Een meewerkend voorwerp geeft aan voor of aan wie iets gebeurt, zoals in 'aan Lies', 'voor Karel'.
- Een voorzetsel zoals 'aan' of 'voor'maakt het meewerkend voorwerp herkenbaar.
- Met voorzetsel staat het meewerkend voorwerp meestal na het lijdend voorwerp.
- Een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel komt direct na de persoonsvorm.
| Plaats | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Zonder voorzetsel | Na de persoonsvorm | De receptionist geeft de gast de sleutel aan de balie. |
| Met voorzetsel | Aan het einde van de zin | De receptionist geeft de sleutel aan de gast. |
Uitzonderingen!
- Een meewerkend voorwerp is vaak een persoon of instantie.
- Gebruik de persoonlijke voornaamwoorden: voorwerpsvorm mij/me, jou/je, u, hem, haar, het, ons, jullie, hun als meewerkend voorwerp.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik geef ___ zo meteen de sleutel van uw kamer.
2. Kunt u ___ een kamer met balkon geven?
3. Ik stuur de factuur morgen per e-mail ___ .
4. Kunt u ook ___ mijn collega een sleutel geven?
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke groep de zin met het correcte gebruik van het meewerkend voorwerp volgens de regels: met of zonder voorzetsel, en de juiste plaatsing ervan.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen: zet een meewerkend voorwerp met voorzetsel (aan/voor) om in een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel of andersom. Let op de plaats in de zin en gebruik zo nodig een voornaamwoord (mij/me, je/jou, hem, haar, ons, jullie, hun).
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Speel receptionist en gast; bespreek het probleem en zoek samen een oplossing.
- Wat vertelt de gast precies over het lawaai of het uitzicht?
- Welke oplossingen biedt de receptionist de gast aan? Noem minstens twee mogelijkheden. Welke oplossing kiest de gast en waarom?
- Kunt u me de sleutel geven?
- Ik wil het lawaai aan de receptie melden.
- Kunt u een kamer met uitzicht op zee voor ons regelen?
- Meewerkend voorwerp zonder voorzetsel na de persoonsvorm (De receptie geeft de gast de sleutel).
- Meewerkend voorwerp met voorzetsel aan/voor (De receptie geeft de sleutel aan de gast).