Module 1 Verpleegkunde: Workplace and communication (Workplace and communication)

Dit is leermodule 1 van 6 van ons Nederlands A2 leerplan. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Beschrijf je rol, werkplek en afdelingen.
  • Communiceer duidelijk met collega’s tijdens dagelijkse taken, rapportages en vergaderingen.
  • Observeer, documenteer en rapporteer patiëntinformatie.
  • Werkwoordenschat op de werkvloer met betrekking tot apparatuur, afdelingen en communicatie.

Woordenlijst (91)

Kernwoordenschat (0):
Contextwoordenschat: 91

Nederlands Nederlands
Aangegeven pijn (Aangegeven pijn) — patiënt meldt pijn, schaal of locatie noemen Aangegeven pijn (Aangegeven pijn) — patiënt meldt pijn, schaal of locatie noemen
Afmelden (voor dienst) afmelden (voor dienst)
Afwijkend gedrag afwijkend gedrag
Beschikbaar zijn beschikbaar zijn
Bloedsuiker (de bloedsuiker) — belangrijke meetwaarde, relevant bij diabetes Bloedsuiker (de bloedsuiker) — belangrijke meetwaarde, relevant bij diabetes
De Arts De arts
De Fysiotherapeut De fysiotherapeut
De Huisarts De huisarts
De Multidisciplinaire vergadering De multidisciplinaire vergadering
De Praktijkmanager De praktijkmanager
De Psycholoog De psycholoog
De Ronde maken De ronde maken
De Specialist De specialist
De Verpleegkundige-assistent De verpleegkundige-assistent
De Vpk. (de verpleegkundige) De verpleegkundige
De Zorgcoördinator De zorgcoördinator
De ademfrequentie de ademfrequentie
De ademhaling de ademhaling
De afdeling De afdeling
De afstemming de afstemming
De bedtafel De bedtafel
De behandelkamer De behandelkamer
De bewustzijnsniveau het bewustzijnsniveau
De bloeddruk de bloeddruk
De bloeddrukmeter De bloeddrukmeter
De brancard De brancard
De consistentie de consistentie
De dagdienst de dagdienst
De dienst de dienst
De hartslag de hartslag
De hoeveelheid de hoeveelheid
De huidkleur de huidkleur
De infuusstandaard De infuusstandaard
De lichaamstemperatuur de lichaamstemperatuur
De medicatie (de medicatie) — geneesmiddelen en wijze van toediening De medicatie (de medicatie) — geneesmiddelen en wijze van toediening
De monitor De monitor
De nachtdienst de nachtdienst
De observatie (de observatie) — wat is gezien of gemeten De observatie (de observatie) — wat is gezien of gemeten
De observatieperiode (de observatieperiode) — tijdsduur van monitoring De observatieperiode (de observatieperiode) — tijdsduur van monitoring
De operatiekamer De operatiekamer
De overdracht (de overdracht) — korte rapportage bij shiftwissel De overdracht (de overdracht) — korte rapportage bij shiftwissel
De patiëntenkamer De patiëntenkamer
De planning de planning
De ploeg de ploeg
De polikliniek De polikliniek
De rolstoel De rolstoel
De rooster het rooster
De saturatie de saturatie
De shift de shift
De spoedeisende hulp De spoedeisende hulp
De taakomschrijving de taakomschrijving
De temperatuur de temperatuur
De toestand (de toestand) — huidige algemene gezondheidssituatie De toestand (de toestand) — huidige algemene gezondheidssituatie
De veiligheidsschoenen De veiligheidsschoenen
De verantwoordelijkheid de verantwoordelijkheid
De verpleegafdeling De verpleegafdeling
De vervanging de vervanging
De verzorging (de verzorging) — dagelijkse zorghandelingen (wondverzorging, hygiëne) De verzorging (de verzorging) — dagelijkse zorghandelingen (wondverzorging, hygiëne)
De wachtkamer De wachtkamer
De werkdruk de werkdruk
Een voorstel doen Een voorstel doen
Het incident (het incident) — onverwachte gebeurtenis tijdens zorg Het incident (het incident) — onverwachte gebeurtenis tijdens zorg
Het medisch uniform Het medisch uniform
Het nachtkastje Het nachtkastje
Het vitale teken (het vitale teken) — bloeddruk, hartslag, temperatuur Het vitale teken (het vitale teken) — bloeddruk, hartslag, temperatuur
Het ziekenhuisbed Het ziekenhuisbed
Het zorgdossier (het zorgdossier) — medische en verpleegkundige gegevens van de patiënt Het zorgdossier (het zorgdossier) — medische en verpleegkundige gegevens van de patiënt
Hiërarchie Hiërarchie
Inplannen inplannen
Instemmen met Instemmen met
Meten meten
Niet toegepast / toegepast (Niet toegepast / toegepast) — instructies of behandelingen uitgevoerd of niet Niet toegepast / toegepast (Niet toegepast / toegepast) — instructies of behandelingen uitgevoerd of niet
Noteren (Noteren) — informatie in het dossier schrijven Noteren (Noteren) — informatie in het dossier schrijven
Observeren observeren
Onregelmatige hartslag onregelmatige hartslag
Opmerken opmerken
Overdrachtdoelen (de overdrachtdoelen) — wat de volgende zorgverlener moet weten en doen Overdrachtdoelen (de overdrachtdoelen) — wat de volgende zorgverlener moet weten en doen
Overdragen (een taak) overdragen (een taak)
Overleggen (met) Overleggen (met)
Palliatief / curatief (Palliatief / curatief) — doel van zorg: symptoomgericht of genezend Palliatief / curatief (Palliatief / curatief) — doel van zorg: symptoomgericht of genezend
Prioriteren prioriteren
Rapporteren rapporteren
Rapporteren (Rapporteren) — feiten en observaties schriftelijk of mondeling doorgeven Rapporteren (Rapporteren) — feiten en observaties schriftelijk of mondeling doorgeven
Registreren registreren
Samenwerken samenwerken
Taken verdelen Taken verdelen
Tegenvoorstel doen Tegenvoorstel doen
Toedienen (Toedienen) — medicatie of behandeling geven aan de patiënt Toedienen (Toedienen) — medicatie of behandeling geven aan de patiënt
Toestand stabiel / onstabiel (Toestand stabiel / onstabiel) — korte beschrijving van stabiliteit Toestand stabiel / onstabiel (Toestand stabiel / onstabiel) — korte beschrijving van stabiliteit
Verantwoordelijk voor Verantwoordelijk voor
Wisselen (van dienst) wisselen (van dienst)