A1.38 - Dagelijkse diensten
Dagelijkse diensten
1. Taalonderdompeling
A1.38.1 Activiteit
Een ochtend vol praktische zaken
3. Grammatica
A1.38.2 Grammatica
Het voltooid deelwoord met hebben/zijn
Belangrijk werkwoord
Gebruiken (gebruiken)
Belangrijk werkwoord
Wachten (wachten)
Belangrijk werkwoord
Koken (koken)
4. Oefeningen
Oefening 1: Writing correspondence
Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation
WhatsApp-bericht: Je krijgt een WhatsApp van een buurvrouw die nieuw is in Nederland en wil weten waar diensten zijn en wanneer ze open zijn; reageer en geef eenvoudige informatie en stel een vraag over openingstijden.
Hoi,
Ik ben Laura, je nieuwe buurvrouw op nummer 18. Ik ben net in deze straat verhuisd en ik ken de buurt nog niet zo goed.
Weet jij misschien waar de apotheek en het ziekenhuis zijn op de kaart? En is er hier ook een bibliotheek of een sportschool in de buurt?
Ik wil ook graag weten: wanneer zijn de apotheek en de bakker meestal open? Tot hoe laat in de avond?
Alvast bedankt!
Groeten, Laura
Hoi,
Ik ben Laura, je nieuwe buurvrouw op nummer 18. Ik ben net in deze straat verhuisd en ik ken de buurt nog niet zo goed.
Weet jij misschien waar de apotheek en het ziekenhuis op de kaart staan? En is er hier ook een bibliotheek of een sportschool in de buurt?
Ik wil ook graag weten: wanneer zijn de apotheek en de bakker meestal open? Tot hoe laat 's avonds?
Alvast bedankt!
Groeten, Laura
Begrijp de tekst:
-
Wat wil Laura weten over de apotheek en de bakker?
-
Welke diensten zoekt Laura nog meer in de buurt, behalve de apotheek en het ziekenhuis?
Nuttige zinnen:
-
Hallo Laura,
-
De apotheek is...
-
Weet jij misschien hoe laat ... open is?
Welkom in de straat!
De apotheek is naast het postkantoor, aan het plein. Het ziekenhuis is aan de andere kant van de stad, naast de universiteit. De bibliotheek is dicht bij de school. Er is ook een sportschool achter het kantoor van de bank.
De bakker is open van 8.00 tot 18.00 uur. De apotheek is meestal open tot 17.30 uur.
Weet jij of de apotheek ook op zaterdag open is?
Groeten,
[Je naam]
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ ik de app van de bibliotheek ___ om de openingstijden te zoeken.
2. Wij ___ al een half uur ___ bij de apotheek voordat hij open ging.
3. Toen ik thuiskwam, ___ mijn partner al ___ voor de kinderen.
4. Vorige week ___ we de route naar het ziekenhuis ___ om mijn ouders de weg uit te leggen.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Openingstijden bibliotheek vragen
Bezoeker: Show Hallo, hoe laat is de bibliotheek vanavond open?
Medewerker bibliotheek: Show Goedenavond, we zijn vanavond open tot acht uur.
Bezoeker: Show En hoe laat zijn jullie morgen open in het weekend?
Medewerker bibliotheek: Show Morgen, zaterdag, zijn we open van tien uur tot vijf uur.
Open vragen:
1. Wanneer ga jij graag naar de bibliotheek of een andere openbare dienst?
2. Welke diensten zijn belangrijk voor jou in jouw stad?
De weg naar de apotheek vragen
Zoeker: Show Pardon, weet u waar de apotheek is?
Voorbijganger: Show Ja, de apotheek is naast het ziekenhuis, op die hoek.
Zoeker: Show Is de apotheek nu open of moet ik wachten tot morgen?
Voorbijganger: Show Hij is vandaag open tot zes uur, u kunt nu nog gaan.
Open vragen:
1. Welke diensten gebruik jij vaak in Nederland, zoals de apotheek of het postkantoor?
2. Hoe vraag jij in het Nederlands de weg in een nieuwe stad?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent nieuw op je werk. Een collega vraagt waar de sportschool is. Leg kort uit waar de sportschool ligt op de plattegrond van de buurt. (Gebruik: De sportschool, links, rechts)
De sportschool is
Voorbeeld:
De sportschool is links van het kantoor, naast de bakker.
2. Je belt naar het ziekenhuis. Je wilt weten tot hoe laat de spoed open is in de avond. Stel een simpele vraag over de openingstijden. (Gebruik: De spoed, vandaag, tot hoe laat)
Hallo, tot hoe
Voorbeeld:
Hallo, tot hoe laat is de spoed vandaag open?
3. Je loopt in de stad met een vriend. Jullie zoeken de apotheek op de plattegrond. Leg kort uit waar de apotheek is. (Gebruik: De apotheek, tegenover, naast)
De apotheek is
Voorbeeld:
De apotheek is tegenover het ziekenhuis, naast het postkantoor.
4. Je staat bij het postkantoor. Je wilt weten wanneer het postkantoor morgen open is, omdat je na het werk een pakket wilt sturen. Vraag naar de openingstijd in de ochtend. (Gebruik: Het postkantoor, morgen, open)
Kunt u mij
Voorbeeld:
Kunt u mij zeggen hoe laat het postkantoor morgen open is?
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over diensten in jouw buurt en vertel waar ze liggen en wanneer ze open zijn.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn buurt is er een … / Het ligt naast / tegenover / achter … / Het is open van … tot … / Op zaterdag / zondag is het (niet) open.
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Wat heeft Eva vandaag gedaan? Waar is ze langsgekomen? (Wat heeft Eva vandaag gedaan? Waar is ze langsgekomen?)
- Waar ben je vandaag geweest? (Waar ben je vandaag geweest?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Eva is vanmorgen naar de sportschool gegaan. |
|
Daarna is ze langs de bakker gegaan om wat eten te kopen. |
|
Ze is langs de bank gelopen in de avond. |
|
Ik ben vandaag naar het ziekenhuis gegaan omdat ik daar als arts werk. |
|
Ik ben vanmorgen naar de school geweest vanwege mijn kinderen. |
|
Ik ben vandaag naar de universiteit en de bibliotheek geweest. |
| ... |