A2.25.2 - Betrekkelijke voornaamwoorden (die, dat, wat, wie)
Betrekkelijke voornaamwoorden (die, dat, wat, wie)
Verbindt twee zinnen met die, dat, wat, wie.
- Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt een zin of bijzin met een voorafgaand woord of zinsdeel.
- Je gebruikt ze om iets te zeggen over personen, dieren of zaken.
- Gebruik het juiste betrekkelijk voornaamwoord door te kijken of het om een de-woord of een het-woordgaat, en of het enkelvoud of meervoud is.
| de-woord | het-woord | |
|---|---|---|
| Enkelvoud (Enkelvoud) | die De persoon die je daar ziet, is vegetarisch. (De persoon die die je daar ziet, is vegetariër.) | dat Het dieet dat ik volg, is evenwichtig. (Het dieet dat ik volg, is uitgebalanceerd.) |
| Meervoud (Meervoud) | die De snacks die ik kocht, zijn gezond. (De snacks die ik kocht, zijn gezond.) | die De ingrediënten die je toevoegt, zijn verkeerd. (De ingrediënten die je toevoegt, zijn verkeerd.) |
Uitzonderingen!
- Wie en wat zijn betrekkelijke voornaamwoorden die zelfstandig gebruikt worden. Bijvoorbeeld: Wie veel sport, is gezond.
- Gebruik wat na onbepaalde woorden zoals alles of iets.
Oefening 1: Betrekkelijke voornaamwoorden (die, dat, wat, wie)
Instructie: Vul het juiste woord in.
wat, Wie, dat, die
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met het correcte betrekkelijk voornaamwoord om de zinnen correct te verbinden.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen. Maak van twee zinnen één zin met het juiste betrekkelijk voornaamwoord: die, dat, wat of wie.
-
Ik heb een dieet. Het dieet is heel streng.
-
Ik zoek een diëtist. De diëtist luistert goed naar mijn klachten.⇒ _______________________________________________ ExampleIk zoek een diëtist die goed naar mijn klachten luistert.
-
Ik eet nu minder snacks. De snacks waren altijd erg vet.⇒ _______________________________________________ ExampleIk eet nu minder snacks die altijd erg vet waren.
-
Ik vertel je alles. Alles is belangrijk voor je advies.⇒ _______________________________________________ ExampleIk vertel je alles wat belangrijk is voor je advies.
-
Ik heb een salade. De salade is niet zo lekker.
-
Ik heb een vraag. De vraag gaat over vegetarisch eten.⇒ _______________________________________________ ExampleIk heb een vraag die over vegetarisch eten gaat.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage