El pretérito indefinido se utiliza para hablar de acciones que ocurrieron y terminaron en el pasado.

(De pretérito indefinido wordt gebruikt om te praten over acties die in het verleden gebeurden en afgerond zijn.)

Wanneer gebruik je pretérito indefinido?

Gebruik dit verleden tijd als je praat over een afgesloten actie in het verleden.

  • Begin en einde zijn duidelijk (of je ziet het als “klaar”).
  • Vaak met tijdwoorden zoals: ayer, anoche, el viernes pasado, hace dos años, en 2024.
Signaal Wat bedoel je? Voorbeeld
ayer / anoche één moment, klaar Ayer pregunté al jefe.
la semana pasada afgebakende periode La semana pasada vivimos en un hotel.
hace + tijd afstand in tijd (terugkijken) Hace dos años vivieron en Madrid.

Zo maak je de vorm (regelmatige werkwoorden)

Je neemt de stam (infinitief zonder -ar/-er/-ir) en je plakt de juiste uitgang erachter.

Type Uitgangen Mini-voorbeeld
-ar -é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron pregunt- + épregunté
-er / -ir -í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron viv- + íviví

De 3 snelle checks (zodat je bijna nooit fout zit)

  1. Check 1: tijdsignaal

    • Zie je ayer/anoche/la semana pasada/hace…? → grote kans op indefinido.
  2. Check 2: werkwoordtype

    • Eindigt het op -ar? Kies de -ar-uitgangen.
    • Eindigt het op -er/-ir? Kies de -rij.
  3. Check 3: persoon

    • yo → eindigt vaak op (bij -ar) of (bij -er/-ir).
    • él/ella → let op: (bij -ar) en -ió (bij -er/-ir).

Let extra op de accenten (heel belangrijk!)

In de 1e persoon enkelvoud en 3e persoon enkelvoud is het accent vaak het verschil tussen “heden” en “afgelopen”.

  • -ar: pregunté (ik vroeg) / preguntó (hij/zij vroeg)
  • -er/-ir: viví (ik woonde) / vivió (hij/zij woonde)
Correct (indefinido) Niet correct (andere vorm) Waarom?
Ayer pregunté al periodista. Ayer pregunte al periodista. Zonder accent is pregunte meestal subjuntivo (niet: afgesloten verleden).
Marta preguntó por el proyecto. Marta pregunto por el proyecto. Zonder accent lijkt het op ik vraag (tegenwoordig) i.p.v. hij/zij vroeg.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • 1) Verwarring met de tegenwoordige tijd

    • Anoche comimos… ✅
    • Anoche comemos… ❌ (tijdwoord is verleden, werkwoord staat in het heden)
  • 2) “yo” te vaak gebruiken

    • In het Spaans is het onderwerp vaak niet nodig: Viví en Madrid… (klinkt natuurlijk).
    • Gebruik yo vooral voor contrast/nadruk: Yo viví en Madrid, pero ella vivió en Sevilla.
  • 3) Verkeerde persoon kiezen

    • Viví = ik woonde
    • Viviste = jij woonde
    • Tip: vraag jezelf: wie deed de actie?

Snelle mini-samenvatting om te onthouden

  • Indefinido = klaar en afgerond in het verleden.
  • -ar-é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron
  • -er/-ir-í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron
  • Accent op -é / -ó / -í / -ió is essentieel.
  1. We gebruiken de pretérito indefinido om te praten over afgeronde acties in het verleden.
  2. Om de pretérito indefinido te vormen van regelmatige werkwoorden die eindigen op "-ar" , voeg je de uitgangen toe: "-é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron" .
  3. Voor werkwoorden die eindigen op "-er" en "-ir" , voeg je de uitgangen toe: "-í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron" .

 

Verbo -AR: Preguntar (Werkwoord -AR: vragen)Verbo -IR, -ER: Vivir (Werkwoord -IR, -ER: leven)
Yo pregunté (Ik vroeg)Yo viví (Ik leefde)
Tú preguntaste (Jij vroeg)Tú viviste  (Jij leefde)
Él/Ella preguntó (Hij/Zij vroeg)Él/Ella vivió  (Hij/Zij leefde)
Nosotros/as preguntamos (Wij vroegen)Nosotros/as vivimos  (Wij leefden)
Vosotros/as preguntasteis (Jullie vroegen)Vosotros/as vivisteis  (Jullie leefden)
Ellos/Ellas preguntaron (Zij vroegen)Ellos/Ellas vivieron  (Zij leefden)

Uitzonderingen!

  1. Het accent is belangrijk in de eerste en derde persoon enkelvoud, omdat het het verschil laat zien tussen de tegenwoordige tijd en de pretérito indefinido.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ayer por la noche vi las noticias y ___ en el grupo de trabajo si alguien más había visto el mismo reportaje.

Gisteravond zag ik het nieuws en ___ in de werkgroep of nog iemand hetzelfde verslag had gezien.)

2. El presentador habló muy rápido y nosotros no entendimos bien, pero luego ___ al jefe y él lo explicó.

De presentator sprak erg snel en wij begrepen niet goed, maar later ___ aan de baas en hij legde het uit.)

3. Mis compañeros ___ en Madrid cuando empezó ese programa de televisión tan famoso.

Mijn collega’s ___ in Madrid toen dat zo beroemde televisieprogramma begon.)

4. La semana pasada ___ un mensaje de la cadena de televisión y no reaccionaste hasta el día siguiente.

Vorige week ___ een bericht van de televisiezender en je reageerde pas de volgende dag.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Selecteer de juiste zin met behulp van de pretérito indefinido van regelmatige en onregelmatige werkwoorden, volgens de context en de regels van de verleden tijd.

1.
Fout: het woord is verkeerd gespeld. De juiste vorm is 'pregunté', met 'nt', niet 'preguté'.
Fout: er ontbreekt een accent in de eerste persoon enkelvoud. 'Pregunte' zonder accent is aanvoegende wijs; het moet 'pregunté' met accent zijn voor pretérito indefinido.
2.
Fout: 'viviste' is de vorm voor 'tú' (tweede persoon enkelvoud), maar het onderwerp hier is impliciet eerste persoon enkelvoud, dus dat komt niet overeen.
Fout: hoewel de vervoeging correct is, is de herhaling van 'yo' samen met het persoonlijk vervoegde werkwoord overbodig in het gesproken Spaans en klinkt in deze context overbodig.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd; verander het onderstreepte werkwoord van de tegenwoordige tijd naar de verleden tijd (voltooide handeling).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (ayer) Cada día yo pregunto muchas cosas al profesor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ayer pregunté muchas cosas al profesor.
    (Ayer pregunté muchas cosas al profesor.)
  2. Hint Hint (el año pasado) Normalmente tú vives en Madrid con tu pareja.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El año pasado viviste en Madrid con tu pareja.
    (El año pasado viviste en Madrid con tu pareja.)
  3. Hint Hint (ayer) Hoy Marta pregunta por el nuevo proyecto en la reunión.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ayer Marta preguntó por el nuevo proyecto en la reunión.
    (Ayer Marta preguntó por el nuevo proyecto en la reunión.)
  4. Hint Hint (antes) Nosotros vivimos en Barcelona y trabajamos en el centro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes vivimos en Barcelona y trabajamos en el centro.
    (Antes vivimos en Barcelona y trabajamos en el centro.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat met een klasgenoot en vertel elkaar het nieuws dat jullie gisteren hebben gehoord.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Ayer en la oficina comentamos un reportaje impactante de la televisión.
(Gisteren op kantoor bespraken we een aangrijpende tv-reportage.)

Bespreek
  • ¿Qué programa de noticias viste ayer y de qué trató? (Welk nieuwsprogramma heb je gisteren gezien en waar ging het over?)
  • ¿Qué noticia te preocupó más y qué pensaste al escucharla? (Welk nieuws maakte je het meest ongerust en wat dacht je toen je het hoorde?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ayer vi un programa de noticias; el presentador explicó… (Gisteren zag ik een nieuwsuitzending; de presentator legde uit…)
  • El reportero habló de… y yo reaccioné así:… (De verslaggever sprak over… en ik reageerde zo:…)
  • Recibí un mensaje con la noticia y llamé por teléfono a… (Ik kreeg een bericht met het nieuws en belde naar…)

Gebruik in gesprek
  • pretérito indefinido de verbos regulares -ar (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -ar)
  • pretérito indefinido de verbos regulares -er (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -er)
  • pretérito indefinido de verbos regulares -ir (pretérito indefinido van regelmatige werkwoorden op -ir)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage