Rangtelwoorden geven een volgorde aan. Ze worden vaak gebruikt bij data, leeftijden en rangschikkingen.

  1. Tot 'negentiende' wordt het rangtelwoord gevormd door '-de'achter het hoofdtelwoord te zetten.
  2. Vanaf'twintigste' wordt '-ste' gebruikt, zoals 'twintigste'.
RangtelwoordRangtelwoordRangtelwoord
Eerste (Eerste)Elfde (Elfde)Twintigste (Twintigste)
Tweede (Tweede)Twaalfde (Twaalfde)Dertigste (Dertigste)
Derde (Derde)Dertiende (Dertiende)Veertigste (Veertigste)
Vierde (Vierde)Veertiende (Veertiende)Vijftigste (Vijftigste)
Vijfde (Vijfde)Vijftiende (Vijftiende)Zestigste (Zestigste)
Zesde (Zesde)Zestiende (Zestiende)Zeventigste (Zeventigste)
Zevende (Zevende)Zeventiende (Zeventiende)Tachtigste (Tachtigste)
Achtste (Achtste)Achttiende (Achttiende)Negentigste (Negentigste)
Negende (Negende)Negentiende (Negentiende)Honderdste (Honderdste)
Tiende (Tiende)  

Uitzonderingen!

  1. Bij eerste, derde, achtste wijkt de vorm af.

Oefening 1: Telwoorden

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

zesentwintigste, achtste, tweede, Negentigste, vierde, zestigste, eerste, derde

1. 8:
Het is de ... keer dat ik hier ben.
(Het is de achtste keer dat ik hier ben.)
2. 2:
Mijn zoon viert zijn ... verjaardag.
(Mijn zoon viert zijn tweede verjaardag.)
3. 1:
Het is vandaag de ... juni.
(Het is vandaag de eerste juni.)
4. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
5. 90:
Mijn opa viert zijn ... verjaardag morgen.
(Mijn opa viert zijn Negentigste verjaardag morgen.)
6. 60:
Veel piloten gaan op hun ... al met pensioen.
(Veel piloten gaan op hun zestigste al met pensioen.)
7. 3:
Mijn zoon is ... geworden in de zwemwedstrijd.
(Mijn zoon is derde geworden in de zwemwedstrijd.)
8. 4:
We beginnen de ... oktober met het project.
(We beginnen de vierde oktober met het project.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Uw afspraak met de huisarts is op de ___ verdieping.


2. De lift is kapot, we werken vandaag op de ___ etage.


3. Jij bent de ___ spreker in de training; ik ben de tweede.


4. Vandaag is de ___ les; ik kan de datum nu goed onthouden.


Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste rangtelwoord (eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende, zestiende, zeventiende, achttiende, negentiende, twintigste, dertigste, veertigste, vijftigste, zestigste, zeventigste, tachtigste, negentigste, honderdste).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (derde) Ik werk op verdieping 3.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik werk op de derde verdieping.
  2. Hint Hint (eerste) Het is dag 1 van mijn nieuwe baan.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het is de eerste dag van mijn nieuwe baan.
  3. Hint Hint (twintigste) Mijn afspraak is op verdieping 20.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn afspraak is op de twintigste verdieping.
  4. Hint Hint (achtste) Vandaag is het les 8 van de Nederlandse cursus.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vandaag is het de achtste les van de Nederlandse cursus.
  5. Hint Hint (elfde) Dit is woning 11 in dit gebouw.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dit is de elfde woning in dit gebouw.
  6. Hint Hint (vijftigste) Hij is klant nummer 50 in de rij.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij is de vijftigste klant in de rij.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

maandag, 12/01/2026 21:07