Een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak een -e, maar niet altijd.

(Un bijvoeglijk naamwoord prende spesso una -e, ma non sempre.)

Quando l’aggettivo olandese prende -e? La regola base

In olandese l’aggettivo cambia forma a seconda del nome che segue.

  • Quasi sempre l’aggettivo prende -e.
  • Solo in alcuni casi l’aggettivo resta senza -e.

Pensa così:

  • Forma lunga (con -e) = uso normale.
  • Forma corta (senza -e) = poche situazioni specifiche.

Passo 1 – De-woord o het-woord?

La scelta di -e dipende dal tipo di sostantivo:

Tipo di nome Articolo Esempio
de-woord de de hond, de auto, de weg
het-woord het het boek, het huis, het kind

Consiglio pratico: memorizza il sostantivo sempre con il suo articolo: de auto, het boek. Ti servirà per scegliere la -e.

Passo 2 – La regola d’oro: quasi sempre con -e

Quando l’aggettivo sta davanti al sostantivo, di solito prende -e.

  • de + aggettivo + nome → -e
  • het + aggettivo + nome → -e
  • de (plurale) + aggettivo + nome → -e
Olandese Italiano Perché?
de grote hond il cane grande de-woord + agg. → -e
het dikke boek il libro spesso het-woord + agg. → -e
de mooie huizen le case belle plurale con de → -e

Se vedi de o het davanti al nome, quasi sempre l’aggettivo sarà con -e.

Passo 3 – Quando si usa SEMPRE la -e (anche senza de/het)

Ci sono casi in cui l’aggettivo prende -e anche senza de/het subito prima.

  • dopo een con i de-woorden
  • dopo i dimostrativi: deze, die, dit, dat
  • dopo i possessivi: mijn, jouw, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun
Struttura Esempio NL Traduzione IT
een + agg. + de-woord een grote hond un cane grande
deze/dit/die/dat + agg. + nome deze grote auto questa macchina grande
possessivo + agg. + nome mijn nieuwe auto la mia macchina nuova

Schema visivo:

  • de / het / een (de-woord) / deze / dit / die / dat / possessivo → aggettivo con -e.

Passo 4 – Le tre situazioni SENZA -e

Qui arrivano i punti davvero importanti: quando l’aggettivo non prende -e.

  1. 1. Con “een” + het-woord

    • een + aggettivo + het-woordsenza -e
    Corretto Errato
    een dik boek een dikke boek
    een rustig hotel een rustige hotel
  2. 2. Con “zijn” o “worden”

    Quando l’aggettivo viene dopo i verbi zijn (essere) o worden (diventare), resta senza -e.

    Olandese Italiano
    Hij is groot. Lui è alto/grande.
    Hij wordt groot. Lui diventa grande.
    Ik ben ziek. Io sono malato.

    Qui l’aggettivo funziona come in italiano: “sono stanco”, “è felice”. Non c’è -e finale.

  3. 3. Esclamazioni con “Wat …!”

    Quando l’aggettivo è usato da solo dopo wat in un’esclamazione, resta senza -e.

    Olandese Italiano
    Wat lief van je! Che carino da parte tua!
    Wat goed! Che bene! / Ottimo!

Schema riassuntivo veloce

Contesto De/het Aggettivo Esempio
de + agg. + nome de +e de grote hond
het + agg. + nome het +e het dikke boek
plurale con de de +e de mooie huizen
een + agg. + de-woord een +e een grote hond
een + agg. + het-woord een – (senza -e) een dik boek
deze / dit / die / dat + agg. + nome +e dit leuke boek
possessivo + agg. + nome +e mijn nieuwe auto
zijn / worden + agg. – (senza -e) Het is duur.
Wat + agg.! – (senza -e) Wat aardig!

Attenzione ai falsi amici per italofoni

  • In italiano l’aggettivo cambia per genere/numero. In olandese l’aggettivo cambia soprattutto per de/het e per la presenza di articoli/pronomi.
  • Non guardare il genere italiano del nome. Conta solo se in olandese è de o het.
Italiano Olandese Nota
una casa moderna een modern huis het-woord con een → senza -e
una macchina nuova een nieuwe auto de-woord con een → con -e

Mini test di autocontrollo

Per ogni frase, chiediti a voce alta:

  1. Viene un nome subito dopo l’aggettivo?
    • Se no (es. con zijn/worden): probabilmente senza -e.
    • Se : vai alla domanda 2.
  2. Che articolo/parola c’è prima?
    • de, het, deze, dit, die, dat, possessivo → aggettivo con -e.
    • een → vai alla domanda 3.
  3. Con “een”: il nome è de-woord o het-woord?
    • de-woord → aggettivo con -e (een grote hond).
    • het-woord → aggettivo senza -e (een dik boek).

Cosa dovresti saper fare ora

  • Riconoscere se un sostantivo è de o het e capire che effetto ha sull’aggettivo.
  • Usare correttamente la -e con de/het, een, deze/dit/die/dat e i possessivi.
  • Lasciare l’aggettivo senza -e dopo zijn / worden e nelle esclamazioni con Wat …!.
  • Controllare in autonomia le tue frasi con il mini test di autocontrollo qui sopra.

Se questi punti ti sono chiari, sei pronto a usare gli aggettivi nelle conversazioni senza dover ripensare ogni volta alla regola.

  1. Gli aggettivi si trovano spesso prima del sostantivo.
  2. L’aggettivo prende di solito una -e.
Woordeinde (Fine della parola)  Voorbeeld (Esempio)
+eEnkelvoud (Singolare)de
het
de grote hond
het dikke boek
Meervoud (Plurale)dede mooie huizen
Met 'een'de-woordeneen grote hond
 deze, dit, die, dat + bijvoeglijk naamwoorddeze grote auto
dit schattige kind
dat leuke boek
 bezittelijk voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoordmijn nieuwe auto
jouw oude huis
onze mooie auto
-Met 'een'het-woordeneen dik boek
 Zijn + wordenHij wordt groot.
Ik ben erg ziek.
 Een zelfstandig bijvoeglijk naamwoord na "wat"Wat lief van je!
Wat goed!

Esercizio 1: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la risposta corretta

1. Ik heb een nieuwe elektrische ___ gekocht voor mijn dagelijkse rit naar kantoor.

Ik heb een nieuwe elektrische ___ gekocht voor mijn dagelijkse rit naar kantoor.)

2. In deze ___ zone mogen alleen stille elektrische auto’s parkeren.

In deze ___ zone mogen alleen stille elektrische autos parkeren.)

3. Mijn vaste ___ naar het werk is kort, maar ik neem toch graag de snelle trein.

Mijn vaste ___ naar het werk is kort, maar ik neem toch graag de snelle trein.)

4. Voor een lang weekend koop ik altijd een ___ treinkaartje.

Voor een lang weekend koop ik altijd een ___ treinkaartje.)

Esercizio 2: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la frase corretta con l'uso giusto dell'aggettivo con o senza -e, adatto al contesto dei trasporti quotidiani.

1.
Con un de-woord l'aggettivo deve avere la -e: 'veloce' e non 'veloc'.
Dopo 'un' l'aggettivo di un de-woord deve anch'esso avere la -e: 'veloce', non 'veloce'.
2.
Senza articolo l'aggettivo in un de-woord deve anch'esso avere la -e, ma qui manca l'articolo, quindi la frase suona incompleta.
Dopo 'una' in un de-woord l'aggettivo deve avere la -e: 'nuova', non 'nuovo'.

Esercizio 3: Riscrivi le frasi

Istruzione: Riscrivi le frasi e usa l'aggettivo con la desinenza corretta (-e oppure senza -e). Fai attenzione all'articolo (de/het/een), a questo/quello/questi/quelli e ai verbi zijn/worden.

Mostra/Nascondi traduzione Mostra/Nascondi suggerimenti
  1. Ik koop een (nieuw) laptop.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik koop een nieuwe laptop.
    (Ik koop een nieuwe laptop.)
  2. Wij zoeken een (goed) restaurant. Het restaurant is niet zo duur.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij zoeken een goed restaurant. Het restaurant is niet zo duur.
    (Wij zoeken een goed restaurant. Het restaurant is niet zo duur.)
  3. Dat is een (mooi) huis. Het huis is heel (mooi).
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dat is een mooi huis. Het huis is heel mooi.
    (Dat is een mooi huis. Het huis is heel mooi.)
  4. Mijn (nieuw) collega komt morgen. Hij is nog (nieuw) hier.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn nieuwe collega komt morgen. Hij is hier nog nieuw.
    (Mijn nieuwe collega komt morgen. Hij is hier nog nieuw.)

Esercizio 4: La grammatica in azione

Istruzione: Scegliete insieme il mezzo di trasporto più sostenibile e spiegate la vostra scelta.

Mostra/Nascondi traduzione
Situazione
Je bespreekt met een collega dagelijks vervoer naar het nieuwe kantoor.
(Discuti con un collega del tragitto giornaliero verso il nuovo ufficio.)

Discutere
  • Welk vervoermiddel vind jij het meest duurzaam en waarom? (Quale mezzo di trasporto ritieni più sostenibile e perché?)
  • Welke voordelen heeft het openbaar vervoer in jouw stad? Noem 2 voorbeelden. (Quali vantaggi ha il trasporto pubblico nella tua città? Fai due esempi.)

Parole e frasi utili
  • de elektrische auto (l'auto elettrica)
  • het openbaar vervoer (il trasporto pubblico)
  • de groene zone, duurzaam vervoer (la zona verde, trasporto sostenibile)

Usare in conversazione
  • de/het + bijvoeglijk naamwoord met -e (de groene zone, het drukke verkeer) (de/het + aggettivo con -e (de groene zone, het drukke verkeer))
  • een + bijvoeglijk naamwoord zonder -e bij het-woorden (een klein probleem) (een + aggettivo senza -e con i sostantivi het (een klein probleem))
  • zijn/worden + bijvoeglijk naamwoord zonder -e (het is duur, het wordt makkelijk) (zijn/worden + aggettivo senza -e (het is duur, het wordt makkelijk))

Scritto da

Questo contenuto è stato progettato e revisionato dal team pedagogico di coLanguage. Chi siamo

Profile Picture

Kato De Paepe

Business e lingue

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Ultimo aggiornamento:

Giovedì, 05/03/2026 07:56