Onbepaalde voornaamwoorden (iemand, niemand, alles)

Onbepaalde voornaamwoorden (iemand, niemand, alles)


Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar personen of zaken zoals iemand, niets, alle, zonder specifiek te zijn.

Wanneer gebruik je welk onbepaald voornaamwoord?

Onbepaalde voornaamwoorden helpen je praten over personen of dingen zonder precies te zeggen wie of wat.

Waarover? Positief / open Negatief (0) Voorbeeld
personen iemand, iedereen niemand

Is er iemand die kan helpen?

dingen / dieren iets niets

Ik hoor iets in de gang.

een groep als geheel al (enkelvoud), alle (meervoud)

Al het werk is klaar. / Alle collega’s zijn er.

onpersoonlijk: “mensen in het algemeen” men

Men zegt dat het morgen regent.

Al of alle: het verschil in één blik

  • al gebruik je bij een onbepaald geheel, vaak met een enkelvoud of een stofnaam.
  • alle gebruik je bij een meervoudig zelfstandig naamwoord.
Vorm Past bij Goede voorbeelden Veelgemaakte fout
al het-woord / stof / hoeveelheid

Al het papier is op.

Al mijn tijd gaat naar dit project.

al collega’salle collega’s

alle meervoud

Alle dieren zijn gevoerd.

Alle afspraken staan in mijn agenda.

alle het werkal het werk

Tip: Vraag jezelf: Zie ik een meervoud? Ja → alle. Nee → vaak al.

Iemand / niemand en iets / niets: kies “persoon” of “ding”

  1. Gaat het over een persoon?iemand of niemand.
  2. Gaat het over een ding of dier?iets of niets.
Bedoeling Correct Niet doen
Je zoekt hulp (persoon)

Is er iemand die dit kan overnemen?

Is er iets dat dit kan overnemen?

Je merkt een geluid/voorwerp (ding)

Ik zie niets op het scherm.

Ik zie niemand op het scherm.

Iedereen: je bedoelt “alle personen”

  • iedereen = alle mensen in de groep (maar je noemt de groep niet opnieuw).
  • Het werkwoord staat meestal in het enkelvoud: iedereen is, iedereen heeft.

Voorbeelden

  • Iedereen is op tijd voor de vergadering.

  • Iedereen wil eerst koffie.

Men: formeel, onpersoonlijk en altijd enkelvoud

  • men = “mensen in het algemeen” (formeel; vergelijkbaar met je of ze in informele taal).
  • Je gebruikt men alleen als onderwerp.
  • Het werkwoord staat altijd enkelvoud: men zegt, men vindt.
Correct Waarom

Men is hier streng met regels.

men = enkelvoud

Men zijn hier streng met regels.

Werkwoord moet enkelvoud zijn: men is

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Persoon of ding/dier?
    • persoon → iemand / niemand / iedereen
    • ding/dier → iets / niets
  2. Gaat het om “alles van een groep”?
    • meervoud → alle + zelfstandig naamwoord
    • geheel/hoeveelheid → al + enkelvoud/het-woord/stofnaam
  3. Onpersoonlijk algemeen?men (alleen als onderwerp, enkelvoud)
  1. Het onbepaald voornaamwoord 'al' gebruik je bij een onbepaald geheel.
  2. Iemand en niemand verwijzen naar personen
  3. Iets en niets verwijzen naar dingen of dieren.
GebruikVoornaamwoordVoorbeeldzin
Bijvoeglijkal/alle

Al haar boeken liggen op tafel.

Alle dieren zijn gevoerd.

ZelfstandigiedereenIedereen was bang van de tijger.
iemandIs er iemand die de leeuw wil voeren?
niemandNiemand zag de olifant.
ietsHij hoorde iets in de jungle.
nietsWe zagen niets in de woestijn door al het zand.
menMen zegt dat de olifanten slim zijn.

Uitzonderingen!

  1. Men gebruik je alleen als onderwerp, en altijd in het enkelvoud.
  2. Alle gebruik je met meervoudige zelfstandige naamwoorden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Is er ____ die met mijn neefje naar de leeuwen wil kijken?


2. In de woestijn van het safaripark zagen we ____ door al het zand.


3. ____ dieren in het tropisch huis zijn al gevoerd.


4. ____ zegt dat olifanten slim zijn.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het onbepaald voornaamwoord tussen haakjes (al/alle, iedereen, iemand, niemand, iets, niets, men).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (iedereen) Alle collega's zijn op tijd in de vergadering.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Iedereen is op tijd in de vergadering.
  2. Hint Hint (niets) Er is niemand in het kantoor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Er is niets te doen op kantoor.
  3. Hint Hint (iets) Ik hoor een geluid in de gang.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik hoor iets in de gang.
  4. Hint Hint (iemand) Is er een collega die mij kan helpen met de printer?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Is er iemand die mij kan helpen met de printer?

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 30/04/2026 17:08