Trappen van vergelijking
Bijvoeglijke naamwoorden hebben drie trappen van vergelijking: de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap.
- De stellende trap is het gewone bijvoeglijk naamwoord.
- De vergrotende trap gebruik je om een vergelijking te maken.
- Voor de overtreffende trap staat een lidwoord.
| Trap | Uitgang | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Stellende trap | - | groot, mooi, dik, klein, lief |
| Vergrotende trap | -er | groter, mooier, dikker, kleiner, liever |
| Overtreffende trap | het/de -st(e) | het grootst, het mooist, het dikst, het kleinst, het liefst |
Uitzonderingen!
- De vergrotende trap gebruikt 'dan': 'Dit huis is kleiner dan dat huis'.
- Onregelmatige vormen: goed → beter → best, veel → meer → meest, graag→ liever→ liefst, weinig→ minder→ minst .
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Deze koffie is ______ dan de thee, maar ik vind hem lekker. Deze koffie is bitterder dan de thee, maar ik vind hem lekker.
2. In deze straat is het ’s nachts ______; je hoort bijna geen geluid. In deze straat is het ’s nachts het rustigst; je hoort bijna geen geluid.
3. Deze kamer is ______ dan de keuken, omdat er geen raam is. Deze kamer is donkerder dan de keuken, omdat er geen raam is.
4. Voor mij ruikt deze parfum ______; veel beter dan de andere geuren. Voor mij ruikt deze parfum het lekkerst; veel beter dan de andere geuren.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de vergrotende of overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord (groot, mooi, klein, goed, veel, graag, weinig). Gebruik bij de vergrotende trap meestal 'dan' en bij de overtreffende trap 'het' of 'de'.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
(groter dan) Mijn appartement is groot.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn appartement is groter dan dat appartement.
-
(het mooist(e)) Dit is een mooi kantoor.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDit is het mooiste kantoor van het gebouw.
-
(kleiner dan) De kamer is klein.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe kamer is kleiner dan de woonkamer.
-
(beter dan) De service in dit restaurant is goed.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe service in dit restaurant is beter dan in dat restaurant.
-
(het meest) Ik drink veel koffie op mijn werk.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn collega drinkt het meest koffie op ons werk.
-
(het liefst) Ik ga graag naar dit café.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ga het liefst naar dit café.