Een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak een -e, maar niet altijd.
(Un
- Los adjetivos suelen ir antes del sustantivo.
- El adjetivo normalmente recibe una -e.
| Woordeinde (Terminación de la palabra) | Voorbeeld (Ejemplo) | ||
|---|---|---|---|
| +e | Enkelvoud (Singular) | de het | de grote hond het dikke boek |
| Meervoud (Plural) | de | de mooie huizen | |
| Met 'een' | de-woorden | een grote hond | |
| deze, dit, die, dat + bijvoeglijk naamwoord | deze grote auto dit schattige kind dat leuke boek | ||
| bezittelijk voornaamwoord + bijvoeglijk naamwoord | mijn nieuwe auto jouw oude huis onze mooie auto | ||
| - | Met 'een' | het-woorden | een dik boek |
| Zijn + worden | Hij wordt groot. Ik ben erg ziek. | ||
| Een zelfstandig bijvoeglijk naamwoord na "wat" | Wat lief van je! Wat goed! |
Ejercicio 1: Opción múltiple
Instrucción: Elige la respuesta correcta
1. Ik heb een nieuwe elektrische ___ gekocht voor mijn dagelijkse rit naar kantoor.
He comprado una nueva bicicleta eléctrica ___ para mi trayecto diario al trabajo.)2. In deze ___ zone mogen alleen stille elektrische auto’s parkeren.
En esta ___ zona solo se permiten aparcar coches eléctricos silenciosos.)3. Mijn vaste ___ naar het werk is kort, maar ik neem toch graag de snelle trein.
Mi ___ habitual al trabajo es corto, pero aun así me gusta tomar el tren rápido.)4. Voor een lang weekend koop ik altijd een ___ treinkaartje.
Para un fin de semana largo siempre compro un ___ billete de tren.)Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la oración correcta con el uso adecuado del adjetivo con o sin -e, según el contexto del transporte diario.
Ejercicio 3: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones y usa el adjetivo con la terminación correcta (-e o sin -e). Fíjate en el artículo (de/het/een), este/esa/estos/esas y los verbos zijn/worden.
-
Ik koop een (nieuw) laptop.⇒ _______________________________________________ ExampleIk koop een nieuwe laptop.(Ik koop een nieuwe laptop.)
-
Wij zoeken een (goed) restaurant. Het restaurant is niet zo duur.⇒ _______________________________________________ ExampleWij zoeken een goed restaurant. Het restaurant is niet zo duur.(Wij zoeken een goed restaurant. Het restaurant is niet zo duur.)
-
Dat is een (mooi) huis. Het huis is heel (mooi).⇒ _______________________________________________ ExampleDat is een mooi huis. Het huis is heel mooi.(Dat is een mooi huis. Het huis is heel mooi.)
-
Mijn (nieuw) collega komt morgen. Hij is nog (nieuw) hier.⇒ _______________________________________________ ExampleMijn nieuwe collega komt morgen. Hij is hier nog nieuw.(Mijn nieuwe collega komt morgen. Hij is hier nog nieuw.)
Ejercicio 4: Gramática en acción
Instrucción: Elijan juntos el mejor medio de transporte sostenible y expliquen su elección.
- Welk vervoermiddel vind jij het meest duurzaam en waarom? (¿Qué medio de transporte consideras más sostenible y por qué?)
- Welke voordelen heeft het openbaar vervoer in jouw stad? Noem 2 voorbeelden. (¿Qué ventajas tiene el transporte público en tu ciudad? Nombra 2 ejemplos.)
- de elektrische auto (el coche eléctrico)
- het openbaar vervoer (el transporte público)
- de groene zone, duurzaam vervoer (la zona verde, transporte sostenible)
- de/het + bijvoeglijk naamwoord met -e (de groene zone, het drukke verkeer) (de/het + adjetivo con -e (de groene zone, het drukke verkeer))
- een + bijvoeglijk naamwoord zonder -e bij het-woorden (een klein probleem) (een + adjetivo sin -e con sustantivos het (een klein probleem))
- zijn/worden + bijvoeglijk naamwoord zonder -e (het is duur, het wordt makkelijk) (zijn/worden + adjetivo sin -e (het is duur, het wordt makkelijk))