Aanwijzende voornaamwoorden (deze, die, dit, dat)
Haal je boekAanwijzende voornaamwoorden verwijzen naar zelfstandige naamwoorden, zoals 'deze' en 'dit'.
- Gebruik 'deze' en 'dit' voor zaken dichtbij, en 'die' en 'dat' voor zaken verder weg.
- Het aanwijzend voornaamwoord komt overeen met het geslacht en artikel van het woord.
| de-woord | het-woord | |
|---|---|---|
| Dichtbij | deze | dit |
| Veraf | die | dat |
Uitzonderingen!
- Verkleinwoorden hebben altijd het artikel 'het' en gebruiken dus altijd 'dit' of 'dat'.
- Meervouden hebben altijd het artikel 'de' en gebruiken dus altijd 'deze' of 'die'.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Kijk, ___ cirkel op het scherm is blauw en die cirkel aan de muur is rood. Kijk, dit cirkel op het scherm is blauw en die cirkel aan de muur is rood.
2. Ik wil ___ vierkant groter maken, maar dat vierkant op de tekening moet klein blijven. Ik wil dit vierkant groter maken, maar dat vierkant op de tekening moet klein blijven.
3. ___ rechthoeken hier zijn heel breed, maar die lijnen daar zijn smal. Deze rechthoeken hier zijn heel breed, maar die lijnen daar zijn smal.
4. Vind jij ___ kleine vierkantje mooi of vind je dat vierkantje op de andere foto mooier? Vind jij dit kleine vierkantje mooi of vind je dat vierkantje op de andere foto mooier?
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en vul deze, dit, die of dat in om te laten zien of iets dichtbij of ver weg is (let op: de-woorden, het-woorden, meervoud en verkleinwoorden).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
(deze) Ik wil graag ______ tafel bij het raam kopen.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk wil graag deze tafel bij het raam kopen.
-
(dat) Kijk, ______ appartement daar op de hoek is heel modern.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldKijk, dat appartement op die hoek is heel modern.
-
(deze) Vind jij ______ stoelen hier in de vergaderruimte ook zo comfortabel?⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldVind jij deze stoelen hier in de vergaderruimte ook zo comfortabel?
-
(dit) Ik vind ______ kantoortje boven in het gebouw te klein.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk vind dit kantoortje boven in het gebouw te klein.
-
(die) Weet jij van wie ______ lampen daar aan het plafond zijn?⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWeet jij van wie die lampen daar aan het plafond zijn?
-
(dit) Ik neem ______ bureau naast het raam; jij kunt ______ bureau daar nemen.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk neem dit bureau naast het raam; jij kunt dat bureau daar nemen.