Leer met deze les Franse adjectieven voor fysieke kenmerken zoals 'grand' (groot), 'mince' (slank), en haartypes zoals 'blonds' (blond), 'châtains' (kastanjebruin). Ontdek hoe je deze correct gebruikt in zinnen.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (19) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Rangschik deze woorden in twee categorieën: degenen die het haartype beschrijven en degenen die algemene fysieke kenmerken beschrijven.
Types de cheveux
Caractéristiques physiques générales
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Grand
Groot
2
Gros
Dik
3
Mettre
Zetten
4
Changer
Veranderen
5
Blond
Blond
Exercice 5: Gespreksoefening
Instruction:
- Beschrijf de mensen en dieren in de afbeeldingen. (Beschrijf de mensen en dieren op de foto's.)
- Beschrijf de persoon die naast je zit. (Beschrijf de persoon die naast je zit.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
La première femme a les cheveux blonds et courts. De eerste vrouw heeft kort blond haar. |
Il a les cheveux noirs et courts. Il se rase. Hij heeft kort zwart haar. Hij scheert zich. |
Le chien est très grand et mince. De hond is erg lang en dun. |
Claire est grande et a de longs cheveux blonds. Claire is lang en heeft lang blond haar. |
Il a les cheveux courts et foncés. Hij heeft kort donker haar. |
Il est très grand. Hij is erg lang. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ce monsieur ressemble beaucoup à son frère, il __ un visage carré.
(Deze meneer lijkt veel op zijn broer, hij __ een vierkant gezicht.)2. Je change de style parce que je __ mes cheveux blonds.
(Ik verander van stijl omdat ik __ mijn blonde haar mooi vind.)3. Tu ressembles à ta mère, tu __ les mêmes yeux verts.
(Jij lijkt op je moeder, jij __ dezelfde groene ogen.)4. Ils croient que la nouvelle coiffure __ leur personnalité.
(Zij geloven dat het nieuwe kapsel __ hun persoonlijkheid.)Oefening 8: Het uiterlijk van een nieuwe collega beschrijven
Instructie:
Werkwoordschema's
Rencontrer - Ontmoeten
Présent
- je rencontre
- tu rencontres
- il/elle rencontre
- nous rencontrons
- vous rencontrez
- ils/elles rencontrent
Ressembler - Lijken
Présent
- je ressemble
- tu ressembles
- il/elle ressemble
- nous ressemblons
- vous ressemblez
- ils/elles ressemblent
Changer - Veranderen
Présent
- je change
- tu changes
- il/elle change
- nous changeons
- vous changez
- ils/elles changent
Avoir - Hebben
Présent
- j'ai
- tu as
- il/elle a
- nous avons
- vous avez
- ils/elles ont
Croire - Denken
Présent
- je crois
- tu crois
- il/elle croit
- nous croyons
- vous croyez
- ils/elles croient
Aller - Gaan
Présent
- je vais
- tu vas
- il/elle va
- nous allons
- vous allez
- ils/elles vont
Oefening 9: Adjectifs: Accord et place
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Adjectieven: Overeenstemming en plaats
Toon vertaling Toon antwoordenpetits, grand, nouvelle, blond, rousses, vieilles, châtains, anciens
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ressembler lijken op Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') ressemble | ik lijk op |
(tu) ressembles | jij lijkt op |
(il/elle/on) ressemble | hij/zij/men lijkt op |
(nous) ressemblons | wij lijken op |
(vous) ressembles | jij lijkt op / u lijkt op |
(ils/elles) ressemblent | zij lijken op |
Changer veranderen Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') change | ik verander |
(tu) changes | jij verandert |
(il/elle/on) change | hij/zij/men verandert |
(nous) changeons | wij veranderen |
(vous) changez | jullie veranderen |
(ils/elles) changent | zij veranderen |
Croire geloven Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') je crois / j’ | ik geloof |
tu crois | jij gelooft |
(il/elle/on) il croit / elle croit / on croit | hij gelooft / zij gelooft / men gelooft |
nous croyons | wij geloven |
vous croyez | jullie geloven |
(ils/elles) ils croient / elles croient | (zij) zij geloven |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Les over het fysieke uiterlijk in het Frans
In deze les leer je hoe je personen kunt beschrijven op basis van hun fysieke kenmerken, met nadruk op het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en hun juiste plaats en overeenstemming in het Frans. Het niveau is A1, voor beginners, en de inhoud bevat praktische woordenschat en eenvoudige zinnen die je helpen dagelijkse situaties beter te begrijpen en te communiceren.
Wat je zult leren
- Bijvoeglijke naamwoorden: hoe ze passen bij het zelfstandig naamwoord in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud).
- De plaats van bijvoeglijke naamwoorden in een zin: meestal achter het zelfstandig naamwoord, behalve enkele uitzonderingen.
- Woorden om fysieke kenmerken te beschrijven zoals grand (groot), mince (slank), blond (blond), châtain (kastanjebruin), barbe (baard), moustache (snor).
Belangrijke woordgroepen en voorbeeldzinnen
Je leert vooral woorden om haar, baard en lichaamskenmerken te beschrijven:
- Elle a les cheveux blonds et longs.
- Mon grand frère est mince et a la barbe.
- Il est chauve et a une grosse moustache.
Ook oefen je met samengestelde zinnen, waarbij twee eigenschappen worden gecombineerd, bijvoorbeeld: Il a une barbe longue et bien soignée.
Oefening voor het classificeren van woorden
Je leert onderscheid maken tussen termen die haartypes beschrijven en algemene fysieke kenmerken:
- Typen haar: le blond, le châtain, le roux, la barbe, la moustache
- Algemene fysieke kenmerken: grand, petit, mince, gros
Dialogen in context
Door het volgen van korte dialogen leer je hoe je het uiterlijk van mensen beschrijft in alledaagse situaties zoals een feestje, in het park of over familieleden. Voorbeelden:
- "Elle est grande et elle a les cheveux blonds."
- "Il a les yeux bleus et une barbe."
Werkwoordsvervoegingen en context
Naast het vocabulaire oefen je ook met belangrijke werkwoorden die in deze context vaak voorkomen, zoals avoir, ressembler, changer, in de tegenwoordige tijd. Ze helpen bij het maken van zinnen over uiterlijk en eigenschappen.
Korte verhaaltjes om te beschrijven
Je krijgt een mini-verhaal waarbij je zinnen kunt invullen. Dit draagt bij aan het oefenen van typische uitdrukkingen en werkwoordsvormen in context.
Verschillen tussen Nederlands en Frans
In het Frans staan bijvoeglijke naamwoorden meestal ná het zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld les cheveux blonds, terwijl in het Nederlands het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord komt (blond haar). Let hier goed op bij het maken van zinnen.
Verder is de overeenstemming in geslacht en getal bij bijvoeglijke naamwoorden belangrijk in het Frans (bijv. blonds voor meervoud mannelijk, blonde voor vrouwelijk enkelvoud), iets wat in het Nederlands niet gebeurt.
Handige zinnen en woordjes
- Il/elle a... – Hij/zij heeft...
- être grand(e)/petit(e)/mince – groot/klein/slank zijn
- les cheveux – het haar
- la barbe / la moustache – de baard / de snor
- chauve – kaal
Door deze woorden en structuren te combineren, kun je makkelijk en natuurlijk iemand beschrijven in het Frans.