A1.10 - Het weer
Het weer
1. Taalonderdompeling
A1.10.1 Activiteit
Het weerbericht - een week in maart.
3. Grammatica
A1.10.2 Grammatica
Onpersoonlijke werkwoorden
Belangrijk werkwoord
Voelen (voelen)
4. Oefeningen
Oefening 1: Writing correspondence
Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation
WhatsApp: Je krijgt een WhatsApp-bericht van een Nederlandse collega die vraagt hoe jij het weer hier vindt; reageer op zijn bericht.
Tom – collega
Hoi! 😊
Hoe gaat het? Vandaag is het hier in Utrecht heel koud en grijs. Het regent al de hele ochtend en het waait hard. Geen zon vandaag…
Jij komt uit een warmer land, toch? Vind je het Nederlandse weer moeilijk? En hoe is het weer nu bij jou in de stad?
Groet,
Tom
Tom collega
Hoi! 😊
Hoe gaat het? Vandaag is het hier in Utrecht heel koud en grijs. Het regent al de hele ochtend en het waait hard. Geen zon vandaag…
Jij komt uit een warmer land, toch? Vind je het Nederlandse weer moeilijk? En hoe is het weer nu bij jou in de stad?
Groet,
Tom
Begrijp de tekst:
-
Hoe beschrijft Tom het weer in Utrecht?
-
Wat vraagt Tom over jouw ervaring met het Nederlandse weer en over het weer in jouw stad?
Nuttige zinnen:
-
Hier is het weer...
-
Ik vind het weer...
-
Het is vandaag...
Met mij gaat het goed, dank je. Hier in Den Haag is het ook koud. Het regent een beetje en het waait, maar soms is er zon.
Ik vind het Nederlandse weer soms moeilijk. In mijn land is het vaak warm en zonnig. Hier is het vaak grijs en nat. Maar af en toe sneeuw vind ik leuk.
Groet,
[Je naam]
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. In de winter ___ ik dat het buiten heel koud is.
2. Als het hard waait, ___ jij de koude wind op je gezicht.
3. Op kantoor ___ wij dat het in de ochtend nog fris is.
4. In de lente ___ zij dat het elke dag een beetje zonniger wordt.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Smalltalk over het weer op kantoor
Collega Mark: Show Goedemorgen! Wat een regen vandaag hè?
Jij: Show Ja, het regent hard, het is ook best koud.
Collega Mark: Show Gisteren was het nog zonnig en droog, nu is het weer anders.
Jij: Show Klopt, in Nederland verandert het weer snel.
Open vragen:
1. Hoe is het weer vandaag als jij naar je werk gaat?
2. Vind jij zonnig of koud weer fijner? Waarom?
Het weer checken voor de fietstocht
Buurvrouw Eva: Show Zullen we morgen fietsen, of is het te koud?
Jij: Show Ik heb de app gezien, de temperatuur is 10 graden en het is fris maar droog.
Buurvrouw Eva: Show Mooi, als er geen mist en geen sneeuw is, vind ik het prima.
Jij: Show Top, met een beetje zon is het perfect voor een fietstocht.
Open vragen:
1. Hoe is het weer in het weekend bij jou meestal?
2. Wat doe jij graag als het zonnig en droog is?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je komt op je werk en je collega vraagt: "Hoe is het weer buiten?" Antwoord en vertel kort hoe het nu is. (Gebruik: het weer, koud, warm)
Het weer is
Voorbeeld:
Het weer is koud. Het is grijs en er is veel wind.
2. Je belt een vriend en jullie willen vanavond afspreken in het park. Vertel kort hoe de temperatuur nu is. (Gebruik: de temperatuur, fris, warm)
De temperatuur is
Voorbeeld:
De temperatuur is fris. Het is niet heel koud, maar ik neem een jas mee.
3. Je staat bij de koffieautomaat op kantoor. Je collega zegt: "Wat een regen vandaag!" Reageer en zeg iets over de regen. (Gebruik: de regen, regenen, nat)
De regen is
Voorbeeld:
De regen is heel hard vandaag. Het regent al de hele ochtend en alles is nat.
4. Je stuurt een bericht naar een collega die thuis werkt. Je wilt even gezellig praten en je vraagt naar de zon. (Gebruik: de zon, zonnig, raam)
Hier is het
Voorbeeld:
Hier is het heel zonnig. De zon schijnt door het raam en dat is fijn om te werken.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over het weer vandaag in jouw stad en zeg wat jij doet of meeneemt als je naar je werk of naar een afspraak gaat.
Nuttige uitdrukkingen:
Het is vandaag … graden. / Het is … (zonnig, bewolkt, koud, droog). / Ik neem … mee, omdat het … / Als het … is, ga ik met de fiets / auto / tram.
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Vertel wat voor weer het is op de foto. (Vertel wat voor weer het is op de foto.)
- Vertel wat voor weer het momenteel is in jouw stad. (Vertel wat voor weer het nu is in jouw stad.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Het regent. |
|
Het waait. |
|
Het is zonnig. |
|
Het is erg heet. |
|
Hoe is het weer vandaag? |
|
Vandaag is het zonnig en een beetje winderig. |
| ... |