1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (13)

Het tussendoortje

Het tussendoortje Show

Het tussendoortje Show

Het ingrediënt

Het ingrediënt Show

Het ingrediënt Show

Het dieet

Het dieet Show

Het dieet Show

De frisdrank

De frisdrank Show

De frisdrank Show

Gezond eten

Gezond eten Show

Gezond eten Show

Evenwichtig

Evenwichtig Show

Evenwichtig Show

Vegetarisch

Vegetarisch Show

Vegetarisch Show

De vegetariër

De vegetariër Show

De vegetariër Show

Een sport beoefenen

Een sport beoefenen Show

Een sport beoefenen Show

Hydrateren

Hydrateren Show

Hydrateren Show

Zich wegen

Zich wegen Show

Zich wegen Show

Afvallen

Afvallen Show

Afvallen Show

Typisch

Typisch Show

Typisch Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nieuwsbrief van de bedrijfs-kantine: Gezonde week

Woorden om te gebruiken: vol, tussendoortje, evenwichtig, frisdrank, dieet, hydrateren, sport, gezond

(Nieuwsbrief van de bedrijfs-kantine: Gezonde week)

Volgende week organiseert de kantine van ons kantoor een gezonde week. Elke dag staat er een ander menu op het bord dat je helpt om te eten. Op maandag is er vegetarische pasta met veel groenten. Dinsdag kun je kiezen voor zalm met salade. Woensdag serveren we een linzensoep die lang een gevoel geeft.

We willen dat collega’s minder drinken. Daarom is water met citroen gratis. Zo kun je je goed tijdens je werkdag. Als verkopen we vanaf nu alleen fruit en een handje noten. Het dat wij aanbieden is niet streng, maar wel : je eet nog steeds lekker, maar ook verstandig. Wie een beoefent, krijgt op vrijdag 10% korting op de lunch.

  1. Wat kun je op maandag en dinsdag in de kantine eten?

  2. Waarom geeft de kantine gratis water met citroen?

  3. Wat is er veranderd aan de tussendoortjes in de kantine?

  4. Vind jij het makkelijk of moeilijk om op je werk gezond te eten? Leg uit.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Vroeger ___ ik drie keer per week met een collega die ook wilde afvallen.


2. We hadden een schema dat we elke maandag, woensdag en vrijdag samen ___ .


3. Op zondag ___ ik mezelf altijd op de weegschaal die in de badkamer stond.


4. Na een maand merkte ik dat de kilo’s die ik teveel ___ langzaam verdwenen.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent bij de huisarts. Je bloeddruk is een beetje hoog en de huisarts vraagt naar jouw eetgewoontes. Leg kort uit wat voor dieet je nu volgt. (Gebruik: het dieet, gezond eten, vaak / soms)

Met mijn dieet probeer ik  

Voorbeeld:

Met mijn dieet probeer ik gezond te eten: ik eet veel groente en fruit en ik drink weinig frisdrank.

2. Je zit met collega’s in de lunchruimte. Eén collega haalt elke dag een frietje. Jij wilt iets zeggen over gezond eten op het werk en wat een typisch gezonde lunch voor jou is. (Gebruik: gezond eten, typisch, brood / salade)

Voor mij is gezond eten  

Voorbeeld:

Voor mij is gezond eten een typische Nederlandse lunch met volkoren brood, kaas, komkommer en een stuk fruit erbij.

3. Je wilt graag een paar kilo afvallen en belt een diëtist voor advies. Leg kort uit wat je nu al doet: hoeveel je beweegt en welke sport je beoefent. (Gebruik: afvallen, een sport beoefenen, drie keer per week)

Om af te vallen probeer ik  

Voorbeeld:

Om af te vallen probeer ik drie keer per week een sport te beoefenen. Ik ga dan hardlopen in het park en ik eet ’s avonds minder pasta.

4. Je bent op bezoek bij vrienden. Iemand biedt jou een glas frisdrank en een zoet tussendoortje aan, maar jij wilt liever iets evenwichtigs. Reageer beleefd en zeg wat je liever drinkt en eet. (Gebruik: de frisdrank, het tussendoortje, evenwichtig)

Liefer dan frisdrank neem ik  

Voorbeeld:

Liever dan frisdrank neem ik een glas water of thee, want ik vind dat evenwichtiger. Als tussendoortje eet ik graag een appel of wat noten.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over hoe jij op je werk of tijdens je studie gezonder wilt eten en wat je ongeveer per dag wilt eten en drinken.

Nuttige uitdrukkingen:

Op mijn werk wil ik graag ... / Meestal eet ik ... maar ik wil liever ... / Het is moeilijk om gezond te eten, omdat ... / Mijn ideale gezonde dagmenu is ...

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Wat eet je elke dag voor ontbijt, lunch en diner? Eet je sommige van de voedingsmiddelen op de foto's? (Wat eet je elke dag als ontbijt, lunch en avondeten? Eet je sommige voedingsmiddelen van de foto's?)
  2. Kijk je meestal naar de ingrediëntenlijst wanneer je voedsel in de supermarkt koopt? (Kijk je meestal naar de ingrediëntenlijst als je voedsel koopt in de supermarkt?)
  3. Zou je je eetgewoonten als gezond of juist ongezond beschrijven? (Zou je jouw eetgewoonten als gezond of eerder ongezond beschrijven?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ik heb nog nooit eerder dieet gevolgd. Hoewel ik vegetariër ben, dus ik eet geen vlees.

Ik heb in het verleden enkele diëten geprobeerd, maar ik vond het niet leuk. Ik probeer nu actiever te zijn.

Ik kijk altijd naar de ingrediënten. Ik controleer de suiker en het zout in het eten.

Ik eet meestal erg gezond, maar soms neem ik wat chocolade.

Ik heb een goede balans tussen ongezond en gezond eten.

Ik eet behoorlijk ongezond. Ik ga binnenkort op dieet.

...