Leer onbepaalde voornaamwoorden zoals ieder, elk, alles, wat, wie en allemaal, met voorbeelden die het gebruik bij personen en zaken uitleggen voor dagelijkse situaties.
  1. 'Ieder' gebruik je voor personen, 'elk' voor zaken.
  2. 'Ieder/elk' gebruik je voor 'het-woorden'.
  3. 'Iedere/elke' gebruik je voor 'de-woorden'.
  4. 'Wie' zegt iets over personen.
  5. 'Wat' zegt iets over zaken.
GebruikVoornaamwoordVoorbeeld
Bijvoeglijk gebruikieder(e)Ieder mens heeft een naam.
Iedere leerling is geslaagd.
elk(e)Elk huis heeft een deur.
Ik ontbijt elke dag.
Zelfstandig gebruikiederAan ieder gaf hij een geschenk.
elkOp elk van haar broeken zit een vlek.
allesAlles is mogelijk.
wieWie het eerst komt, mag kiezen.
watWat je maar doet, alles is goed.
allemaalHebben jullie allemaal de opdracht gemaakt?

Uitzonderingen!

  1. Bij een vragend voornaamwoord kun je als onbepaald voornaamwoord alleen allemaal gebruiken.
  2. Alles gebruik je voor zaken.

Oefening 1: Onbepaalde voornaamworden (ieder, elk, alles, wat, wie, allemaal)

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Elke, Ieder, Iedere, allemaal, elk, Elk, Alles

1.
... leerling doet zijn best in de klas.
(Iedere leerling doet zijn best in de klas.)
2.
In ... huis staat een oven in de keuken.
(In elk huis staat een oven in de keuken.)
3.
... van ons gebruikt wel eens een stofzuiger.
(Ieder van ons gebruikt wel eens een stofzuiger.)
4.
Wie gebruikt ... het strijkijzer?
(Wie gebruikt allemaal het strijkijzer?)
5.
... in de wasmachine wordt schoon gewassen.
(Alles in de wasmachine wordt schoon gewassen.)
6.
... vriezer moet regelmatig schoongemaakt worden.
(Elke vriezer moet regelmatig schoongemaakt worden.)
7.
... kast in de keuken is vol.
(Elke kast in de keuken is vol.)
8.
... kind mag meedoen met het spel.
(Elk kind mag meedoen met het spel.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ___ dag gebruik ik de wasmachine om de kleren schoon te maken.


2. ___ apparaat in de keuken heeft een gebruiksaanwijzing.


3. ___ in het huis werkt goed, van de oven tot de koelkast.


4. ___ de televisie aanzet, moet ook zorgen dat hij weer uitgaat.


5. Hebben jullie ___ het stofzuigen gedaan?


6. ___ oven in dit appartement werkt op elektriciteit.


Onbepaalde voornaamwoorden: belang en gebruik

Deze les behandelt onbepaalde voornaamwoorden in het Nederlands, zoals ieder, elk, alles, wat, wie, allemaal. Dit type voornaamwoorden verwijst naar personen of zaken zonder deze precies te benoemen. Ze zijn onmisbaar voor algemene uitspraken en het praten over iedere of elke eenheid binnen een groep.

Belangrijkste onbepaalde voornaamwoorden

  • Ieder – gebruik je vooral bij personen.
  • Elk – gebruik je vooral bij zaken of objecten.
  • Alles – spreekt over alle zaken gezamenlijk.
  • Wie – heeft betrekking op personen.
  • Wat – heeft betrekking op zaken.
  • Allemaal – geeft een verzamelende betekenis, wordt gebruikt bij vragende of bevestigende zinnen.

Bijvoeglijk en zelfstandig gebruik

Onbepaalde voornaamwoorden kunnen bijvoeglijk zijn, dat wil zeggen dat ze een zelfstandig naamwoord nader bepalen, zoals in Ieder mens heeft een naam of Elk huis heeft een deur. Ze kunnen ook zelfstandig worden gebruikt, zonder een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Aan ieder gaf hij een geschenk of Alles is mogelijk.

Gebruik met "de-woorden" en "het-woorden"

Een belangrijk detail is het onderscheid tussen de-woorden en het-woorden. Ieder en elk worden aangepast aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord dat volgt:

  • Iedere/elke voor de-woorden (bijvoorbeeld iedere dag, elke oven).
  • Ieder/elk voor het-woorden (bijvoorbeeld ieder apparaat, elk gebouw).

Voorbeelden om te onthouden

  • Ieder mens heeft een naam.
  • Elk huis heeft een deur.
  • Alles is mogelijk.
  • Wie het eerst komt, mag kiezen.
  • Wat je maar doet, alles is goed.
  • Hebben jullie allemaal de opdracht gemaakt?

Opmerkingen over taalverschillen en nuttige uitdrukkingen

In het Nederlands wordt het onderscheid tussen ieder en elk duidelijk gemaakt op basis van het type woord (persoon of zaak) en het grammaticale geslacht (de/het worden). Dit kan verschillen van andere talen waarin dergelijke nuances niet bestaan of anders worden uitgelegd.

Nuttige Nederlandse uitdrukkingen:

  • Iedereen is welkom – benadrukt dat alle mensen welkom zijn.
  • Elk moment kan het gebeuren – geeft aan dat iets op ieder tijdstip mogelijk is.
  • Alles draait om timing – alles samen)
  • Wie zoekt, die vindt – benadrukt de persoon die iets doet.
  • Wat je doet, doe het goed – benadrukt de zaak of handeling.
  • We zijn allemaal klaar – met 'allemaal' als verzamelvorm van personen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 04:40