El pretérito indefinido se utiliza para hablar de acciones que ocurrieron y terminaron en el pasado.
(De pretérito indefinido wordt gebruikt om te praten over acties die in het verleden gebeurden en afgerond zijn.)
- We gebruiken de pretérito indefinido om te praten over afgeronde acties in het verleden.
- Om de pretérito indefinido te vormen van regelmatige werkwoorden die eindigen op "-ar" , voeg je de uitgangen toe: "-é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron" .
- Voor werkwoorden die eindigen op "-er" en "-ir" , voeg je de uitgangen toe: "-í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron" .
| Verbo -AR: Preguntar (Werkwoord -AR: vragen) | Verbo -IR, -ER: Vivir (Werkwoord -IR, -ER: leven) |
|---|---|
| Yo pregunté (Ik vroeg) | Yo viví (Ik leefde) |
| Tú preguntaste (Jij vroeg) | Tú viviste (Jij leefde) |
| Él/Ella preguntó (Hij/Zij vroeg) | Él/Ella vivió (Hij/Zij leefde) |
| Nosotros/as preguntamos (Wij vroegen) | Nosotros/as vivimos (Wij leefden) |
| Vosotros/as preguntasteis (Jullie vroegen) | Vosotros/as vivisteis (Jullie leefden) |
| Ellos/Ellas preguntaron (Zij vroegen) | Ellos/Ellas vivieron (Zij leefden) |
Uitzonderingen!
- Het accent is belangrijk in de eerste en derde persoon enkelvoud, omdat het het verschil laat zien tussen de tegenwoordige tijd en de pretérito indefinido.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ayer por la noche vi las noticias y ___ en el grupo de trabajo si alguien más había visto el mismo reportaje.
Gisteravond zag ik het nieuws en ___ in de werkgroep of nog iemand hetzelfde verslag had gezien.)2. El presentador habló muy rápido y nosotros no entendimos bien, pero luego ___ al jefe y él lo explicó.
De presentator sprak erg snel en wij begrepen niet goed, maar later ___ aan de baas en hij legde het uit.)3. Mis compañeros ___ en Madrid cuando empezó ese programa de televisión tan famoso.
Mijn collega’s ___ in Madrid toen dat zo beroemde televisieprogramma begon.)4. La semana pasada ___ un mensaje de la cadena de televisión y no reaccionaste hasta el día siguiente.
Vorige week ___ een bericht van de televisiezender en je reageerde pas de volgende dag.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Selecteer de juiste zin met behulp van de pretérito indefinido van regelmatige en onregelmatige werkwoorden, volgens de context en de regels van de verleden tijd.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd; verander het onderstreepte werkwoord van de tegenwoordige tijd naar de verleden tijd (voltooide handeling).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAyer pregunté muchas cosas al profesor.(Ayer pregunté muchas cosas al profesor.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEl año pasado viviste en Madrid con tu pareja.(El año pasado viviste en Madrid con tu pareja.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAyer Marta preguntó por el nuevo proyecto en la reunión.(Ayer Marta preguntó por el nuevo proyecto en la reunión.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAntes vivimos en Barcelona y trabajamos en el centro.(Antes vivimos en Barcelona y trabajamos en el centro.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Praat met een klasgenoot en vertel elkaar het nieuws dat jullie gisteren hebben gehoord.
- ¿Qué programa de noticias viste ayer y de qué trató? (Welk nieuwsprogramma heb je gisteren gezien en waar ging het over?)
- ¿Qué noticia te preocupó más y qué pensaste al escucharla? (Welk nieuws maakte je het meest ongerust en wat dacht je toen je het hoorde?)
- Ayer vi un programa de noticias; el presentador explicó… (Gisteren zag ik een nieuwsuitzending; de presentator legde uit…)
- El reportero habló de… y yo reaccioné así:… (De verslaggever sprak over… en ik reageerde zo:…)
- Recibí un mensaje con la noticia y llamé por teléfono a… (Ik kreeg een bericht met het nieuws en belde naar…)
- pretérito indefinido de verbos regulares -ar (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -ar)
- pretérito indefinido de verbos regulares -er (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -er)
- pretérito indefinido de verbos regulares -ir (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -ir)