Het voltooid deelwoord wordt gevormd met 'hebben' of 'zijn' en een werkwoord, zoals 'gewerkt', 'gelopen'.

1. Wat is de voltooid tegenwoordige tijd (vtt)?

  • Je gebruikt de voltooid tegenwoordige tijd om te zeggen wat je gedaan hebt.
  • Er is altijd een hulpwerkwoord (hebben of zijn) + een voltooid deelwoord.

Schema: persoon + hebben/zijn (vervoegd) + voltooid deelwoord

  • Ik heb gewerkt.
  • Zij is verhuisd.

2. Stap 1 – Kies: hebben of zijn?

De keuze voor hebben of zijn is voor veel cursisten het lastigste. Denk stap voor stap.

  1. Gebruik meestal “hebben”
    • Voor bijna alle werkwoorden: werken, bellen, koken, wonen, gebruiken
    • Voor activiteiten zonder duidelijke verplaatsing.

    Voorbeelden:

    • Ik heb de tandarts gebeld.
    • Wij hebben in de wachtkamer gewacht.
  2. Gebruik “zijn” bij beweging of verandering van plaats/toestand
    • Beweging naar een andere plaats: gaan, komen, lopen, rijden, fietsen, reizen, vertrekken, aankomen.
    • Verandering van toestand: worden, blijven, sterven, groeien (voor A1 zie je vooral worden, blijven).

    Voorbeelden:

    • Hij is naar het ziekenhuis gegaan.
    • De bus is te laat aangekomen.
    • Ik ben ziek geworden.

Let op een valkuil:

  • Het werkwoord wachten is géén verplaatsing → hebben
    Ik ben lang gewacht.Ik heb lang gewacht.

3. Stap 2 – Hoe maak je het voltooid deelwoord?

Voor regelmatige werkwoorden volg je dit schema.

Soort werkwoord Regel Voorbeeld
Normale werkwoorden ge + stam + d/t werken → gewerkt
reizen → gereisd
Begin met be-, er-, ge-, her-, mis-, ont-, ver- geen ge + stam + d/t verhuizen → verhuisd
gebruiken → gebruikt

4. Stap 3 – d of t? Gebruik “softketchup”

De uitspraak van de laatste medeklinker van de stam bepaalt of je een d of t schrijft.

  1. Zo vind je de stam
    • Neem de infinitief (hele werkwoord).
    • Haal -en eraf → dat is de stam.

    Voorbeelden:

    • werken → werken → stam: werk
    • wonen → wonen → stam: won
    • wachten → wachten → stam: wacht
  2. Kijk naar de laatste klank van de stam
    • Staat de laatste medeklinker in softketchup? → schrijf t.
    • Anders → schrijf d.
Laatste klank stam In “softketchup”? Voltooid deelwoord
werken → stam: werk (k) Ja → t gewerkt
wachten → stam: wacht (t) Ja → t gewacht
wonen → stam: won (n) Nee → d gewoond
reizen → stam: reis (s) Ja → t gereist

Belangrijk: let op de klank, niet alleen de letter. Bijvoorbeeld: studeren → studeer → r → geen softketchup → gestudeerd.

5. Werkwoorden met voorvoegsel (be-, ver-, ont-, …)

Deze werkwoorden krijgen geen ge- in het voltooid deelwoord.

  • begin met: be-, er-, ge-, her-, mis-, ont-, ver-
Infinitief Stam Deelwoord Zin
gebruiken gebruik (k → t) gebruikt Ik heb de printer gebruikt.
verhuizen verhuis (s → t) verhuisd (let op de spelling) Hij is naar Utrecht verhuisd.
ontmoeten ontmoet (t) ontmoet Ik heb mijn collega ontmoet.

Je past dus alleen de d/t-regel toe; er komt geen ge- bij.

6. Onregelmatige voltooid deelwoorden

Sommige veelgebruikte werkwoorden zijn onregelmatig. Die moet je gewoon leren.

Infinitief Voltooid deelwoord Voorbeeldzin
zijn geweest Ik ben naar de tandarts geweest.
hebben gehad Wij hebben een lange vergadering gehad.
gaan gegaan Hij is naar kantoor gegaan.
komen gekomen Jullie zijn te laat gekomen.

Goed nieuws: de meeste werkwoorden in jouw oefeningen zijn regelmatig.

7. Typische fouten en hoe je ze zelf controleert

  • Fout 1 – Verkeerde hulpwerkwoord
    Ik ben gisteren lang gewacht.
    ✔ Ik heb gisteren lang gewacht.
    Check jezelf: sta je ergens en doe je iets (wachten, werken, bellen)? → meestal hebben.
  • Fout 2 – Ge- bij be-/ver-/ont-werkwoorden
    Ik heb gebruiket / gebruikt de printer. (tweede is vormelijk goed, maar let op logica)
    ✔ Ik heb de printer gebruikt.
    Check jezelf: begint het werkwoord met be-, ver-, ont-, …? → geen ge-.
  • Fout 3 – d/t verwisselen
    Ik heb lang gewachd.
    ✔ Ik heb lang gewacht.
    Check jezelf: laatste klank stam in softketchup? → schrijf t, anders d.

8. Snelle checklist: kan ik dit al?

Loop deze stappen even na met een eigen zin (bijvoorbeeld uit je dag).

  1. Kies een infinitief (bijv. werken, lopen, vragen).
  2. Is het een verplaatsing of verandering? → zijn anders → hebben.
  3. Maak de stam (infinitief zonder -en).
  4. Laatste klank stam in softketchup? → schrijf t, anders d.
  5. Controleer of er een voorvoegsel is (be-, ver-, ont-, …): dan geen ge-.
  6. Zet de delen bij elkaar: persoon + hebben/zijn + voltooid deelwoord.

Als je dit stappenplan kunt toepassen zonder te kijken, beheers je de basis van de voltooid tegenwoordige tijd.

  1. Formule: Persoon + hebben/zijn + voltooid deelwoord
  2. Gebruik van 'hebben' en 'zijn': 'Zijn'bij beweging/verandering, 'hebben' voor andere werkwoorden.
Vorming voltooid deelwoordType werkwoordVoorbeeld
Ge + stam + dAlgemene regelIk ben verhuisd
Wij hebben gewoond
Ge + stam + tWerkwoorden met een stam die eindigt op -t, -k, -f, -s, -c, -h, -pJij hebt gekookt
Zij heeft gewacht
Stam + t/dWerkwoorden die beginnen met be-, er-, ge-, her- mis-, ont-, ver-Ik heb gebruikt
Het is veranderd

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden hebben een onregelmatig voltooid deelwoord, zoals 'geweest'.
  2. Als de stam van het werkwoord eindigt op een van de medeklinkers in het woord softketchup (s, f, t, k, ch, p), dan krijgt het voltooid deelwoord een -t; anders krijgt het een -d.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Gisteren ___ ik naar de apotheek geweest, omdat ik verkouden was.


2. Wij ___ vanochtend op het werk bij de bakkerij gewacht.


3. Ik ben te laat, want ik ___ eerst naar het postkantoor gelopen en daarna naar de universiteit gegaan.


4. We ___ al drie uur in het ziekenhuis gewacht op de dokter.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd (persoon + hebben/zijn + voltooid deelwoord).

Toon/verberg hints
  1. Ik kook elke dag pasta.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik heb gisteren pasta gekookt.
  2. Wij wonen nu drie jaar in Nederland.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij hebben drie jaar in Nederland gewoond.
  3. Hij verandert zijn baan.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij heeft zijn baan veranderd.
  4. Mijn collega gebruikt de nieuwe printer.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn collega heeft de nieuwe printer gebruikt.
  5. Jullie reizen met de trein naar Amsterdam.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie zijn met de trein naar Amsterdam gereisd.
  6. De kinderen lopen naar school.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De kinderen zijn naar school gelopen.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vertel om de beurt kort wat je gisteren in de stad hebt gedaan.

Situatie
Je bespreekt met een buur welke diensten je gisteren in de stad hebt gebruikt.

Bespreek
  • Waar ben je gisteren geweest? Noem minstens drie plaatsen.
  • Wat heb je daar gedaan? Gebruik voltooid deelwoorden met hebben of zijn en geef korte details (bijvoorbeeld: ik ben naar de apotheek geweest; ik heb een recept opgehaald). Bij welke dienst heb je het langst gewacht en waarom? Wat heb je ondertussen gedaan of gebruikt? (bijvoorbeeld: ik heb mijn telefoon gebruikt, ik heb formulieren ingevuld).

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik ben naar de apotheek / bakker / het postkantoor geweest.
  • Ik heb in de bibliotheek een boek geleend en teruggebracht.
  • Ik ben naar de sportschool geweest; ik ben daar een uur gebleven.

Gebruik in gesprek
  • Persoon + hebben + voltooid deelwoord
  • Persoon + zijn + voltooid deelwoord

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:07