Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e

Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e


Een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak een -e, maar niet altijd.

Wanneer krijgt het bijvoeglijk naamwoord een -e?

Denk in 2 stappen. Zo voorkom je twijfel.

  1. Staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord?
    • Ja → ga naar stap 2.
    • Nee (bijv. na zijn/worden) → meestal géén -e.
  2. Welk “woordje ervoor” staat er?
    • de / het / deze / dit / die / dat / mijn / jouw / onzewél -e
    • een + het-woordgéén -e
Context Uitgang Voorbeeld
de-woord (met de) -e de snelle trein
het-woord (met het) -e het dikke boek
meervoud (altijd de) -e de mooie huizen
een + de-woord -e een nieuwe auto
een + het-woord geen -e een dik boek

De valkuil: ‘een’ is niet altijd zonder -e

Veel cursisten onthouden: “na een geen -e”. Dat klopt alleen bij het-woorden.

  • een + de-woord-e: een snelle trein, een goede fiets
  • een + het-woordgeen -e: een nieuw plan, een rustig hotel

Zelfcheck: kun je er het voor zetten? Dan is het vaak zonder -e na een.

  • een nieuw plan → (het plan) ✓
  • een nieuw auto → (het auto) ✗ → dus: een nieuwe auto

Aanwijzen en bezit: bijna altijd -e

Na deze woorden krijgt het bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord bijna altijd -e.

  • deze / dit / die / dat: deze brede weg, dat leuke boek
  • mijn / jouw / zijn / haar / onze / jullie / hun: mijn nieuwe collega, onze duurzame keuze

Let op: het aanwijzend woord moet ook kloppen met de/het.

  • de weg → deze weg / die weg
  • het boek → dit boek / dat boek

Na zijn/worden: géén -e (beschrijving)

Als het bijvoeglijk naamwoord niet vóór een zelfstandig naamwoord staat, maar iets beschrijft, gebruik je meestal geen -e.

  • De trein is snel.
  • Het verkeer wordt druk.
  • De rit is kort.

Vergelijk:

  • de snelle trein (voor een zelfstandig naamwoord → -e)
  • de trein is snel (na zijn → geen -e)

‘Wat …!’: ook zonder -e

In uitroepen met Wat gebruik je vaak een bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig woord. Dan: geen -e.

  • Wat lief van je!
  • Wat goed!

Snelle checklist (1 zin)

  1. Staat er een zelfstandig naamwoord achter? Zo ja → meestal -e.
  2. Is het “een + het-woord”? Dan → geen -e.
  3. Staat het na zijn/worden of na “Wat”? Dan → geen -e.
  1. Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak vóór het zelfstandige naamwoord.
  2. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt meestal een -e.
Woordeinde  Voorbeeld
+eEnkelvoudde
het
de grote hond
het dikke boek
Meervouddede mooie huizen
Met 'een'de-woordeneen grote hond
 deze, dit, die, dat + bijvoeglijk naamwoorddeze grote auto
dit schattige kind
dat leuke boek
 bezittelijk voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoordmijn nieuwe auto
jouw oude huis
onze mooie auto
-Met 'een'het-woordeneen dik boek
 Zijn + wordenHij wordt groot.
Ik ben erg ziek.
 Een zelfstandig bijvoeglijk naamwoord na "wat"Wat lief van je!
Wat goed!

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik heb een nieuwe elektrische ___ gekocht voor mijn dagelijkse rit naar kantoor.


2. In deze ___ zone mogen alleen stille elektrische auto’s parkeren.


3. Mijn vaste ___ naar het werk is kort, maar ik neem toch graag de snelle trein.


4. Voor een lang weekend koop ik altijd een ___ treinkaartje.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin met het juiste gebruik van het bijvoeglijk naamwoord, met of zonder -e, passend bij de context van dagelijks vervoer.

1.
Bij een de-woord moet het bijvoeglijk naamwoord een -e krijgen: 'snelle' in plaats van 'snel'.
Na 'een' moet het bijvoeglijk naamwoord bij een de-woord ook een -e krijgen: 'snelle', niet 'snel'.
2.
Zonder lidwoord moet het bijvoeglijk naamwoord bij een de-woord ook een -e krijgen, maar hier ontbreekt het lidwoord, waardoor de zin onvolledig klinkt.
Na 'een' bij een de-woord moet het bijvoeglijk naamwoord een -e krijgen: 'nieuwe', niet 'nieuw'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen en gebruik het bijvoeglijk naamwoord met de juiste uitgang (-e of geen -e). Let op het lidwoord (de/het/een), deze/dat/deze/die en de werkwoorden zijn/worden.

Toon/verberg hints
  1. Ik koop een (nieuw) laptop.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik koop een nieuwe laptop.
  2. Wij zoeken een (goed) restaurant. Het restaurant is niet zo duur.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij zoeken een goed restaurant. Het restaurant is niet zo duur.
  3. Dat is een (mooi) huis. Het huis is heel (mooi).
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dat is een mooi huis. Het huis is heel mooi.
  4. Mijn (nieuw) collega komt morgen. Hij is nog (nieuw) hier.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn nieuwe collega komt morgen. Hij is hier nog nieuw.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Kies samen het beste duurzame vervoermiddel en leg je keuze uit.

Situatie
Je bespreekt met een collega dagelijks vervoer naar het nieuwe kantoor.

Bespreek
  • Welk vervoermiddel vind jij het meest duurzaam en waarom?
  • Welke voordelen heeft het openbaar vervoer in jouw stad? Noem 2 voorbeelden.

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • de elektrische auto
  • het openbaar vervoer
  • de groene zone, duurzaam vervoer

Gebruik in gesprek
  • de/het + bijvoeglijk naamwoord met -e (de groene zone, het drukke verkeer)
  • een + bijvoeglijk naamwoord zonder -e bij het-woorden (een klein probleem)
  • zijn/worden + bijvoeglijk naamwoord zonder -e (het is duur, het wordt makkelijk)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 25/03/2026 08:25