Leer hoe je in het Frans vragen stelt met 'Est-ce que' voor ja/nee-vragen en de vraagwoorden 'quel, quelle, quels, quelles' die je gebruikt om informatie te vragen, zoals in "Quel âge as-tu?" of "Quels cadeaux préfères-tu?".
  1. "Quel" wordt gebruikt voor een open vraag (vrij antwoord) en "est-ce que" voor een gesloten vraag (ja of nee).
  2. Est-ce que wordt gebruikt om een vraag in te leiden.
  3. "Quel" stemt overeen met het zelfstandig naamwoord: "quel", "quelle", "quels", "quelles".
  4. Wanneer je een vraag vormt, wissel je het onderwerp en het werkwoord om.
Forme (Vorm)Exemple (Voorbeeld)
Est-ce que + sujet + verbeEst-ce que tu as un cadeau? (Heb je een cadeau?)
Quel (masculin singulier) + nomQuel âge as-tu? (Hoe oud ben je?)
Quelle (féminin singulier) + nomQuelle année? (Welke jaar?)
Quels (masculin pluriel) + nomQuels cadeaux préfères-tu? (Welke cadeaus geef je de voorkeur?)
Quelles (féminin pluriel) + nomQuelles fêtes célébrez-vous? (Welke feesten vieren jullie?)
Verbe + sujetÊtes-vous contents (Bent u tevreden)? 

Uitzonderingen!

  1. "Quel" is niet beperkt tot vragen, terwijl de uitdrukking "est-ce que" alleen in vragen wordt gebruikt.
  2. Bij inversie van het onderwerp en de werkwoord, wanneer het werkwoord begint met een klinker of een stomme h, voegen we een "t" toe om de uitspraak te vergemakkelijken: Quel âge as-t-il?

Oefening 1: Les mots interrogatifs: "Est-ce que" et "Quel"

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Quel, Est-ce que, Quelle, Quelles, Quels

1.
... est ton nom ?
(Wat is jouw naam?)
2.
... tu es espagnol ?
(Ben je Spaans?)
3.
... âge as-tu ?
(Hoe oud ben jij?)
4.
... cadeaux as-tu eu ?
(Welke cadeaus heb je gekregen?)
5.
... grand-mère prépare le gâteau d'anniversaire ?
(Welke grootmoeder bereidt de verjaardagstaart?)
6.
... cousines sont à ton anniversaire ?
(Welke nichten zijn er op jouw verjaardag?)
7.
... année es-tu né ?
(In welk jaar ben je geboren?)
8.
... tu vis en Espagne ?
(Woon je in Spanje?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ________ tu as un gâteau pour l'anniversaire ?

(________ heb je een taart voor de verjaardag?)

2. ________ âge as-tu aujourd’hui ?

(________ leeftijd heb je vandaag?)

3. ________ tu prépares une fête pour ton anniversaire ?

(________ bereid je een feest voor jouw verjaardag voor?)

4. ________ année est-ce que tu fêtes aujourd’hui ?

(________ jaar vier je vandaag?)

5. ________ cadeaux préfères-tu recevoir pour ton anniversaire ?

(________ cadeaus ontvang je het liefst voor je verjaardag?)

6. ________ fêtes célèbres-tu avec tes amis ?

(________ feesten vier je met je vrienden?)

Les Mots Interrogatifs: « Est-ce que » en « Quel »

In deze les leer je hoe je vragen stelt in het Frans met behulp van de woorden en constructies « est-ce que » en « quel ». Deze vormen zijn essentieel om informatie effectief te kunnen opvragen en het gesprek gaande te houden. De les richt zich op basisniveau (A1), waardoor de uitleg eenvoudig en helder is, met praktische voorbeelden.

Gebruik van « Est-ce que »

« Est-ce que » is een veelgebruikte formule om ja/nee-vragen te stellen. Het wordt voor een zin geplaatst en verandert de volgorde van de woorden niet:

  • Est-ce que tu as un cadeau? (Heb jij een cadeau?)

Deze constructie is handig voor gesloten vragen, waarbij het antwoord ja of nee is.

Gebruik van « Quel » en vervoegingen

« Quel » wordt gebruikt om open vragen te stellen, dus wanneer het antwoord niet beperkt is tot ja of nee. Het wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord en past zich aan in geslacht en getal:

  • Quel âge as-tu? (Hoe oud ben je?)
  • Quelle année? (Welk jaar?)
  • Quels cadeaux préfères-tu? (Welke cadeaus heb je liever?)
  • Quelles fêtes célébrez-vous? (Welke feestdagen vier je?)

Let op de verbuiging: quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud), quelles (vrouwelijk meervoud).

Inversie van onderwerp en werkwoord

Een andere manier om vragen te formuleren is door het omkeren van het onderwerp en het werkwoord, bijvoorbeeld Êtes-vous contents? (Bent u tevreden?).

Als de werkwoordsvorm begint met een klinker of een stille h, wordt er tussen het werkwoord en het onderwerp een 't' toegevoegd om de uitspraak gemakkelijker te maken, zoals in Quel âge as-t-il?.

Verschillen met het Nederlands

In het Nederlands gebruiken we vaak intonatie of vraagwoorden zoals « welk » om vragen te stellen, vergelijkbaar met het Franse « quel ». Voor ja/nee-vragen gebruiken we simpelweg de omkering van onderwerp en werkwoord zonder een invoegsel zoals « est-ce que ». De Franse « est-ce que » maakt de vraag expliciet herkenbaar, wat soms helpt om duidelijkheid te creëren.

Enkele handige Franse vraagwoorden en hun Nederlandse equivalenten:

  • Quel / Quelle / Quels / Quelles – welk / welke
  • Est-ce que – (wordt in het Nederlands niet letterlijk vertaald, maar staat voor de vorming van een ja/nee-vraag)
  • Âge – leeftijd
  • Cadeau – cadeau
  • Année – jaar
  • Fête – feest

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 10:58