Leer Konditionalsätze Typ 0 in het Duits zoals "Wenn der Hund Hunger hat, frisst er das Futter." Begrijp situaties met "wenn" en reacties in het heden, zoals "frisst", "schläft", en "versteckt".
  1. Een voorwaardelijke zin type 0 bestaat uit twee delen: de als-zin (bijzin met werkwoord aan het einde) + de hoofdzin (werkwoord staat op de tweede positie).
  2. Beide werkwoorden staan in de tegenwoordige tijd.
  3. De volgorde is flexibel.
Situation (Wenn ...) (Situatie (Als ...))Reaktion (... dann) (Reactie (... dan))
Wenn der Hund Hunger hat,frisst er das Futter.
Wenn die Katze müde ist,schläft sie auf dem Sofa.
Wenn ich die Leine nehme,läuft der Hund zur Tür.
Wenn die Maus Angst hat,versteckt sie sich.

Uitzonderingen!

  1. In de bijzin met Wenn staat het werkwoord altijd aan het einde.

Oefening 1: Konditionalsätze Typ 0: Wenn … dann …

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

gebe, wohl, Gassi gehe, sich, kommt, Angst hat, trinkt, bekommt, freut, sieht, schläft, fühlt, mich, ist, riecht, läuft, versteckt, kümmere

1. Sein, schlafen:
Wenn die Katze müde ..., ... sie.
(Als de kat moe is, slaapt hij.)
2. Gassi gehen, freuen:
Wenn ich mit dem Hund ..., ... er sich.
(Als ik met de hond ga wandelen, wordt hij blij.)
3. Sehen, laufen:
Wenn der Hund die Leine ..., ... er zur Tür.
(Als de hond de riem ziet, loopt hij naar de deur.)
4. Angst haben, sich verstecken:
Wenn die Maus ..., ... sie ....
(Als de muis bang is, verbergt hij zich.)
5. Geben, trinken:
Wenn ich der Katze Wasser ..., ... sie.
(Als ik de kat water geef, drinkt ze.)
6. Sich kümmern, wohlfühlen:
Wenn ich ... um mein Haustier ..., ... es sich ....
(Als ik voor mijn huisdier zorg, voelt het zich prettig.)
7. Bekommen, sein:
Wenn die Schildkröte Sonne ..., ... sie aktiv.
(Als de schildpad zon krijgt, is hij actief.)
8. Riechen, kommen:
Wenn die Katze Futter ..., ... sie.
(Als de kat voer ruikt, komt hij.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Wenn der Hund Hunger hat, ___ er das Futter.

(Als de hond honger heeft, ___ hij het voer.)

2. Wenn die Katze müde ist, ___ sie auf dem Sofa.

(Als de kat moe is, ___ zij op de bank.)

3. Wenn ich die Leine ___, läuft der Hund zur Tür.

(Als ik de riem ___, rent de hond naar de deur.)

4. Wenn die Maus Angst hat, ___ sie sich.

(Als de muis bang is, ___ zij zich.)

5. Wenn die Vögel zwitschern, ___ wir sie im Garten.

(Als de vogels tjilpen, ___ wij ze in de tuin.)

6. Wenn das Kaninchen Durst hat, ___ es Wasser.

(Als het konijn dorst heeft, ___ het water.)

Konditionalsätze Typ 0: Wenn … dann … begrijpen

Deze les richt zich op de zogenaamde nultype voorwaardelijke zinnen in het Duits, ook wel Konditionalsätze Typ 0 genoemd. Het gaat om zinnen die situaties beschrijven waarin altijd hetzelfde gevolg optreedt nadat een bepaalde voorwaarde vervuld is.

Wat leer je in deze les?

  • Hoe je Duitse zinnen maakt die uit twee delen bestaan: een Wenn-Satz en een Hauptsatz.
  • De juiste woordvolgorde: in de Wenn-Satz staat het werkwoord aan het einde, in de Hauptsatz staat het werkwoord op de tweede plaats.
  • Dat beide delen in de tegenwoordige tijd (Präsens) worden gezet.
  • Dat de volgorde van de twee zinsdelen flexibel is – ze kunnen worden omgewisseld zonder van betekenis te veranderen.

Belangrijke woorden en structuren

Het Wenn-deel (de voorwaardelijke situatiedeel) begint met "Wenn" gevolgd door een onderwerp en het werkwoord aan het einde:

  • Wenn der Hund Hunger hat,
  • Wenn die Katze müde ist,

Het dan-deel (het gevolg) volgt meteen daarna met het werkwoord op tweede positie:

  • frisst er das Futter.
  • schläft sie auf dem Sofa.

Voorbeelden uit de les

Situatie (Wenn ...)Reactie (... dann)
Wenn der Hund Hunger hat,frisst er das Futter.
Wenn die Katze müde ist,schläft sie auf dem Sofa.
Wenn ich die Leine nehme,läuft der Hund zur Tür.
Wenn die Maus Angst hat,versteckt sie sich.

Verschillen en overeenkomsten met het Nederlands

In het Duits wordt de voorwaardelijke bijzin met "wenn" vaak gevolgd door een werkwoord aan het einde van die bijzin, terwijl in het Nederlands het werkwoord meestal meteen na het onderwerp komt. In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld: "Als de hond honger heeft, dan eet hij het voer." De Duitse zin sluit aan bij de Nederlandse structuur, maar de werkwoordvolgorde is strikt:

Duits: Wenn der Hund Hunger hat, frisst er das Futter.
Nederlands: Als de hond honger heeft, eet hij het voer.

Belangrijke woorden die je kunt oefenen zijn onder andere:

  • Wenn = als/of/zodra (voorwaarde)
  • dann hoeft niet altijd uitdrukkelijk genoemd te worden, de betekenis zit in de volgorde en context.
  • Präsens = tegenwoordige tijd: hat, frisst, schläft, nimmt, läuft, versteckt.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 15:20