de ronde bril.


2. Mijn nieuwe collega is een jonge vrouw met ______ krullen en een mooi gezicht.


3. Tom is een ______ jongen, maar zijn broer is dik.


4. Ken je Mark? Hij is een ______ man, maar hij heeft een heel vriendelijk gezicht.


Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen. Zet het bijvoeglijk naamwoord in de goede vorm (met -e of zonder -e).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (groot) Dit is (groot) kantoor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dit is een groot kantoor.
  2. Hint Hint (nieuw) Ik heb (nieuw) telefoon.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik heb een nieuwe telefoon.
  3. Hint Hint (rustig) Wij zoeken (rustig) huis in de stad.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij zoeken een rustig huis in de stad.
  4. Hint Hint (vriendelijk) Mijn collega is (vriendelijk) man.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn collega is een vriendelijke man.
  5. Het weer is vandaag (mooi).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het weer is vandaag mooi.
  6. Hint Hint (dik) De kinderen hebben (dik) jas aan.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De kinderen hebben dikke jassen aan.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 07/01/2026 06:57