También en España, la hora se cambia dos veces al año. El objetivo es ajustar las horas de luz solar a la jornada laboral para ahorrar energía.
Ook in Spanje wordt de klok twee keer per jaar verzet. Het doel is om de zonlichturen aan de werkdag aan te passen om energie te besparen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
El cambio de hora De klokverandering
El horario Het uurrooster
Retrasar Terugzetten
El reloj De klok
La madrugada De vroege ochtend
Las tres Drie uur
Las dos Twee uur
Veinticinco horas Vijfentwintig uur
Con el final del mes de octubre llega el cambio de hora. (Met het einde van oktober komt de klokverandering.)
España, al igual que otros países europeos, hace dos cambios de horario al año: el de invierno y el de verano. (Spanje, net als andere Europese landen, voert twee keer per jaar een uurwisseling uit: die van de winter en die van de zomer.)
Cuando termina la época estival, llega el momento de retrasar las agujas del reloj una hora. (Wanneer de zomerperiode eindigt, is het tijd om de wijzers van de klok één uur terug te zetten.)
El horario de invierno comienza el último domingo de octubre. (Het winteruur begint op de laatste zondag van oktober.)
En la madrugada del sábado veintiocho al domingo veintinueve, cuando el reloj marca las tres, hay que retrasarlo a las dos. (In de vroege ochtend van zaterdag de achtentwintigste naar zondag de negenentwintigste, wanneer de klok drie uur slaat, moet deze naar twee uur worden teruggezet.)
Este cambio implica que el día dura veinticinco horas. (Door deze wijziging duurt de dag vijfentwintig uur.)

1. ¿Cuántos cambios de horario hace España al año?

(Hoeveel uurwisselingen voert Spanje per jaar uit?)

2. ¿Qué hay que hacer con las agujas del reloj cuando empieza el horario de invierno?

(Wat moet er met de wijzers van de klok gebeuren wanneer het winteruur begint?)

3. ¿Qué ocurre en la madrugada del sábado veintiocho al domingo veintinueve?

(Wat gebeurt er in de vroege ochtend van zaterdag de achtentwintigste naar zondag de negenentwintigste?)

4. ¿Cuántas horas dura el día con el cambio al horario de invierno?

(Hoeveel uur duurt de dag bij de overgang naar het winteruur?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Decir la hora para quedar

De tijd aangeven om af te spreken
1. Marcos: ¡Hola, Luis! ¿Cómo estás? (Hallo Luis! Hoe gaat het met je?)
2. Luis: ¡Hola, Marcos! Todo bien, ¿y tú? (Hallo Marcos! Alles goed, en met jou?)
3. Marcos: Muy bien, gracias. Oye, ¿cuándo nos vemos para tomar algo después del trabajo? (Heel goed, bedankt. Hé, wanneer spreken we af om iets te drinken na het werk?)
4. Luis: ¿Qué te parece a las siete de la tarde? (Wat vind je van zeven uur 's avonds?)
5. Marcos: A las siete no puedo, tengo una reunión a las siete y cuarto. (Om zeven kan ik niet, ik heb een vergadering om kwart over zeven.)
6. Luis: Vale, ¿y a las ocho de la noche? (Okay, en om acht uur 's avonds?)
7. Marcos: A las ocho está perfecto. ¿Nos encontramos en el bar frente a tu oficina? (Om acht is perfect. Zullen we elkaar bij de bar tegenover jouw kantoor ontmoeten?)
8. Luis: Perfecto. ¿A qué hora terminas la reunión? (Perfect. Hoe laat is jouw vergadering afgelopen?)
9. Marcos: Termina a las ocho menos cuarto. (Die is om kwart voor acht afgelopen.)
10. Luis: Vale, así tienes tiempo para llegar al bar. (Goed, zo heb je genoeg tijd om naar de bar te komen.)
11. Marcos: Genial, entonces nos vemos a las nueve. (Top, dan zien we elkaar om negen uur.)

1. ¿Qué quieren hacer Marcos y Luis?

(Wat willen Marcos en Luis doen?)

2. ¿Por qué Marcos no puede quedar a las siete de la tarde?

(Waarom kan Marcos niet om zeven uur 's avonds afspreken?)