Herken de woorden in het recept: bloem, recept, meel, zout, 5 gram, boter smelten, koekenpan, ei, eieren, melk, deeg, pan, bakken, suiker, honing, beslag, vet.
Herken de woorden in het recept: bloem, recept, meel, zout, 5 gram, boter smelten, koekenpan, ei, eieren, melk, deeg, pan, bakken, suiker, honing, beslag, vet.

Pannenkoeken zijn een heerlijke en huisgemaakte maaltijd. Volg de stappen om zelf lekkere pannenkoeken te maken!

Huisgemaakte pannenkoeken met slagroom en fruit

Tijd: ongeveer 30 minuten
Kosten: gemiddeld
Moeilijkheid: makkelijk

Hier vind je een simpel recept voor lekkere pannenkoeken met appel, aardbeien en slagroom.

Ingrediënten:

  • 200 gram bloem
  • 2 eieren
  • 400 ml melk
  • 1 snufje zout
  • 2 eetlepels suiker
  • Boter om in te bakken
  • Olie
  • 1 appel
  • 4 aardbeien
  • Slagroom

Stap voor stap:

  1. Ingrediënten klaarzetten: Verzamel alles wat je nodig hebt. De bloem, eieren, melk, zout en suiker.
  2. Beslag maken: Meng de bloem, eieren, melk, zout en suiker goed tot een glad beslag.
  3. Fruit snijden: Was de appel en aardbeien. Snijd ze in kleine stukjes.
  4. Pannenkoeken bakken: Verhit een beetje olie en boter in de pan. Giet een schep beslag in de pan.
  5. Fruit toevoegen: Leg wat stukjes appel en aardbei op het beslag in de pan. Je mag zelf kiezen hoeveel fruit je gebruikt.
  6. Omkeren: Bak de pannenkoek aan één kant tot hij goudbruin is. Draai hem dan om en bak de andere kant.
  7. Serveren: Leg de pannenkoeken op een bord. Doe er wat slagroom en suiker overheen, als je wilt.
  8. Smullen maar: Eet de pannenkoeken warm op. Dit is een heerlijk recept voor ontbijt of lunch.

Eet smakelijk!

Oefening 1: Discussievragen

Instructie: Bespreek de vragen nadat je naar de audio hebt geluisterd of de tekst hebt gelezen.

  1. Welke ingrediënten moet je snijden en welke moet je bakken?
  2. Welke ingrediënten moet je snijden en welke moet je bakken?
  3. Wat mag je op de pannenkoeken doen als ze klaar zijn?
  4. Wat mag je op de pannenkoeken doen als ze klaar zijn?
  5. Bak jij met olie of boter?
  6. Bak jij met olie of boter?
  7. Wat eet jij het liefste op je pannenkoeken?
  8. Wat eet jij het liefste op je pannenkoeken?