Adjectieven: overeenkomst en plaats

Adjectifs: Accord et place


Les adjectifs en français s'accordent en genre (masculin/féminin) et en nombre (singulier/pluriel) avec le nom auquel ils se rapportent.

(Bijvoeglijke naamwoorden in het Frans komen in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en in getal (enkelvoud/meervoud) overeen met het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen.)

Wat moet je hier kunnen?

  • Een bijvoeglijk naamwoord (adjectif) correct laten meegaan met het woord dat je beschrijft: mannelijk/vrouwelijk en enkelvoud/meervoud.
  • Weten dat een adjectief in het Frans na of soms vóór het zelfstandig naamwoord staat.

Stap 1 — Zoek het “anker”: het zelfstandig naamwoord

Het adjectief past zich aan aan het zelfstandig naamwoord (nom), niet aan de persoon die spreekt.

  • homme = mannelijk
  • femme = vrouwelijk
  • filles = meervoud

Stap 2 — Maak het adjectief vrouwelijk (meestal: +e)

Basisregel: mannelijkvrouwelijk door +e.

Mannelijk Vrouwelijk Voorbeeld
grand grande un homme grand / une femme grande
petit petite le chien est petit / la fille est petite
joli jolie une moustache jolie

Let op: soms hoor je de e niet, maar je schrijft hem wel (petit → petite).

Stap 3 — Maak het meervoud (meestal: +s)

Basisregel: enkelvoud → meervoud met +s (bij naamwoorden én adjectieven).

Enkelvoud Meervoud Voorbeeld
grand grands des hommes grands
grande grandes des femmes grandes

Zelfcheck: zie je les of des? Dan is het bijna altijd meervoud → denk aan -s bij het adjectief.

Vier vormen in één oogopslag

  Singulier Pluriel
Mannelijk grand grands
Vrouwelijk grande grandes

Plaats van het adjectief: vóór, na of los?

  • Vaak staat het adjectief na het zelfstandig naamwoord: une femme grande, des cheveux longs.
  • Sommige korte, heel frequente adjectieven komen vaak vóór het zelfstandig naamwoord (zoals bij beschrijvingen van grootte/kwaliteit): un grand homme, une petite moustache.
  • Met être staat het adjectief meestal na het werkwoord en is het “los” van het naamwoord:
    • La fille est petite.
    • Les chiens sont petits.

Belangrijk: ook als het adjectief verder in de zin staat, blijft de regel hetzelfde: het moet overeenkomen met het naamwoord (genre + aantal).

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Vergeten dat “cheveux” meervoud is:
    • Elle a les cheveux long.
    • Elle a les cheveux longs.
  • Adjectief afstemmen op het lidwoord in plaats van op het naamwoord:
    • une petite bureau (bureau is mannelijk)
    • un petit bureau
  • Meervoud vergeten bij “les”:
    • Les filles sont petite.
    • Les filles sont petites.

Snelle checklist (10 seconden)

  1. Welk naamwoord beschrijf ik?
  2. Is dat naamwoord mannelijk of vrouwelijk?
  3. Is het enkelvoud of meervoud (let op: les/des)?
  4. Zet het adjectief in de juiste vorm: +e (vrouwelijk), +s (meervoud).
  1. Het bijvoeglijk naamwoord kan rechts of links van het zelfstandig naamwoord staan dat het begeleidt, of het kan door andere elementen van het zelfstandig naamwoord gescheiden zijn.
 Singulier (Enkelvoud)Pluriel (Meervoud)
Adjectifs indéfinis  (Onbepaalde bijvoeglijke naamwoorden)Un grand homme (Een grote man)Des grands hommes (Grote mannen)
Une grande femme (Een grote vrouw)Des grandes femmes (Grote vrouwen)
Adjectifs définis (Bepaalde bijvoeglijke naamwoorden)La fille est petite  (Het meisje is klein)Les filles sont petites  (De meisjes zijn klein)
Le chien est petit  (De hond is klein)Les chiens sont petits (De honden zijn klein)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Je cherche une collègue : c'est une ______ femme mince avec les cheveux longs.

Ik zoek een collega: het is een ______ slanke vrouw met lang haar.

2. Au service marketing, il y a deux jeunes hommes bruns et une ______ femme blonde.

Op de marketingafdeling zijn er twee jonge, donkerharige mannen en een ______ blondine vrouw.

3. Tu vois le directeur ? C'est le ______ homme chauve avec une petite moustache.

Zie je de directeur? Dat is de ______ kale man met een klein snorretje.

4. Dans mon équipe, les deux femmes sont petites mais les hommes sont ______ et minces.

In mijn team zijn de twee vrouwen klein, maar de mannen zijn ______ en slank.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het bijvoeglijk naamwoord in het juiste geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en in het juiste getal (enkelvoud/meervoud) te zetten, zoals in het voorbeeld: un grand homme → des grands hommes.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Un collègue est (petit).
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Un collègue est petit.
    (Un collègue est petit.)
  2. Une collègue est (petit).
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Une collègue est petite.
    (Une collègue est petite.)
  3. Les collègues sont (sérieux).
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Les collègues sont sérieux.
    (Les collègues sont sérieux.)
  4. Les collègues sont (sérieuse).
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Les collègues sont sérieuses.
    (Les collègues sont sérieuses.)
  5. C’est un (nouveau) employé.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    C’est un nouvel employé.
    (C’est un nouvel employé.)
  6. Ce sont des (nouveau) employées.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ce sont des nouvelles employées.
    (Ce sont des nouvelles employées.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Donia Ben Salem

Toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

zondag, 08/03/2026 13:49