In deze les leer je rangtelwoorden zoals de eerste, de derde en de negende gebruiken om data, verdiepingen en volgordes aan te geven, bijvoorbeeld: de vijfde verdieping of de achtste dag.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (11) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Verdeel de volgende rangtelwoorden in twee groepen: getallen van 1 tot en met 5, en getallen van 6 tot en met 10.
Rangtelwoorden van 1 tot en met 5
Rangtelwoorden van 6 tot en met 10
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De zevende
De zevende
2
De tweede
De tweede
3
De derde
De derde
4
De negende
De negende
5
De vijfde
De vijfde
Oefening 5: Gespreksoefening
Instructie:
- Op welke verdieping woont elke persoon? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
- Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik __________ me de vierde vergadering goed.
2. Jij __________ je altijd belangrijke data.
3. Hij __________ zich de achtste oktober, ook al klopt de negende maand niet.
4. Wij __________ ons dat de tiende dag van april altijd koud is.
Oefening 8: Herinneringen aan verjaardagen en weken
Instructie:
Werkwoordschema's
Herinneren - Herinneren
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik herinner
- jij herinnert
- hij/zij/het herinnert
- wij herinneren
- jullie herinneren
- zij herinneren
Organiseren - Organiseren
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik organiseer
- jij organiseert
- hij/zij/het organiseert
- wij organiseren
- jullie organiseren
- zij organiseren
Komen - Komen
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik kom
- jij komt
- hij/zij/het komt
- wij komen
- jullie komen
- zij komen
Oefening 9: Rangtelwoorden
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Rangtelwoorden
Toon vertaling Toon antwoordenNegentigste, zesentwintigste, achtste, vierde, derde, zestigste, tweede, eerste
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Herinneren herinneren Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) herinner | (ik) herinner |
(jij) herinnert/herinner | (jij) herinnert/herinner |
(hij/zij/het) herinnert | (hij/zij/het) herinnert |
(wij) herinneren | (wij) herinneren |
(jullie) herinneren | (jullie) herinneren |
(zij) herinneren | (zij) herinneren |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Overzicht van de les: Rangtelwoorden
In deze les leer je hoe je rangtelwoorden in het Nederlands gebruikt. Rangtelwoorden geven de volgorde of positie van iets aan, zoals eerste, tweede, derde, enzovoort. Dit is essentieel om data, verdiepingen, of posities in een rij te benoemen.
Wat leer je in deze les?
- De rangtelwoorden van 1 tot en met 10: de eerste, de tweede, de derde, ... tot de tiende.
- Hoe je deze woorden correct in zinnen gebruikt om volgorde aan te geven.
- Voorbeelden van rangtelwoorden in context, bijvoorbeeld bij verjaardagen, data, volgorden in een rij, en verdiepingen in een gebouw.
- Het bespreken van concrete situaties zoals inschrijfdata voor cursussen of het vieren van verjaardagen met gebruik van rangtelwoorden.
- Verbetering van je werkwoordvervoegingen met oefeningen die samenvallen met de rangtelwoorden.
Belangrijke voorbeelden en zinnen
Let op hoe rangtelwoorden gebruikt worden in dagelijkse situaties:
- "Mijn verjaardag is op twee juni."
- "De derde straat links leidt naar het park."
- "Ik sta als eerste in de rij bij de kassa."
- "Zij woont op de negende verdieping."
- "Hij is de negentigste klant vandaag."
Indeling van rangtelwoorden
We onderscheiden twee groepen rangtelwoorden:
- Van 1 tot en met 5: de eerste, de tweede, de derde, de vierde, de vijfde
- Van 6 tot en met 10: de zesde, de zevende, de achtste, de negende, de tiende
Gebruik in gesprekken
In de dialoogkaarten bespreek je praktische situaties zoals het kiezen van inschrijfdata of het vertellen van je verjaardag. Dit helpt je om rangtelwoorden in gesprek te oefenen:
- "Wanneer is de eerste inschrijfdatum?"
- "De eerste is op vier maart."
- "Mijn verjaardag is op acht april."
Verschillen tussen instructietaal en Nederlands
Aangezien de instructietaal Nederlands is en je ook Nederlands leert, blijven er geen vertalingen nodig voor rangtelwoorden. Het is belangrijk om te letten op kleine verschillen zoals het gebruik van het lidwoord de bij rangtelwoorden (bijvoorbeeld: de eerste), wat altijd voor het rangtelwoord staat. Dit is anders dan in sommige talen waar het lidwoord kan ontbreken of anders gebruikt wordt.
Handige uitdrukkingen zijn onder andere:
- de eerste — de eerste persoon of het eerste ding
- de tweede — de volgende na de eerste
- voor de eerste keer — iets dat je nog nooit hebt gedaan
- vieren — iets feestelijk vieren, zoals een verjaardag
Deze woorden en uitdrukkingen helpen je om beter te communiceren over volgorde en data in het dagelijks leven.