Onregelmatige vergelijkingen zoals 'goed', 'beter', 'best'.
- De vergelijkende trap van goed, veel, weinig en graag zijn sterk onregelmatig.
- Een paar andere woorden hebben kleine bijzonderheden.
| Positief | Vergrotende trap | Overtreffende trap |
|---|---|---|
| goed (goed) | beter (beter) | het best (het best) |
| veel (veel) | meer (meer) | het meest (het meest) |
| weinig (weinig) | minder (minder) | het minst (het minst) |
| graag (graag) | liever (liever) | het liefst (het liefst) |
| ver (ver) | verder (verder) | het verst (het verst) |
| vaak (vaak) | vaker (vaker) | het vaakst (het vaakst) |
| dichtbij (dichtbij) | dichterbij (dichterbij) | het dichtstbij (het dichtstbij) |
| groot (groot) | groter (groter) | het grootst (het grootst) |
Uitzonderingen!
- Bij sommige vergrotende trappen verliest de tweeklank 1 klinker.
Oefening 1: Irregular comparisons
Instructie: Vul het juiste woord in.
beter, dichterbij, vaker, beste, goedkoper, minder, liefst, meer
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met correcte onregelmatige vergelijkingen, passend bij een situatie voor het boeken van een accommodatie.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de vergrotende of overtreffende trap van het woord tussen haakjes (goed, veel, weinig, graag, ver, vaak, dichtbij, groot).
-
Ik spreek Nederlands (goed) dan vorig jaar.⇒ _______________________________________________ ExampleIk spreek Nederlands beter dan vorig jaar.
-
In het weekend werk ik (weinig) dan doordeweeks.⇒ _______________________________________________ ExampleIn het weekend werk ik minder dan doordeweeks.
-
Hij gaat (vaak) naar de sportschool van al mijn collega’s.⇒ _______________________________________________ ExampleHij gaat het vaakst naar de sportschool van al mijn collega’s.
-
Wij gaan (graag) met de trein dan met de auto.⇒ _______________________________________________ ExampleWij gaan liever met de trein dan met de auto.
-
Van alle supermarkten in de buurt is deze (dichtbij).⇒ _______________________________________________ ExampleVan alle supermarkten in de buurt is deze het dichtstbij.
-
Rotterdam is (groot) dan Utrecht, maar Amsterdam is (groot) van de drie steden.⇒ _______________________________________________ ExampleRotterdam is groter dan Utrecht, maar Amsterdam is het grootst van de drie steden.