Een gewone zin heeft vaste volgorde met onderwerp, persoonsvorm, tijd, lijdend voorwerp, plaats.
- Structuur: onderwerp + persoonsvorm + tijd + lijdend voorwerp + plaats.
| Plaats | Voorbeeld | Toelichting |
|---|---|---|
| 1e plaats | Pedro | Onderwerp |
| 2e plaats | eet | Persoonsvorm |
| 3e plaats | om 12 uur | Tijd |
| 4e plaats | een banaan | Lijdend voorwerp |
| 5e plaats | op het werk. | Plaats |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Ik controleer nu uw paspoort ___.
2. We gaan straks door de beveiliging ___.
3. De stewardess geeft straks de veiligheidsinstructies ___.
4. Ik weet morgen de vertrektijd van mijn vlucht ___.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Zet de zinsdelen in de goede volgorde volgens het schema: onderwerp + persoonsvorm + tijd + lijdend voorwerp + plaats.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
Eet / in de kantine / Sara / om half één / een broodje.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSara eet om half één een broodje in de kantine.
-
Schrijf / mijn collega / vanavond / een e-mail / op kantoor.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn collega schrijft vanavond een e-mail op kantoor.
-
Koopt / op zaterdag / ik / nieuwe kleren / in de stad.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk koop op zaterdag nieuwe kleren in de stad.
-
Drinken / in de vergadering / we / om tien uur / koffie.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWe drinken om tien uur koffie in de vergadering.