Deze les behandelt het voltooid deelwoord met 'hebben' en 'zijn', bijvoorbeeld in zinnen als 'Ik ben verhuisd' en 'Wij hebben gewoond'. Leer hoe je het voltooid deelwoord vormt met -d of -t en wanneer je 'hebben' of 'zijn' gebruikt.
  1. Formule: Persoon + hebben/zijn + voltooid deelwoord
  2. Gebruik van 'hebben' en 'zijn': 'Zijn'bij beweging/verandering, 'hebben' voor andere werkwoorden.
Vorming voltooid deelwoordType werkwoordVoorbeeld
Ge + stam + dAlgemene regelIk ben verhuisd
Wij hebben gewoond
Ge + stam + tWerkwoorden met een stam die eindigt op -t, -k, -f, -s, -c, -h, -pJij hebt gekookt
Zij heeft gewacht
Stam + t/dWerkwoorden die beginnen met be-, er-, ge-, her- mis-, ont-, ver-Ik heb gebruikt
Het is veranderd

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden hebben een onregelmatig voltooid deelwoord, zoals 'geweest'.
  2. Als de stam van het werkwoord eindigt op een van de medeklinkers in het woord softketchup (s, f, t, k, ch, p), dan krijgt het voltooid deelwoord een -t; anders krijgt het een -d.

Oefening 1: Het voltooid deelwoord met hebben/zijn

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

is, hebt, gebouwd, geleend, heb, zijn, gewacht, gesport, verstuurd, hebben, gepland, heeft, geopend, gegaan

1. Lenen:
Ik ... een boek van de bibliotheek ....
(Ik heb een boek van de bibliotheek geleend.)
2. Gaan:
Wij ... naar het ziekenhuis ....
(Wij zijn naar het ziekenhuis gegaan.)
3. Bouwen:
De school ... naast de bibliotheek ....
(De school is naast de bibliotheek gebouwd.)
4. Wachten:
Zij ... lang op de bus ....
(Zij hebben lang op de bus gewacht.)
5. Openen:
Het postkantoor ... om acht uur ....
(Het postkantoor is om acht uur geopend.)
6. Plannen:
Hij ... een afspraak in het ziekenhuis ....
(Hij heeft een afspraak in het ziekenhuis gepland.)
7. Sporten:
Jij ... gisteren in de sportschool ....
(Jij hebt gisteren in de sportschool gesport.)
8. Versturen:
Ik ... een brief ... bij het postkantoor.
(Ik heb een brief verstuurd bij het postkantoor.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ______ gisteren tot laat in het kantoor gewerkt.


2. Zij ______ vroeg naar huis gelopen omdat ze moe was.


3. Wij ______ de brochure bij de dienst Toerisme opgehaald.


4. Hij ______ vorig jaar voor zijn werk naar Amsterdam verhuisd.


5. Jullie ______ bij de balie de openingstijden van het museum gevraagd.


6. De bus ______ laat bij het station aangekomen.


Inleiding tot het Voltooid Deelwoord met Hebben en Zijn

In deze les leer je hoe je het voltooid deelwoord vormt en gebruikt in combinatie met de hulpwerkwoorden hebben en zijn. Dit is essentieel om correcte voltooide tijden zoals de perfectum te maken, bijvoorbeeld in zinnen als "Ik heb gewerkt" en "Hij is verhuisd". De focus ligt op de regels voor de vorming van het voltooid deelwoord en het juiste gebruik van hebben en zijn.

Vorming van het Voltooid Deelwoord

Het voltooid deelwoord wordt meestal gevormd met het voorvoegsel ge-, gevolgd door de stam van het werkwoord en een uitgang -d of -t. Er zijn echter verschillende regels afhankelijk van het soort werkwoord:

  • Algemene regel: Ge + stam + d. Bijvoorbeeld: "Ik ben verhuisd", "Wij hebben gewoond".
  • Werkwoorden waarvan de stam eindigt op de letters t, k, f, s, c, h, p krijgen een voltooid deelwoord met -t: bijvoorbeeld "Jij hebt gekookt", "Zij heeft gewacht".
  • Werkwoorden die beginnen met voorvoegsels zoals be-, er-, ge-, her-, mis-, ont-, ver- krijgen geen ge-, en het voltooid deelwoord krijgt de uitgang -t of -d, afhankelijk van de stam: bijvoorbeeld "Ik heb gebruikt", "Het is veranderd".

Gebruik van Hebben en Zijn

De keuze tussen hebben en zijn als hulpwerkwoord hangt af van het werkwoord:

  • Zijn wordt gebruikt bij werkwoorden die beweging of verandering aangeven, zoals "lopen", "verhuizen" en "aankomen".
  • Hebben wordt gebruikt bij andere werkwoorden, bijvoorbeeld "werken", "koken" en "vragen".

Let op onregelmatige voltooid deelwoorden zoals "geweest" van het werkwoord "zijn".

Praktische tips

  • De medeklinkers die bepalen of het voltooid deelwoord op -t of -d eindigt, vind je in het ezelsbruggetje softketchup (s, f, t, k, ch, p). Als de stam op een van deze letters eindigt, komt er -t achter.
  • Let goed op het begin van het werkwoord voor het juiste gebruik van ge- of het weglaten daarvan.

Belangrijke Woorden en Voorbeelden

  • verhuizen – Ik ben verhuisd.
  • wonen – Wij hebben gewoond.
  • koken – Jij hebt gekookt.
  • wachten – Zij heeft gewacht.
  • gebruiken – Ik heb gebruikt.
  • veranderen – Het is veranderd.

Vergelijking Nederlands en de instructietaal

Aangezien je Nederlands leert in het Nederlands, zie je geen vertalingen, wat het leren efficiënt maakt. In andere talen kan uitleg over hulpwerkwoorden verschillen. Bijvoorbeeld, in sommige talen zijn er meerdere vormen voor 'hebben' of 'zijn', of werken voltooide tijden anders. Een handige Nederlandse uitdrukking die je vaak hoort is: "Ik heb het gedaan" versus "Ik ben naar huis gegaan". Deze zinnen illustreren het gebruik van hebben voor activiteiten en zijn voor bewegingen.

Een paar nuttige Nederlandse zinnen om te oefenen:
"Heb jij vandaag gewerkt?"
"Ben je naar de markt gelopen?"
"We hebben de opdracht afgemaakt."

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 21:31