Rangtelwoorden geven een volgorde aan. Ze worden vaak gebruikt bij data, leeftijden en rangschikkingen.

Wat zijn rangtelwoorden?

Rangtelwoorden geven een volgorde aan:

  • de eerste klant
  • de derde verdieping
  • de twintigste verjaardag

Hoofdtelwoorden (één, twee, drie…) vertellen hoeveel. Rangtelwoorden (eerste, tweede, derde…) vertellen welke in de rij.

Basisregel: van hoofdtelwoord naar rangtelwoord

Je vertrekt van het hoofdtelwoord (twee, negen, zestien…).

  • Tot en met negentien: voeg -de toe.
  • Vanaf twintig en hoger: voeg -ste toe.
Hoofdtelwoord + uitgang Rangtelwoord
vier + de vierde
tien + de tiende
zestien + de zestiende
twintig + ste twintigste
dertig + ste dertigste
honderd + ste honderdste

Zelfcheck: Kun je deze vormen hardop zeggen?

  • 6 → zesde
  • 15 → vijftiende
  • 40 → veertigste

Belangrijke uitzonderingen om echt te kennen

Drie veelgebruikte rangtelwoorden zijn onregelmatig:

  • één → eerste (niet eende, niet éénste)
  • drie → derde (niet driede)
  • acht → achtste (niet achste, niet achte)

Deze vormen komen heel vaak voor. Leer ze gewoon als vormpjes uit je hoofd.

Typische spelfouten (en hoe je ze herkent)

  • Extra t schrijven waar die niet hoort:
    • tienstetiende
    • elfsteelfde
  • -den of -sten gebruiken:
    • vijfdenvijfde
    • twintigstentwintigste
  • Hoofdtelwoord laten staan:
    • Hij is twintig jaar oud, het is zijn twintig verjaardag.
      Hij is twintig jaar oud, het is zijn twintigste verjaardag.

Twijfel je? Kijk of je er logisch -de (tot 19) of -ste (vanaf 20) achter kunt zetten.

Wanneer gebruik je rangtelwoorden?

In het dagelijks leven zie je rangtelwoorden vooral in deze situaties:

  • Verdiepingen / etages
    • Ik werk op de derde verdieping.
    • De afspraak is op de zesde etage.
  • Datums (dag van de maand)
    • Vandaag is het de vijfde van mei.
    • We verhuizen op de twintigste.
  • Volgorde van afspraken, gesprekken, taken
    • Dit is mijn eerste werkdag.
    • Je bent de tweede kandidaat vandaag.
  • Familie, collega’s, klanten in een rij
    • Hij is de vijftigste klant vandaag.
    • Zij is mijn derde collega met wie ik samenwerk op dit project.

Plaats in de zin: bijna altijd met ‘de’ of ‘het’

Een rangtelwoord is bijna altijd een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord.

  • de + rangtelwoord + zelfstandig naamwoord
    • de eerste afspraak
    • de derde verdieping
    • de twintigste klant
  • het + rangtelwoord + zelfstandig naamwoord
    • het eerste gesprek
    • het tiende jaar

Vaak kun je het zelfstandig naamwoord ook weglaten, als uit de context duidelijk is waar het over gaat:

  • Ik neem de eerste (trein).
  • Mijn afspraak is op de derde (verdieping).

Stappenplan: zelf een rangtelwoord vormen

  1. Bepaal het getal
    Waar ben jij in de rij? Welke verdieping? Welke dag?
  2. Kijk: tot en met 19 of vanaf 20?
    • 1 t/m 19 → meestal -de
    • 20 en hoger → -ste
  3. Controleer de uitzonderingen
    • één → eerste
    • drie → derde
    • acht → achtste
  4. Lees de hele woordgroep
    Gebruik de/het + rangtelwoord + zelfstandig naamwoord.

Voorbeeld:

  • Getal: 18
  • 18 is < 20 → uitgang -de
  • achttien → achttiende
  • hele zin: “Hij woont op de achttiende verdieping.”

Korte zelftest: heb je het principe?

Controleer jezelf. Kun je deze vormen in je hoofd maken?

  • dag 2 → de … dag (antwoord: tweede)
  • verdieping 7 → de … verdieping (antwoord: zevende)
  • klant 11 → de … klant (antwoord: elfde)
  • les 30 → de … les (antwoord: dertigste)

Als je alle vier kunt vormen, dan beheers je de basisregel.

Waar moet je vooral op letten?

  • Niet vergeten om het naar een rangtelwoord te maken bij datums, verdiepingen en volgorde.
  • Tot en met 19: -de; vanaf 20: -ste.
  • Drie onregelmatige vormen goed leren: eerste, derde, achtste.
  • Schrijf geen -den, -sten achter het woord. Gebruik gewoon -de of -ste.

Als je dit consequent toepast, kun je in gesprekken vloeiend aangeven op welke verdieping, welke dag of de hoeveelste keer iets is.

  1. Tot 'negentiende' wordt het rangtelwoord gevormd door '-de'achter het hoofdtelwoord te zetten.
  2. Vanaf'twintigste' wordt '-ste' gebruikt, zoals 'twintigste'.
RangtelwoordRangtelwoordRangtelwoord
EersteElfdeTwintigste
TweedeTwaalfdeDertigste
DerdeDertiendeVeertigste
VierdeVeertiendeVijftigste
VijfdeVijftiendeZestigste
ZesdeZestiendeZeventigste
ZevendeZeventiendeTachtigste
AchtsteAchttiendeNegentigste
NegendeNegentiendeHonderdste
Tiende  

Uitzonderingen!

  1. Bij eerste, derde, achtste wijkt de vorm af.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Uw afspraak met de huisarts is op de ___ verdieping.


2. De lift is kapot, we werken vandaag op de ___ etage.


3. Jij bent de ___ spreker in de training; ik ben de tweede.


4. Vandaag is de ___ les; ik kan de datum nu goed onthouden.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste rangtelwoord (eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende, zestiende, zeventiende, achttiende, negentiende, twintigste, dertigste, veertigste, vijftigste, zestigste, zeventigste, tachtigste, negentigste, honderdste).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (derde) Ik werk op verdieping 3.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik werk op de derde verdieping.
  2. Hint Hint (eerste) Het is dag 1 van mijn nieuwe baan.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het is de eerste dag van mijn nieuwe baan.
  3. Hint Hint (twintigste) Mijn afspraak is op verdieping 20.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn afspraak is op de twintigste verdieping.
  4. Hint Hint (achtste) Vandaag is het les 8 van de Nederlandse cursus.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vandaag is het de achtste les van de Nederlandse cursus.
  5. Hint Hint (elfde) Dit is woning 11 in dit gebouw.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dit is de elfde woning in dit gebouw.
  6. Hint Hint (vijftigste) Hij is klant nummer 50 in de rij.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij is de vijftigste klant in de rij.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vraag en vertel samen op welke verdieping elke afspraak is.

Situatie
Je hebt een afspraak in een kantoorgebouw en zoekt de juiste verdieping.

Bespreek
  • Op welke verdieping is jouw eerste afspraak vandaag? En je tweede?
  • Welke verdieping vind je prettig om te werken en waarom?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • De eerste verdieping
  • De tweede verdieping
  • De derde verdieping

Gebruik in gesprek
  • De eerste verdieping is voor afspraken.
  • Mijn afspraak is op de derde of vierde verdieping.
  • Ik herinner me dat de tiende verdieping voor klanten is.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:01