Onregelmatige vergelijkingen zoals 'goed', 'beter', 'best'.
- De vergelijkende trap van goed, veel, weinig en graag zijn sterk onregelmatig.
- Een paar andere woorden hebben kleine bijzonderheden.
| Positief | Vergrotende trap | Overtreffende trap |
|---|---|---|
| goed | beter | het best |
| veel | meer | het meest |
| weinig | minder | het minst |
| graag | liever | het liefst |
| ver | verder | het verst |
| vaak | vaker | het vaakst |
| dichtbij | dichterbij | het dichtstbij |
| groot | groter | het grootst |
Uitzonderingen!
- Bij sommige vergrotende trappen verliest de tweeklank 1 klinker.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Een hostel is vaak goedkoper, maar dit hotel is toch ____ voor een zakenreis.
2. Ik bel ____ met de receptie dan dat ik online een reservering maak.
3. In het hoogseizoen zijn er ____ reserveringen dan in de winter.
4. Bij volpension is er ____ eten inbegrepen.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met correcte onregelmatige vergelijkingen, passend bij een situatie voor het boeken van een accommodatie.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met de vergrotende of overtreffende trap van het woord tussen haakjes (goed, veel, weinig, graag, ver, vaak, dichtbij, groot).
-
Ik spreek Nederlands (goed) dan vorig jaar.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk spreek Nederlands beter dan vorig jaar.
-
In het weekend werk ik (weinig) dan doordeweeks.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIn het weekend werk ik minder dan doordeweeks.
-
Hij gaat (vaak) naar de sportschool van al mijn collega’s.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij gaat het vaakst naar de sportschool van al mijn collega’s.
-
Wij gaan (graag) met de trein dan met de auto.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWij gaan liever met de trein dan met de auto.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Vergelijk opties en beslis samen welke accommodatie het beste is.
- Welke accommodatie is beter voor jou: camping, hostel of hotel? Waarom?
- Wat vind je het liefst: volpension, halfpension of alleen ontbijt? Leg uit met voorbeelden uit je werk of reizen.
- Ik wil graag een tweepersoonskamer, het liefst met volpension.
- Een hostel is vaak goedkoper, maar een hotel is beter voor rust.
- De camping ligt verder; het hotel is dichterbij de vergaderlocatie.
- beter
- meer
- het liefst