A1.27 - Vormen en figuren
Vormen en figuren
1. Taalonderdompeling
A1.27.1 Activiteit
Wolkenkrabbers in ons platte land
3. Grammatica
A1.27.2 Grammatica
Aanwijzende voornaamwoorden (deze, die, dit, dat)
Belangrijk werkwoord
Zetten (zetten)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Nieuwe meubels voor het kantoor
Woorden om te gebruiken: rechthoek, driehoekige, recht, breed, lijn, vierkant, licht, cirkel, hoge, zetten
(Nieuwe meubels voor het kantoor)
Ons bedrijf krijgt nieuwe meubels. In de lunchruimte komt een grote tafel. De tafel is niet rond, maar heeft de vorm van een . De poten zijn en het tafelblad is lang en . Naast de tafel we tien stoelen. De stoelen zijn en makkelijk te verplaatsen.
Aan de muur hangt straks een nieuw logo. Het logo heeft een en een . Onder het logo komt een smalle zwarte . In de hoek van de ruimte staat een lamp met een kap. Sommige collega’s vinden de lamp mooi, andere collega’s vinden de lage lamp beter. We zetten deze meubels volgende week in het kantoor.
-
Beschrijf de tafel in de lunchruimte: welke vorm heeft hij en hoe is het tafelblad?
-
Wat hangt er aan de muur en welke vormen zie je in het logo?
-
Welke lamp vind jij mooier: een hoge lamp of een lage lamp? Leg in één of twee zinnen uit waarom.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ deze zware doos op de lage tafel.
2. Hij ___ dat lichte vierkant op de hoge kast.
3. Wij ___ deze stoelen in een cirkel in de kamer.
4. ___ jij die smalle rechthoek naast dit grote vierkant?
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Nieuwe eettafel kopen bij IKEA
Klant: Show Hallo, ik zoek een eettafel, niet te groot en niet te hoog.
Winkelmedewerker: Show We hebben een ronde tafel, een cirkel, en een vierkante tafel; wat vindt u mooier?
Klant: Show Ik wil graag een ronde tafel, een cirkel, met smalle poten, dat vind ik mooi en licht.
Winkelmedewerker: Show Prima, ik zet de ronde tafel even voor u klaar bij de kassa.
Open vragen:
1. Welke vorm tafel vind jij mooi voor jouw huis?
2. Is een hoge tafel of een lage tafel beter voor jou? Waarom?
Vorm van een nieuw logo bespreken
Collega Mark: Show Sara, voor de nieuwsbrief wil ik een simpel logo met een rechte lijn en een vierkant.
Collega Sara: Show Ik vind een driehoek met een kromme lijn leuker, dat is speelser.
Collega Mark: Show Hmm, ik vind een cirkel eigenlijk ook mooi, die is rustig en simpel.
Collega Sara: Show Laten we dan de cirkel nemen, ik zet de cirkel straks in het document.
Open vragen:
1. Welke vorm kies jij voor een simpel logo: cirkel, vierkant of driehoek? Waarom?
2. Vind jij rechte lijnen mooier of kromme lijnen?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent op kantoor. Jij en een collega kiezen een nieuw logo voor jullie afdeling. Jij wilt een simpel logo met één vorm. Zeg welk logo jij mooi vindt en waarom. (Gebruik: de cirkel, simpel, mooi)
Ik vind
Voorbeeld:
Ik vind de cirkel mooi. Hij is simpel en rustig.
2. Je bent in een meubelwinkel en zoekt een kleine tafel voor je studio. Je praat met de verkoper. Zeg welke vorm tafel je wilt en waarom. (Gebruik: de rechthoek, smal, klein)
Ik wil graag
Voorbeeld:
Ik wil graag een rechthoekige tafel. De tafel is smal en past in mijn kleine kamer.
3. Je plant een teamdag. Jullie willen buiten een spel doen met lijnen op de grond. Leg kort uit welke lijn jij handig vindt voor het spel. (Gebruik: de lijn, recht, makkelijk)
Voor het spel
Voorbeeld:
Voor het spel wil ik een rechte lijn op de grond. Dat is makkelijk voor iedereen.
4. Je bent thuis en hangt een nieuwe lamp op. Je partner vraagt: 'Hoe ziet de lamp eruit?' Beschrijf kort de vorm van de lamp. (Gebruik: het vierkant, hoog, licht)
De lamp is
Voorbeeld:
De lamp is vierkant. Hij is hoog en geeft veel licht.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 regels over de vormen en meubels in jouw kantoor of huis en vertel welke vorm jij het mooist vindt.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn kantoor/huis staat... / Ik vind deze vorm mooi, omdat... / Aan de muur hangt... / Naast de tafel staat...
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze. (Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze.)
- Maak een dialoog waarin je naar voorkeuren vraagt. Kleinere of grotere auto's, .... ? (Maak een dialoog waarin je naar voorkeuren vraagt. Kleinere of grotere auto's, ...?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Deze auto is klein en oud. |
|
Die auto is groter en nieuwer. |
|
De jongens dragen bredere broeken. |
|
Welke auto heb je liever? |
|
Ik geef de voorkeur aan een kleinere maar modernere auto. |
|
Ik geef de voorkeur aan oude auto's. |
|
Ik geef de voorkeur aan gebakken voedsel boven gefrituurd voedsel. |
| ... |