2. Woordenschat (15)

Het weer

Het weer Show

Het weer Show

Het klimaat

Het klimaat Show

Het klimaat Show

De temperatuur

De temperatuur Show

De temperatuur Show

De zon

De zon Show

De zon Show

De wolk

De wolk Show

De wolk Show

De mist

De mist Show

De mist Show

De regen

De regen Show

De regen Show

De sneeuw

De sneeuw Show

De sneeuw Show

De wind

De wind Show

De wind Show

De storm

De storm Show

De storm Show

Koud

Koud Show

Koud Show

Fris

Fris Show

Fris Show

Droog

Droog Show

Droog Show

Zonnig

Zonnig Show

Zonnig Show

Regenen

Regenen Show

Regenen Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

WhatsApp: Je krijgt een WhatsApp-bericht van een Nederlandse collega die vraagt hoe jij het weer hier vindt; reageer op zijn bericht.


Tom – collega

Hoi! 😊

Hoe gaat het? Vandaag is het hier in Utrecht heel koud en grijs. Het regent al de hele ochtend en het waait hard. Geen zon vandaag…

Jij komt uit een warmer land, toch? Vind je het Nederlandse weer moeilijk? En hoe is het weer nu bij jou in de stad?

Groet,
Tom


Tom collega

Hoi! 😊

Hoe gaat het? Vandaag is het hier in Utrecht heel koud en grijs. Het regent al de hele ochtend en het waait hard. Geen zon vandaag…

Jij komt uit een warmer land, toch? Vind je het Nederlandse weer moeilijk? En hoe is het weer nu bij jou in de stad?

Groet,
Tom


Begrijp de tekst:

  1. Hoe beschrijft Tom het weer in Utrecht?

  2. Wat vraagt Tom over jouw ervaring met het Nederlandse weer en over het weer in jouw stad?

Nuttige zinnen:

  1. Hier is het weer...

  2. Ik vind het weer...

  3. Het is vandaag...

Hoi Tom,

Met mij gaat het goed, dank je. Hier in Den Haag is het ook koud. Het regent een beetje en het waait, maar soms is er zon.

Ik vind het Nederlandse weer soms moeilijk. In mijn land is het vaak warm en zonnig. Hier is het vaak grijs en nat. Maar af en toe sneeuw vind ik leuk.

Groet,
[Je naam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Het regent vandaag als ik naar mijn werk fiets.
Het voelt heel fris als ik ’s ochtends buiten kom.
In Amsterdam waait het hard, maar in Utrecht is het rustig.
Het blijft droog tijdens mijn afspraak op kantoor.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. In de winter ___ ik dat het buiten heel koud is.


2. Als het hard waait, ___ jij de koude wind op je gezicht.


3. Op kantoor ___ wij dat het in de ochtend nog fris is.


4. In de lente ___ zij dat het elke dag een beetje zonniger wordt.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je komt op je werk en je collega vraagt: "Hoe is het weer buiten?" Antwoord en vertel kort hoe het nu is. (Gebruik: het weer, koud, warm)

Het weer is  

Voorbeeld:

Het weer is koud. Het is grijs en er is veel wind.

2. Je belt een vriend en jullie willen vanavond afspreken in het park. Vertel kort hoe de temperatuur nu is. (Gebruik: de temperatuur, fris, warm)

De temperatuur is  

Voorbeeld:

De temperatuur is fris. Het is niet heel koud, maar ik neem een jas mee.

3. Je staat bij de koffieautomaat op kantoor. Je collega zegt: "Wat een regen vandaag!" Reageer en zeg iets over de regen. (Gebruik: de regen, regenen, nat)

De regen is  

Voorbeeld:

De regen is heel hard vandaag. Het regent al de hele ochtend en alles is nat.

4. Je stuurt een bericht naar een collega die thuis werkt. Je wilt even gezellig praten en je vraagt naar de zon. (Gebruik: de zon, zonnig, raam)

Hier is het  

Voorbeeld:

Hier is het heel zonnig. De zon schijnt door het raam en dat is fijn om te werken.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over het weer vandaag in jouw stad en zeg wat jij doet of meeneemt als je naar je werk of naar een afspraak gaat.

Nuttige uitdrukkingen:

Het is vandaag … graden. / Het is … (zonnig, bewolkt, koud, droog). / Ik neem … mee, omdat het … / Als het … is, ga ik met de fiets / auto / tram.

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Vertel wat voor weer het is op de foto. (Vertel wat voor weer het is op de foto.)
  2. Vertel wat voor weer het momenteel is in jouw stad. (Vertel wat voor weer het nu is in jouw stad.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Het regent.

Het waait.

Het is zonnig.

Het is erg heet.

Hoe is het weer vandaag?

Vandaag is het zonnig en een beetje winderig.

...