Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e

Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e


Een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak een -e, maar niet altijd.

Wanneer krijgt het bijvoeglijk naamwoord een -e?

  • Meestal wél -e als het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat.
  • Alleen géén -e in een paar vaste situaties (zie hieronder). Dat zijn de momenten waar het vaak misgaat.

Snel beslisschema (in 3 stappen)

  1. Staat het bijvoeglijk naamwoord ná “zijn / worden”?

    • Dan: géén -e → Hij wordt moe. Ik ben ziek.
  2. Staat er “een” vóór het zelfstandig naamwoord?

    • de-woordwél -e → een grote hond, een nieuwe collega
    • het-woordgéén -e → een dik boek, een nieuw abonnement
  3. Staat er “de/het”, “dit/deze/die/dat” of een bezittelijk woord (mijn/jouw/onze…)?

    • Dan: wél -e → de snelle trein, dit belangrijke gesprek, mijn nieuwe auto

Overzicht: -e of geen -e (met typische valkuilen)

Context Uitkomst Goed Fout
de-woord (enkelvoud) met de -e de drukke dag de druk dag
het-woord (enkelvoud) met het -e het dikke boek het dik boek
meervoud (altijd met de) -e de mooie huizen de mooi huizen
een + de-woord -e een leuke collega een leuk collega
een + het-woord geen -e een rustig hotel een rustige hotel
dit/deze/die/dat + zelfstandig naamwoord -e dit belangrijke gesprek dit belangrijk gesprek
mijn/jouw/onze… + zelfstandig naamwoord -e onze nieuwe afspraak onze nieuw afspraak
na zijn/worden (predicatief) geen -e Hij wordt moe. Hij wordt moeë.

De lastigste keuze: “een” + het-woord

Hier gaat het vaak fout, omdat je toch een bijvoeglijk naamwoord ziet vóór een zelfstandig naamwoord.

  • een + het-woordzonder -e
  • Voorbeelden (werkcontext)

    • een nieuw project
    • een belangrijk punt
    • een duidelijk voorstel
    • een rustig hotel

“Wat + bijvoeglijk naamwoord!”

  • Bij een uitroep met wat gebruik je vaak een bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig woord.
  • Dan: geen -e
  • Wat goed!
  • Wat lief van je!
  • Wat jammer!

Zelfcheck: klopt jouw -e?

  1. Staat het woord vóór een zelfstandig naamwoord? Zo nee → vaak geen -e (bijv. na zijn/worden).

  2. Zie je “een”? Dan is de vraag: de-woord (wél -e) of het-woord (geen -e).

  3. Zie je de/het, dit/deze/die/dat, mijn/jouw/onze? Dan bijna altijd wél -e.

Tip: als je twijfelt bij “een + …”, zoek het woord op (de/het). Dat voorkomt de meeste fouten.

  1. Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak vóór het zelfstandige naamwoord.
  2. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt meestal een -e.
Woordeinde  Voorbeeld
+eEnkelvoudde
het
de grote hond
het dikke boek
Meervouddede mooie huizen
Met 'een'de-woordeneen grote hond
 deze, dit, die, dat + bijvoeglijk naamwoorddeze grote auto
dit schattige kind
dat leuke boek
 bezittelijk voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoordmijn nieuwe auto
jouw oude huis
onze mooie auto
-Met 'een'het-woordeneen dik boek
 Zijn + wordenHij wordt groot.
Ik ben erg ziek.
 Een zelfstandig bijvoeglijk naamwoord na "wat"Wat lief van je!
Wat goed!

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. We hebben een duurzaam plan: je kunt met een ___ fiets naar het werk komen.


2. Ik wil graag een ___ abonnement voor het openbaar vervoer, maar ik twijfel nog.


3. Deze ___ zone is alleen voor fietsers en wandelaars.


4. Wat ___ dat je vandaag met de trein reist!


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de woordgroep en zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm (met -e of zonder -e), zoals in het voorbeeld: het (nieuw) kantoor → het nieuwe kantoor.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. de (druk) dag op kantoor
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    de drukke dag op kantoor
  2. een (leuk) collega
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    een leuke collega
  3. een (rustig) hotel in het centrum
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    een rustig hotel in het centrum
  4. dit (belangrijk) gesprek
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    dit belangrijke gesprek

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 22:54