Onpersoonlijke werkwoorden hebben altijd 'het' als onderwerp, vaak gebruikt bij weer, tijd en algemene uitspraken.

Wat zijn onpersoonlijke werkwoorden?

In deze les gaat het over onpersoonlijke werkwoorden, zoals:

  • Het regent.
  • Het sneeuwt.
  • Het waait.
  • Het onweert.
  • Het vriest.
  • Het hagelt.
  • Het wordt lente.
  • Het is twaalf uur.

Bij deze werkwoorden gaat het niet om een persoon of een ding.

Het onderwerp is altijd alleen: het.

De basisregel in één oogopslag

  • Altijd onderwerp: het
  • Altijd in positie 1 of 2 van de zin
  • Werkwoord op positie 2
Goed Fout
Het regent vandaag. Er regent vandaag.
Het sneeuwt vaak in januari. De sneeuwt vaak in januari.
Het waait hard buiten. Hij waait hard buiten.

Wanneer gebruik je een onpersoonlijk werkwoord?

Je gebruikt deze vormen vooral voor drie dingen:

  1. Het weer
  2. De tijd
  3. Verandering / toestand
Situatie Voorbeeld
Weer Het regent.
Het sneeuwt.
Het waait hard.
Het hagelt. 
Het onweert.
Het vriest.
Tijd Het is twaalf uur.
Het is laat.
Het is vroeg.
Verandering Het wordt lente.
Het wordt warmer.
Het blijft regenen.

Vaste combinatie: altijd het + werkwoord

Je kunt deze werkwoorden niet met een ander onderwerp gebruiken.

Goed Fout
Het regent. De regen regent.
Het sneeuwt in de winter. De sneeuw sneeuwt in de winter.
Het waait hard vandaag. De wind waait hard vandaag. (grammaticaal kan dit, maar dit zeg je bijna nooit in het dagelijks taalgebruik als weerzin)

Belangrijk:

  • Voor het weer gebruik je in de praktijk bijna altijd het + onpersoonlijk werkwoord.
  • Woorden als de regen, de sneeuw, de wind gebruik je dan liever in een bijzin of extra informatie:
    Het regent en de wind is hard.

Zinsvolgorde: waar staat het?

De basis:

  • Positie 1: meestal het
  • Positie 2: persoonsvorm (regent, sneeuwt, waait…)
Structuur Voorbeeld
Het + werkwoord + rest Het regent vandaag.
Het sneeuwt in de winter.
Het wordt warmer in maart.
Ander woord + werkwoord + het + rest Morgen regent het weer.
In de winter sneeuwt het vaak.
In maart wordt het warmer.

Zelfcheck:

  • Staat de persoonsvorm op plek 2?
  • Staat het direct voor of na de persoonsvorm?

Verschil: onpersoonlijk of persoonlijk?

Sommige werkwoorden kunnen beide:

  • onpersoonlijk (met het)
  • persoonlijk (met een echt onderwerp)
Onpersoonlijk Persoonlijk
Het regent hard. De regen is heel hard vandaag.
Het waait hard. De wind is erg sterk.
Het wordt lente. De lente komt eraan.

Wat is het verschil?

  • Met het + werkwoord beschrijf je het weer kort en neutraal.
  • Met een persoonlijk onderwerp (de regen, de wind, de lente) zeg je vaak iets extra’s over dat woord.

Voor alledaagse weerpraatjes is de veilige keuze: het + onpersoonlijk werkwoord.

Typische fouten en valkuilen

  • Fout: een ander voornaamwoord gebruiken
    • Hij regent.
    • Ze sneeuwt.
    • Wij waait.
    • Altijd: het regent / het sneeuwt / het waait
  • Fout: dubbel onderwerp maken
    • De regen het regent hard.
    • Goed: Het regent hard.
    • Of: De regen is heel hard. (maar niet allebei)
  • Fout: er gebruiken bij weerwerkwoorden
    • Er regent vandaag veel.
    • Goed: Het regent vandaag veel.

Stap-voor-stap: zo bouw je een goede zin

  1. Kies de situatie
    • Weer? Tijd? Verandering?
  2. Kies het juiste werkwoord
    • regen → regenen
    • sneeuw → sneeuwen
    • wind → waaien
    • onweer → onweren
    • hagel → hagelen
    • vorst → vriezen
    • verandering → worden / blijven / zijn
  3. Zet het als onderwerp
    • Het + regent / sneeuwt / waait …
  4. Voeg tijd of plaats toe (optioneel)
    • Het regent vandaag.
    • Het sneeuwt in de winter.
    • Het waait in Amsterdam.

Resultaat: een korte, natuurlijke zin over het weer.

Zelfcheck: begrijp je het?

Kun je onderstaande vragen voor jezelf beantwoorden?

  • 1. Gebruik ik bij weer, tijd en seizoenen altijd "het" als onderwerp?
  • 2. Staat het werkwoord op positie 2 in de zin?
  • 3. Kan ik zinnen maken als:
    • Het regent vandaag hard.
    • In de winter sneeuwt het vaak.
    • Het wordt warmer in april.
    • Het is nu twaalf uur.
    • Het blijft de hele week regenen.

Als je deze zinnen kunt maken en uitleggen waarom "het" het onderwerp is, dan beheers je dit onderdeel.

  1. Onpersoonlijke werkwoorden gebruiken altijd 'het' als onderwerp.
  2. Veel onpersoonlijke werkwoorden beschrijven het weer, zoals 'het regent'.
WerkwoordVoorbeeld
Het regentHet regent de hele dag.
Het sneeuwtHet sneeuwt in de winter.
Het onweertHet onweert vannacht.
Het waaitHet waait hard buiten.
Het wordt lenteHet wordt warmer in maart.
Het is twaalf uurHet is nu twaalf uur.
Het blijft regenenHet blijft de hele week regenen.
Het vriestHet vriest in januari.
Het hageltHet hagelt soms in april.

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden kunnen zowel persoonlijk als onpersoonlijk gebruikt worden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik kijk uit het raam: ___ regent al de hele ochtend in Amsterdam.


2. Buiten is het donker en nat, en ___ waait vandaag heel hard.


3. In Utrecht sneeuwt ___ nu niet meer, maar het blijft regenen.


4. Kijk naar de lucht: ___ wordt langzaam weer zonnig.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met een onpersoonlijk werkwoord en 'het' als onderwerp (bijvoorbeeld: het regent, het sneeuwt, het waait, het onweert, het hagelt, het vriest, het wordt…, het blijft…, het is twaalf uur).

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Het regent) De regen valt de hele dag.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het regent de hele dag.
  2. Hint Hint (Het sneeuwt) In de winter valt er vaak sneeuw in Nederland.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het sneeuwt vaak in de winter in Nederland.
  3. Hint Hint (Het waait) Er staat een harde wind buiten.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het waait hard buiten.
  4. Hint Hint (Het onweert) Er is veel donder en bliksem vannacht.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het onweert vannacht.
  5. Het is nu twaalf uur.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het is twaalf uur.
  6. Hint Hint (Het vriest) De temperatuur komt in januari onder nul.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Het vriest in januari.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je collega over het weer vandaag en morgen in Nederland.

Situatie
Je komt op je werk en maakt een praatje met een collega over het weer.

Bespreek
  • Hoe is het weer nu bij jou? Gebruik 'het' als onderwerp.
  • Wat was het weer gisteren? Wat deed je met dat weer (binnen of buiten)?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Het regent hard; ik blijf binnen.
  • Het is zonnig, maar het waait.
  • Het wordt lente; het wordt warmer.

Gebruik in gesprek
  • Het regent / Het sneeuwt / Het waait
  • Het is + temperatuur / tijd
  • Het wordt + seizoen / warmer / kouder

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:47