A1.11: Rangtelwoorden

Rangtelwoorden

In deze les leer je rangtelwoorden zoals de eerste, de derde en de negende gebruiken om data, verdiepingen en volgordes aan te geven, bijvoorbeeld: de vijfde verdieping of de achtste dag.

Luister- en leesmateriaal

Oefen woordenschat in context met echte materialen.

Woordenschat (11)

 De eerste: De eerste (Nederlands)

De eerste

Show

De eerste Show

 De tweede: De tweede (Nederlands)

De tweede

Show

De tweede Show

 De derde: De derde (Nederlands)

De derde

Show

De derde Show

 De vierde: De vierde (Nederlands)

De vierde

Show

De vierde Show

 De vijfde: De vijfde (Nederlands)

De vijfde

Show

De vijfde Show

 De zesde: De zesde (Nederlands)

De zesde

Show

De zesde Show

 De zevende: De zevende (Nederlands)

De zevende

Show

De zevende Show

 De achtste: De achtste (Nederlands)

De achtste

Show

De achtste Show

 De negende: De negende (Nederlands)

De negende

Show

De negende Show

 De tiende: De tiende (Nederlands)

De tiende

Show

De tiende Show

 Herinneren (herinneren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Herinneren

Show

Herinneren Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.

Toon antwoorden
1.
is | juni. | op | verjaardag | twee | Mijn
Mijn verjaardag is op twee juni.
2.
het park. | straat links | De derde | leidt naar
De derde straat links leidt naar het park.
3.
de kassa. | Ik sta | in de | rij bij | als eerste
Ik sta als eerste in de rij bij de kassa.
4.
de maand | is zondag. | dag van | De achtste
De achtste dag van de maand is zondag.
5.
verdieping. | negende | Zij | op | woont | de
Zij woont op de negende verdieping.
6.
negentigste | klant | is | vandaag. | Hij | de
Hij is de negentigste klant vandaag.

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Kom de vertalingen overeen

De derde verjaardag van mijn zoon vieren we met taart en vrienden.
Op mijn kantoor zit ik op de vijfde verdieping.
Mijn oma wordt morgen de negentigste verjaardag.
Tijdens de vergadering zei hij dat het vandaag de eerste dag is.

Oefening 3: Clusteren van woorden

Instructie: Verdeel de volgende rangtelwoorden in twee groepen: getallen van 1 tot en met 5, en getallen van 6 tot en met 10.

Rangtelwoorden van 1 tot en met 5

Rangtelwoorden van 6 tot en met 10

Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

De zevende


De zevende

2

De tweede


De tweede

3

De derde


De derde

4

De negende


De negende

5

De vijfde


De vijfde

Oefening 5: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Op welke verdieping woont elke persoon? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Stevan woont op de negende verdieping.

Catherine woont op de tiende verdieping.

Giulia woont op de eerste verdieping.

Je woont in een appartement op de zesde verdieping.

Op welke verdieping woon je?

Ik woon op de begane grond.

...

Oefening 6: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 7: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik __________ me de vierde vergadering goed.


2. Jij __________ je altijd belangrijke data.


3. Hij __________ zich de achtste oktober, ook al klopt de negende maand niet.


4. Wij __________ ons dat de tiende dag van april altijd koud is.


Oefening 8: Herinneringen aan verjaardagen en weken

Instructie:

Ik (Herinneren - Onvoltooid tegenwoordige tijd) me de derde verjaardag van mijn dochter heel goed. Op die dag (Organiseren - Onvoltooid tegenwoordige tijd) wij een feest in onze tuin. Het weer is meestal mooi in april, dat is de vierde maand van het jaar. Mijn vrienden en familie (Komen - Onvoltooid tegenwoordige tijd) vaak langs in die periode. Vorig jaar was het op de negende april erg zonnig. We (Herinneren - Onvoltooid tegenwoordige tijd) ons allemaal die fijne dag vol gezelligheid.


Ik herinner me de derde verjaardag van mijn dochter heel goed. Op die dag organiseren wij een feest in onze tuin. Het weer is meestal mooi in april, dat is de vierde maand van het jaar. Mijn vrienden en familie komen vaak langs in die periode. Vorig jaar was het op de negende april erg zonnig. We herinneren ons allemaal die fijne dag vol gezelligheid.

Werkwoordschema's

Herinneren - Herinneren

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik herinner
  • jij herinnert
  • hij/zij/het herinnert
  • wij herinneren
  • jullie herinneren
  • zij herinneren

Organiseren - Organiseren

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik organiseer
  • jij organiseert
  • hij/zij/het organiseert
  • wij organiseren
  • jullie organiseren
  • zij organiseren

Komen - Komen

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik kom
  • jij komt
  • hij/zij/het komt
  • wij komen
  • jullie komen
  • zij komen

Oefening 9: Rangtelwoorden

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: Rangtelwoorden

Toon vertaling Toon antwoorden

Negentigste, zesentwintigste, achtste, vierde, derde, zestigste, tweede, eerste

1. 26:
De hoeveelste is het vandaag? Het is de ....
(De hoeveelste is het vandaag? Het is de zesentwintigste.)
2. 8:
Het is de ... keer dat ik hier ben.
(Het is de achtste keer dat ik hier ben.)
3. 2:
Mijn zoon viert zijn ... verjaardag.
(Mijn zoon viert zijn tweede verjaardag.)
4. 90:
Mijn opa viert zijn ... verjaardag morgen.
(Mijn opa viert zijn Negentigste verjaardag morgen.)
5. 4:
We beginnen de ... oktober met het project.
(We beginnen de vierde oktober met het project.)
6. 60:
Veel piloten gaan op hun ... al met pensioen.
(Veel piloten gaan op hun zestigste al met pensioen.)
7. 1:
Het is vandaag de ... juni.
(Het is vandaag de eerste juni.)
8. 3:
Mijn zoon is ... geworden in de zwemwedstrijd.
(Mijn zoon is derde geworden in de zwemwedstrijd.)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Herinneren herinneren

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)

Nederlands Nederlands
(ik) herinner (ik) herinner
(jij) herinnert/herinner (jij) herinnert/herinner
(hij/zij/het) herinnert (hij/zij/het) herinnert
(wij) herinneren (wij) herinneren
(jullie) herinneren (jullie) herinneren
(zij) herinneren (zij) herinneren

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Overzicht van de les: Rangtelwoorden

In deze les leer je hoe je rangtelwoorden in het Nederlands gebruikt. Rangtelwoorden geven de volgorde of positie van iets aan, zoals eerste, tweede, derde, enzovoort. Dit is essentieel om data, verdiepingen, of posities in een rij te benoemen.

Wat leer je in deze les?

  • De rangtelwoorden van 1 tot en met 10: de eerste, de tweede, de derde, ... tot de tiende.
  • Hoe je deze woorden correct in zinnen gebruikt om volgorde aan te geven.
  • Voorbeelden van rangtelwoorden in context, bijvoorbeeld bij verjaardagen, data, volgorden in een rij, en verdiepingen in een gebouw.
  • Het bespreken van concrete situaties zoals inschrijfdata voor cursussen of het vieren van verjaardagen met gebruik van rangtelwoorden.
  • Verbetering van je werkwoordvervoegingen met oefeningen die samenvallen met de rangtelwoorden.

Belangrijke voorbeelden en zinnen

Let op hoe rangtelwoorden gebruikt worden in dagelijkse situaties:

  • "Mijn verjaardag is op twee juni."
  • "De derde straat links leidt naar het park."
  • "Ik sta als eerste in de rij bij de kassa."
  • "Zij woont op de negende verdieping."
  • "Hij is de negentigste klant vandaag."

Indeling van rangtelwoorden

We onderscheiden twee groepen rangtelwoorden:

  • Van 1 tot en met 5: de eerste, de tweede, de derde, de vierde, de vijfde
  • Van 6 tot en met 10: de zesde, de zevende, de achtste, de negende, de tiende

Gebruik in gesprekken

In de dialoogkaarten bespreek je praktische situaties zoals het kiezen van inschrijfdata of het vertellen van je verjaardag. Dit helpt je om rangtelwoorden in gesprek te oefenen:

  • "Wanneer is de eerste inschrijfdatum?"
  • "De eerste is op vier maart."
  • "Mijn verjaardag is op acht april."

Verschillen tussen instructietaal en Nederlands

Aangezien de instructietaal Nederlands is en je ook Nederlands leert, blijven er geen vertalingen nodig voor rangtelwoorden. Het is belangrijk om te letten op kleine verschillen zoals het gebruik van het lidwoord de bij rangtelwoorden (bijvoorbeeld: de eerste), wat altijd voor het rangtelwoord staat. Dit is anders dan in sommige talen waar het lidwoord kan ontbreken of anders gebruikt wordt.

Handige uitdrukkingen zijn onder andere:

  • de eerste — de eerste persoon of het eerste ding
  • de tweede — de volgende na de eerste
  • voor de eerste keer — iets dat je nog nooit hebt gedaan
  • vieren — iets feestelijk vieren, zoals een verjaardag

Deze woorden en uitdrukkingen helpen je om beter te communiceren over volgorde en data in het dagelijks leven.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏