Herken in de video: hobby, muziek, tekenen, vrije tijd, passie, fietsen maken, kunst, kunstenaar.
Reconoce en el vídeo: afición, música, dibujo, tiempo libre, pasión, hacer bicicletas, arte, artista.

Van je hobby hobby je beroep maken? Of toch maar die kantoorbaan?

1. Sommige mensen maken van hun hobby hun werk. (Algunas personas convierten su hobby en su trabajo.) Mostrar
2. Je kunt in het weekend DJ zijn als je van muziek houdt. (Puedes ser DJ el fin de semana si te gusta la música.) Mostrar
3. Als tekenen je hobby is, kun je tekeningen verkopen. (Si dibujar es tu hobby, puedes vender dibujos.) Mostrar
4. Wie van schilderen houdt, kan schilderijen verkopen of klusjes doen. (Quien ama pintar puede vender cuadros o hacer trabajos.) Mostrar
5. Wie goed voor anderen zorgt, wordt verpleegkundige. (Quien cuida bien de otros se convierte en enfermero.) Mostrar
6. Vind je de samenleving belangrijk? Dan kun je in de politiek gaan. (¿Te importa la sociedad? Entonces puedes dedicarte a la política.) Mostrar
7. Als je van techniek houdt, kun je code schrijven of met Lego spelen. (Si te gusta la tecnología, puedes escribir código o jugar con Lego.) Mostrar
8. Wie van boeken houdt en graag leest, kan leraar worden. (Quien ama los libros y leer puede convertirse en profesor.) Mostrar
9. Of je kiest voor een gewone kantoorbaan. (O eliges un trabajo de oficina normal.) Mostrar

Ejercicio 1: Preguntas de debate

Instrucción: Debatir las preguntas después de escuchar el audio o leer el texto.

  1. Noem alle hobby's uit de tekst.
  2. Nombra todos los hobbies del texto.
  3. Wat zijn jouw favoriete hobby's?
  4. ¿Cuáles son tus hobbies favoritos?
  5. Maak jij van je hobby je beroep?
  6. ¿Haces de tu hobby tu profesión?
  7. Ken je iemand die durf genoeg heeft om een eigen project te starten?
  8. ¿Conoces a alguien que tenga suficiente valor para iniciar su propio proyecto?