Het meervoud van zelfstandige naamwoorden heeft verschillende vormen zoals -en, -s, en -'s.

1. Wat leer je hier precies?

  • Je herkent drie manieren om het meervoud te maken: -en, -s en -’s.
  • Je ziet wanneer de klank of letter van het woord verandert (brief → brieven).
  • Je weet wanneer je géén meervoud gebruikt (kilo, euro, uur, jaar).
  • Je kunt jezelf snel controleren met een paar vragen.

2. Eerste vraag: eindigt het woord op een klinker of medeklinker?

Stap 1 bij een nieuw zelfstandig naamwoord: kijk naar de laatste letter(s) van het woord in het enkelvoud.

  • Eindigt op een klinker (a, e, i, o, u, y) → vaak -s of -’s.
  • Eindigt op een medeklinker → meestal -en.

Daarna kijk je naar de kleine uitzonderingen hieronder.

3. Meervoud op -en: de basis

De meeste zelfstandige naamwoorden krijgen -en.

  • Na 2 of 3 medeklinkers
    berg → bergen
    krant → kranten
    markt → markten
  • Met twee medeklinkers aan het eind
    hand → handen
    kind → kinderen (onregelmatig, maar ook -en)
  • Na bepaalde klankcombinaties (-au, -ou, -ei, -ie, -eu, -ui, -oe)
    klauw → klauwen
    trui → truien
    koe → koeien

Zelfcheck (denk even na):
Wat is het meervoud van berg, krant, trui? Klopt het met de regels hierboven?

4. Meervoud op -s: "lichte" woorden

Woorden die al een soort “e”-klank aan het eind hebben, krijgen bijna altijd alleen -s.

  • Woorden op -el, -en, -em, -er
    tafel → tafels
    leraar → leraren (let op: hier wel -en, dit is een veelvoorkomend woord)
  • Woorden op -e (schwa)
    meisje → meisjes
    vakantie → vakanties
    discussie → discussies
  • Verkleinwoorden op -je
    kopje → kopjes
    huisje → huisjes
  • Veel leenwoorden (uit andere talen)
    restaurant → restaurants
    cursus → cursussen (hier geen -s, let op de basisvorm)
    laptop → laptops

Tip: Als je een “uh”-klank hoort aan het einde (de onbeklemtoonde e), is de kans groot dat je -s schrijft.

5. Meervoud op -’s: klinker + apostrof + s

Als een woord op een klinker eindigt en de spelling wordt onduidelijk zonder apostrof, gebruik je -’s.

  • Woorden op -a, -i, -o, -u, -y
    auto → auto’s
    taxi → taxi’s
    hobby → hobby’s
    menu → menu’s

Waarom apostrof?
Zonder apostrof krijg je vormen als autos of hobbys. Dat leest en oogt vreemd. Met -’s blijft het woord duidelijk.

Zelfcheck: maak het meervoud van video, studio, hobby. Heb je overal een apostrof gezet?

6. Verdwijnt er een klinker? (maan → manen)

Bij woorden met een dubbele klinker + één medeklinker aan het eind, valt in het meervoud vaak één klinker weg.

Enkelvoud Stam Meervoud
maan man- manen
been ben- benen
zoon zon- zonen
  • Schrijf maar één klinker in het meervoud.
  • De klank blijft hetzelfde, alleen de spelling verandert.

Let op: dit gebeurt alleen bij bepaalde, vrij algemene woorden. Als je twijfelt: zoek het even op, of onthoud de meest voorkomende vormen (maan → manen, been → benen).

7. f → v en s → z in het meervoud

Bij sommige woorden op -f of -s verandert de laatste medeklinker in het meervoud.

Enkelvoud Meervoud Patroon
brief brieven f → v
dief dieven f → v
huis huizen s → z
reis reizen s → z
  • De klank wordt “zachter” (f → v, s → z).
  • Je hoort dit verschil meestal ook in de uitspraak.

Praktische tip: Dit zijn vaak veelgebruikte woorden. Leer ze als vaste paren: brief–brieven, huis–huizen, reis–reizen.

8. Wanneer géén meervoud, ook al zie je een getal?

Dit is iets waar veel studenten de mist in gaan, ook op hoger niveau. In deze gevallen blijft het woord in het enkelvoud na een getal.

  • Maten en gewichten
    tien kilo (niet: tien kilo’s)
    twee liter (niet: twee liters)
  • Tijdsaanduidingen als jaar, uur, kwartier
    twee jaar (niet: twee jaren in het dagelijks taalgebruik)
    drie uur (niet: drie uren)
    een kwartier, twee kwartier
  • Geld-eenheden
    vijf euro (niet: vijf euro’s in normale zinnen)
    twintig cent (niet: twintig cents)

Let op: in sommige speciale contexten (bijvoorbeeld juridische tekst, literatuur) zie je soms wél vormen als euro’s of jaren, maar in gewone, praktische taal kun je de regel hierboven veilig volgen.

Zelfcheck
Welke zijn juist?
1. drie uur / drie uren
2. vijf kilo / vijf kilo’s
3. tien euro / tien euro’s

9. Typische twijfelgevallen en veelgemaakte fouten

  • interesse
    In de betekenis van “belangstelling” gebruik je bijna altijd het enkelvoud:
    Zij hebben veel interesse in fotografie.
    Zij hebben veel interesses in fotografie. (kan, maar klinkt vaak onnatuurlijk)
  • instructeur
    enkelvoud: de instructeur
    meervoud: de instructeurs (niet: instructeuren)
  • les – lessen, workshop – workshops
    les → lessen (gewoon -en)
    workshop → workshops (leenwoord, dus -s)
  • privéles
    enkelvoud: een privéles
    meervoud: privélessen (niet: privéles bij een getal, en niet: privéless)

10. Stappenplan: hoe maak ik het meervoud?

  1. Kijk naar de laatste letter(s).
    Klinker aan het eind? Ga naar stap 2.
    Medeklinker aan het eind? Ga naar stap 3.
  2. Eindigt het woord op a, i, o, u, y?
    → meestal -’s: auto’s, taxi’s, hobby’s.
  3. Eindigt het woord op -e (schwa) of -el, -en, -em, -er?
    → meestal -s: tafels, meisjes, kopjes, families.
    Twijfel? Kijk of de vorm met -en gek klinkt: tafelens.
  4. In andere gevallen
    → meestal -en: bergen, kranten, truien.
    Controleer of er een klinker verdwijnt (maan → manen).
    Controleer of f → v of s → z verandert (brief → brieven, huis → huizen).
  5. Extra check: staat er een getal + kilo/euro/jaar/uur/kwartier?
    → laat het woord in het enkelvoud: twee kilo, vijf euro, drie uur, twee jaar.

11. Snelle zelftest: kan ik dit al?

Beantwoord deze vragen in je hoofd of spreek ze hardop uit.

  • Weet ik in het algemeen wanneer ik -en, -s of -’s gebruik?
  • Kan ik uitleggen waarom het is: auto’s, tafels, truien, brieven, huizen?
  • Onthoud ik dat ik bij kilo, euro, jaar, uur, kwartier na een getal geen meervoud gebruik?
  • Kan ik bij twijfel het stappenplan uit sectie 10 rustig toepassen?

Als je deze vragen met “ja” kunt beantwoorden, ben je klaar om het meervoud actief te gebruiken in gesprekken en schrijfoefeningen.

  1. De meervoudsvorm van een zelfstandig naamwoord hangt meestal af van de laatste letter of letters van het woord in het enkelvoud.
RegelMeervoudVoorbeeld

Woorden op 2 of 3 medeklinkers

Woorden op -au, -ou, -ei, -ie

Woorden die eindigen op -ei, -ij, -eu, -ui, -oe

-en

De berg → De bergen

De klauw → De klauwen

de trui → De truien

Woorden die eindigen op -el, -en, -em, -er

Woorden die eindigen op -e

Verkleinwoorden

Woorden die eindigen op -ie

Woorden die uit een andere taal komen

Woorden die eindigen op -é

-s

De tafel → De tafels

Het meisje → De meisjes

Het kopje → De kopjes

De familie → De families

Het restaurant → De restaurants

Het café → De cafés

Woorden op -a, -i, -o, -u, -y-’sDe auto → De auto's
Woorden op een dubbele klinker + medeklinker-en (verdwijnt een klinker)De maan → De manen
Woorden op -f of -s-v of -z + enDe brief → De brieven

Uitzonderingen!

  1. Na een getal krijgt een maat of een gewicht geen meervoud. Bijvoorbeeld: 'tien kilo'.
  2. Bij tijdsaanduidingen zoals jaar, kwartier, en uur wordt ook geen meervoud gebruikt. Bijvoorbeeld: 'twee jaar'.
  3. Voor eenheden zoals euro, cent gebruik je geen meervoud. Bijvoorbeeld: 'vijf euro'.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. In de studio hebben we twee grote lampen en drie ________ voor de workshops fotografie.


2. In deze academie geven vier ________ elke week groepslessen en privélessen in verschillende talen.


3. Ik wil graag twee ________ fotografie en één workshop keramiek volgen dit kwartaal.


4. Voor de cursus schilderen betalen de deelnemers 150 euro en krijgen ze tien ________ in kleine groepen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met betrekking tot meervoudsvormen en passend vocabulaire over hobbylessen.

1.
Het meervoud van 'foto' is 'foto's' met een apostrof vanwege de lange klinker.
Het meervoud van 'foto' moet 'foto's' zijn, niet enkelvoud.
2.
Het meervoud van 'instructeur' is 'instructeurs', niet 'instructeuren'.
Het meervoud van 'privéles' is 'privélessen' in deze context.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen: zet alle zelfstandige naamwoorden in het meervoud en pas werkwoord, lidwoorden en andere woorden in de zin aan waar nodig.

Toon/verberg hints
  1. De berg is hoog en de rivier is lang.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De bergen zijn hoog en de rivieren zijn lang.
  2. Mijn collega schrijft een lange brief naar zijn familie.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn collegas schrijven lange brieven naar hun families.
  3. Op dit bureau ligt een dikke krant en een kopje koffie.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Op deze bureaus liggen dikke kranten en kopjes koffie.
  4. Het kind heeft een nieuwe trui en een warme sjaal.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De kinderen hebben nieuwe truien en warme sjaals.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel welke lessen jullie kiezen en vergelijk jullie plannen en interesses.

Situatie
Je bespreekt met een collega welke hobbylessen jullie het komende kwartaal willen volgen.

Bespreek
  • Welke hobbylessen of workshops vind je interessant en waarom?
  • Volg je liever groepslessen of privélessen? Wanneer en waarom?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik wil twee fotografieworkshops van drie uur volgen.
  • Mijn interesses zijn kooklessen, taalcursussen en yogasessies.
  • We hebben één sessie van twee uur en betalen vijftig euro per persoon.

Gebruik in gesprek
  • meervoud op -en, -s en -'s
  • geen meervoud na getallen bij kilo, euro, uur
  • meervoud met klankverandering (brief → brieven)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 18:56