Deze les introduceert Franse bijwoorden van hoeveelheid en intensiteit zoals 'bien' (goed), 'beaucoup' (veel), 'peu' (weinig) en 'assez' (genoeg), die je gebruikt om de mate van een actie of toestand aan te geven.
  1. Deze bijwoorden zijn onveranderlijk, ze worden niet vervoegd in geslacht of getal.
AdverbesExemple
Bien (Goed)Elle parle bien anglais. (Ze spreekt goed Engels.)
Peu (Weinig)Il mange peu de légumes. (Hij eet weinig groenten.)
Beaucoup (Veel)Ils ont beaucoup d'amis. (Ze hebben veel vrienden.)
Assez (Genoeg)Je suis assez fatigué. (Ik ben best moe.)

Uitzonderingen!

  1. Hoeveelheids- en intensiteitsbijwoorden kunnen worden gecombineerd voor meer precisie. Voorbeeld: Il parle assez bien anglais.

Oefening 1: Les adverbes de quantité et d'intensité: "Bien", "Beaucoup", etc...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

peu, beaucoup, bien, assez

1.
La maison coûte un million d'euro. C'est ... d'argent.
(Het huis kost een miljoen euro. Dat is veel geld.)
2.
La voiture se vend à quatre cents euros. C'est ....
(De auto wordt verkocht voor vierhonderd euro. Dat is weinig.)
3.
Il voyage .... Il part une fois en vacances par an.
(Hij reist weinig. Hij gaat één keer per jaar op vakantie.)
4.
La robe coûte vingt euros et j'ai trente euros. J'ai ... d'argent.
(De jurk kost twintig euro en ik heb dertig euro. Ik heb genoeg geld.)
5.
Nous étudions l'anglais depuis dix ans, donc nous parlons ... anglais.
(We studeren al tien jaar Engels, dus we spreken goed Engels.)
6.
Elle lit .... Elle a une bibliothèque chez elle.
(Ze leest veel. Ze heeft een bibliotheek thuis.)
7.
J'achète cinq téléphones par année. C'est ...
(Ik koop vijf telefoons per jaar. Dat is veel)
8.
Si j'achètes sept paires de chaussettes, j'en ai ... pour la semaine.
(Als ik zeven paar sokken koop, heb ik er genoeg voor de week.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ça coûte _____ trop cher pour mon budget.

(Dat kost _____ veel te duur voor mijn budget.)

2. Je préfère payer _____ plutôt qu'avec la carte bancaire.

(Ik betaal _____ liever dan met de bankkaart.)

3. Le prix est _____ élevé, mais c'est un bon produit.

(De prijs is _____ hoog, maar het is een goed product.)

4. Il _____ des billets de vingt euros.

(Hij _____ biljetten van twintig euro.)

5. Je mange _____ de légumes parce que je n'aime pas ça.

(Ik eet _____ groenten omdat ik dat niet lekker vind.)

6. Elle _____ par carte bancaire pour plus de sécurité.

(Ze _____ met de bankkaart voor meer veiligheid.)

Les adverbes de quantité et d'intensité: "Bien", "Beaucoup", etc...

In deze les leer je hoe je Franse bijwoorden van hoeveelheid en intensiteit gebruikt. Deze woorden geven aan hoeveel iets gebeurt of de sterkte van een handeling of toestand. Ze zijn essentieel om je uitdrukkingen nauwkeuriger en natuurlijker te maken.

Wat leer je in deze les?

  • Gebruik van bijwoorden zoals bien, peu, beaucoup, en assez.
  • Hoe deze bijwoorden niet veranderen in vorm, ongeacht geslacht of getal.
  • Hoe je bijwoorden kunt combineren om preciezere betekenissen te maken, bijvoorbeeld: Il parle assez bien anglais.

Voorbeeldzinnen

BijwoordVoorbeeld
BienElle parle bien anglais.
PeuIl mange peu de légumes.
BeaucoupIls ont beaucoup d'amis.
AssezJe suis assez fatigué.

Belangrijke kenmerken

  • Deze bijwoorden veranderen nooit (invariable), ze worden niet aangepast aan geslacht of meervoud.
  • Ze kunnen kwantiteit (hoeveelheid) of intensiteit van een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord aangeven.
  • Combinatie van deze bijwoorden verrijkt je taalgebruik en helpt je nauwkeuriger uit te drukken wat je bedoelt.

Verschillen tussen het Frans en het Nederlands

In het Nederlands gebruiken we ook bijwoorden van hoeveelheid en intensiteit, zoals 'goed', 'weinig', 'veel', en 'genoeg'.

  • Het Franse bien betekent niet alleen 'goed' maar kan ook de manier waarop iets gedaan wordt benadrukken, bijvoorbeeld: Elle parle bien anglais (Zij spreekt goed Engels).
  • Peu betekent 'weinig', vergelijkbaar met het Nederlandse woord maar in het Frans staat het vaak direct voor het zelfstandig naamwoord of werkwoord.
  • Beaucoup betekent 'veel'. Let op dat het gebruik ervan anders kan zijn dan 'veel' in het Nederlands, bijvoorbeeld bij het aantal vrienden: Ils ont beaucoup d'amis.
  • Assez betekent 'genoeg' of 'tamelijk'. Het kan ook een mate aangeven zoals 'redelijk' of 'best wel'.

Deze bijwoorden helpen je om nuances toe te voegen bij het spreken en schrijven, waardoor je communicatie duidelijker en natuurlijker wordt.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 10:24