Leer in deze les het gebruik van de futur proche met het werkwoord aller, zoals in 'je vais manger' en 'tu vas éternuer', om toekomstige acties in het Frans uit te drukken.
  1. In de ontkenning staat het werkwoord aller tussen de twee ontkenningswoorden. Voorbeeld: Je ne vais pas rester ici.
Conjugaison de AllerExemples
Je vais + infinitifJe vais manger à vingt heures.  (Ik ga eten om twintig uur.)
Tu vas + infinitifTu vas éternuer dans le jardin.  (Je gaat in de tuin niezen.)
Il/ Elle/ On va + infinitifIl va voir le médecin.  (Hij gaat naar de dokter.)
Nous allons + infinitifNous allons tousser trois fois.  (Wij gaan drie keer hoesten.)
Vous allez + infinitifVous allez éternuer tous les deux.  (Jullie gaan allebei niezen.)
Ils/ Elles vont + infinitifElles vont se moucher souvent.  (Zij gaan zich vaak de neus snuiten.)

Oefening 1: Le futur proche : "Aller" + Infinitif

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

vont, allez, allons, vas, va, vais

1.
Ils ... avoir le nez qui coule cet hiver.
(Ze gaan deze winter een loopneus krijgen.)
2.
Nous ... souffrir d'un mal de ventre.
(We gaan last van buikpijn krijgen.)
3.
Je ... tousser bientôt.
(Ik ga binnenkort hoesten.)
4.
Ils ... se moucher.
(Ze gaan zich de neus snuiten.)
5.
Vous ... éternuer à cause de l'allergie.
(Je gaat niezen vanwege de allergie.)
6.
Il ... se reposer ce soir.
(Hij gaat vanavond uitrusten.)
7.
Je ... aller à l'hôpital.
(Ik ga naar het ziekenhuis.)
8.
Tu ... voir le docteur.
(Je gaat naar de dokter.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je ___ prendre un médicament pour la fièvre.

(Ik ___ een medicijn nemen tegen koorts.)

2. Tu ___ aller chez le médecin demain.

(Jij ___ morgen naar de dokter.)

3. Nous ne ___ pas éternuer dans la salle d’attente.

(Wij ___ niet niezen in de wachtkamer.)

4. Il ___ se moucher parce qu’il a le nez qui coule.

(Hij ___ zijn neus snuiten omdat hij een loopneus heeft.)

5. Vous ___ consulter le docteur cet après-midi.

(U ___ de dokter deze namiddag raadplegen.)

6. Ils ___ tousser un peu à cause de l’allergie.

(Zij ___ wat hoesten door de allergie.)

Le futur proche met "Aller" + Infinitief

Deze les behandelt een van de meest gebruikte manieren om in het Frans over de nabije toekomst te spreken: het futur proche. Hierbij wordt het werkwoord aller (gaan) vervoegd gevolgd door een infinitief van een ander werkwoord. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'gaan' + werkwoord, bijvoorbeeld 'ik ga eten'.

Ontleding van de vervoeging van "aller"

Vervoeging van AllerVoorbeelden
Je vais + infinitiefJe vais manger à vingt heures. 
Tu vas + infinitiefTu vas éternuer dans le jardin. 
Il/Elle/On va + infinitiefIl va voir le médecin. 
Nous allons + infinitiefNous allons tousser trois fois. 
Vous allez + infinitiefVous allez éternuer tous les deux. 
Ils/Elles vont + infinitiefElles vont se moucher souvent. 

Gebruik en betekenis

Het futur proche wordt gebruikt om acties te beschrijven die binnenkort zullen plaatsvinden, zoals plannen of directe toekomstverwachtingen.

Negatieve vorm

Bij de ontkenning wordt het werkwoord aller geplaatst tussen de twee negatiewoorden ne ... pas, bijvoorbeeld:
Je ne vais pas rester ici.

Belangrijke vocabulaire en uitdrukkingen

  • vais – ik ga
  • vas – jij gaat
  • va – hij/zij/men gaat
  • allons – wij gaan
  • allez – jullie/u gaat
  • vont – zij gaan
  • manger – eten
  • éternuer – niezen
  • voir le médecin – de dokter zien
  • tousser – hoesten
  • se moucher – neus snuiten

Verschillen tussen het Nederlands en Frans

In het Frans wordt het futur proche gevormd met het werkwoord aller gevolgd door een infinitief, wat letterlijk vertaald kan worden als 'gaan' + werkwoord. In het Nederlands gebruiken we ook 'gaan' + infinitief, bijvoorbeeld 'ik ga eten', echter wordt in het Frans deze vorm vaker gebruikt voor de nabije toekomst, zelfs vaker dan het directe toekomende tijdsvormen zoals 'je mangerai'.

Nuttige Nederlandse uitdrukkingen voor het leren van dit Franse onderwerp zijn onder andere: ik ga, jij gaat, wij gaan als directe vertalingen van respectievelijk je vais, tu vas, en nous allons.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Azéline Perrin

bacheloropleiding in toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 23:16