Verbindt twee zinnen met die, dat, wat, wie.

Wat doet een betrekkelijk voornaamwoord precies?

  • Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt twee zinnen.
  • Het verwijst terug naar een woord: de antecedent.

Voorbeeld

  • Ik volg een dieet. Het dieet is niet zo streng. →
    Ik volg een dieet dat niet zo streng is.

Met dat zeg je: “ik heb het over dat dieet van net”.

Stap 1 – Kies tussen die en dat

Regel: kijk alleen naar het woord waarnaar je verwijst (de antecedent).

Soort woord Enkelvoud Meervoud
de-woord die die
het-woord dat die

Voorbeelden

  • de collega → de collega die naast mij zit
  • het dieet → het dieet dat ik volg
  • de snacks → de snacks die ik meeneem
  • de ingrediënten → de ingrediënten die we nodig hebben

Stap 2 – Wat en wie: speciale gevallen

Wie

  • Verwijst naar personen, maar zonder een zelfstandig naamwoord ervoor.
  • Vaak: “Wie …, …”

Voorbeelden

  • Wie veel sport, voelt zich fitter.
  • Wie gezond eet, heeft meer energie.

Wat

  • Na onbepaalde woorden als: alles, iets, niets, veel, weinig.
  • Ook na een hele zin.

Voorbeelden met onbepaalde woorden

  • Ik lees alles wat over voeding gaat.
  • Ik zoek iets wat snel en gezond is.
  • Hij eet weinig wat echt voedzaam is.

Voorbeelden na een hele zin

  • Ik ben gestopt met frisdrank, wat best moeilijk was.
  • Ze werkt nu thuis, wat handig is voor haar gezin.

Typische twijfel: die/dat of wat?

Let op dit verschil:

  • Na een normaal zelfstandig naamwoord: meestal die/dat.
  • Na alles, iets, niets, veel, weinig: wat.

Goed:

  • Het boek dat ik lees, gaat over gezonde voeding.
  • Alles wat ik lees, gaat over gezonde voeding.

Fout (spreektaal, maar in schrijftaal vermijden):

  • Alles dat ik lees…Alles wat ik lees…

Stap 3 – Snelle keuzehulp in 3 vragen

  1. Verwijs ik naar een gewoon zelfstandig naamwoord?
    → Ja: ga naar vraag 2.  Nee: ga naar vraag 3.
  2. Is dat woord een de- of het-woord, enkelvoud of meervoud?
    • de-woord, enkelvouddie
    • de-woord, meervouddie
    • het-woord, enkelvouddat
    • het-woord, meervouddie
  3. Verwijs ik naar ‘alles, iets, niets, veel, weinig’ of naar een hele zin?
    • → Gebruik wat.

En: gebruik wie als je naar personen verwijst zonder zelfstandig naamwoord.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • ‘dat’ bij de-woorden
    De collega dat naast mij zit …
    → De collega die naast mij zit …
  • ‘wat’ na gewone zelfstandige naamwoorden
    Het dieet wat ik volg …
    → Het dieet dat ik volg …
  • ‘die’ of ‘dat’ zelfstandig gebruiken
    Die gezond eet, voelt zich beter.
    Wie gezond eet, voelt zich beter.

Let op de woordvolgorde in de bijzin

  • In de bijzin met die/dat/wat/wie staat het persoonlijk werkwoord achteraan.

Voorbeelden

  • De collega die naast mij zit, eet altijd salade.
  • Het tussendoortje dat ik meestal neem, is fruit.
  • Alles wat ik gisteren heb gegeten, was gezond.
  • Wie regelmatig sport, slaapt beter.

Zelfcheck: kan ik dit al?

Beantwoord voor jezelf:

  1. Kan ik bij een zelfstandig naamwoord snel bepalen of het een de- of het-woord is?
  2. Kan ik uitleggen wanneer ik die, dat, wat en wie gebruik?
  3. Let ik op dat het werkwoord achteraan in de bijzin komt?

Tip om te oefenen

  • Schrijf 5 zinnen over je werk of studie waarin je één zin uitbreidt met die / dat / wat / wie.
  • Controleer voor elke zin: naar welk woord verwijs ik, en waarom heb ik hier dit betrekkelijk voornaamwoord gekozen?
  1. Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt een zin of bijzin met een voorafgaand woord of zinsdeel.
  2. Je gebruikt ze om iets te zeggen over personen, dieren of zaken.
  3. Gebruik het juiste betrekkelijk voornaamwoord door te kijken of het om een de-woord of een het-woordgaat, en of het enkelvoud of meervoud is.
 de-woordhet-woord
Enkelvoud

die

De persoon die je daar ziet, is vegetarisch.

dat

Het dieet dat ik volg, is evenwichtig.

Meervoud

die

De snacks die ik kocht, zijn gezond.

die

De ingrediënten die je toevoegt, zijn verkeerd.

Uitzonderingen!

  1. Wie en wat zijn betrekkelijke voornaamwoorden die zelfstandig gebruikt worden. Bijvoorbeeld: Wie veel sport, is gezond.
  2. Gebruik wat na onbepaalde woorden zoals alles of iets.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. De vegetarische cliënt ___ ik morgen zie, wil een dieet zonder frisdrank.


2. Het tussendoortje ___ ik nu eet, is een typisch Nederlands volkorenkoekje.


3. Alles ___ ik vandaag eet, staat in het schema van mijn nieuwe dieet.


4. ___ regelmatig een sport beoefent, valt vaak af en voelt zich energieker.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met het correcte betrekkelijk voornaamwoord om de zinnen correct te verbinden.

1.
'Wat' gebruik je niet na een de-woord zoals 'persoon'.
'Dat' is fout, want 'persoon' is een de-woord en hier enkelvoud; het moet 'die' zijn.
2.
'Wat' is hier niet juist omdat 'dieet' een bepaald het-woord is, geen onbepaald woord.
'Die' is fout omdat dat voor de-woorden wordt gebruikt; hier hoort 'dat'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen. Maak van twee zinnen één zin met het juiste betrekkelijk voornaamwoord: die, dat, wat of wie.

Toon/verberg hints
  1. Ik heb een dieet. Het dieet is heel streng.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik heb een dieet dat heel streng is.
  2. Ik zoek een diëtist. De diëtist luistert goed naar mijn klachten.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik zoek een diëtist die goed naar mijn klachten luistert.
  3. Ik eet nu minder snacks. De snacks waren altijd erg vet.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik eet nu minder snacks die altijd erg vet waren.
  4. Ik vertel je alles. Alles is belangrijk voor je advies.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik vertel je alles wat belangrijk is voor je advies.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel kort over je eetgewoontes en geef elkaar praktisch advies.

Situatie
Je bespreekt met een collega tijdens de lunch hoe jullie gezonder kunnen eten.

Bespreek
  • Welk tussendoortje eet je vaak, en waarom vind je het (on)gezond?
  • Noem iemand die gezond leeft en beschrijf wat die persoon precies doet of vermijdt.

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Een tussendoortje dat ik vaak neem is fruit.
  • Het ingrediënt dat ik vermijd, is veel suiker.
  • Alles wat ik eet probeer ik zo gezond mogelijk te kiezen.

Gebruik in gesprek
  • die + de-woord (enkelvoud/meervoud)
  • dat + het-woord (enkelvoud)
  • wat/wie na onbepaalde woorden (alles, iets, iemand)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:47