Onregelmatige vergelijkingen

Onregelmatige vergelijkingen


Onregelmatige vergelijkingen zoals 'goed', 'beter', 'best'.

Wanneer gebruik je beter / meer / liever?

  • Vergelijken (2 dingen) → gebruik de vergrotende trap: beter, meer, minder, liever, verder…
  • Kiezen (uit een groep) → gebruik de overtreffende trap: het best, het meest, het minst, het liefst…

Signaalwoorden: dan (vergelijking) • van alle / het meest / het minst (keuze uit een groep)

Onregelmatige trappen die je gewoon moet kennen

Basis Vergrotende trap Overtreffende trap Typisch gebruik
goed beter het best kwaliteit / resultaat
veel meer het meest hoeveelheid
weinig minder het minst hoeveelheid
graag liever het liefst voorkeur
  • Niet zeggen: meer goed of goedderbeter
  • Niet zeggen: meer graag of graagderliever

Let op: bijvoeglijk naamwoord of bijwoord?

  • Bijvoeglijk naamwoord (bij een zelfstandig naamwoord):
    • Dit is een goede optie → een betere optie → de beste optie.
  • Bijwoord (bij een werkwoord: hoe gaat iets?):
    • Dit werkt goed → dit werkt beter → dit werkt het best.

Ezelsbrug: gaat het om iets (een optie/plan) → vaak de beste. Gaat het om hoe iets gebeurt → vaak het best.

De overtreffende trap in de zin: de/het beste vs het best

  • de/het + beste (bij een zelfstandig naamwoord):
    • Dit is de beste oplossing.
    • Dat is het beste moment.
  • het best (algemeen / bij een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord):
    • We vertrekken het best om 7.00 uur.
    • Deze locatie is het best bereikbaar met de tram.

Veelgemaakte fout: het beste bereikbaarhet best bereikbaar

Verder / verst en dicht(er)bij: vaste vormen

Basis Vergrotende trap Overtreffende trap Voorbeeld
ver verder het verst Dit is verder dan ik dacht.
dichtbij dichterbij het dichtstbij Welke halte is het dichtstbij?

Klinker verandert soms: groot → groter

Bij sommige woorden wordt de tweeklank korter in de vergrotende trap.

Positief Vergrotende trap Waarom?
groot groter oo → o (korter)
lang langer a blijft a, maar krijgt vaak een extra medeklinker in andere woorden (bv. dik → dikker)

Tip: twijfel je aan de spelling? Zeg het hardop. Je hoort vaak dat de klinker korter wordt.

Zelfcheck: kies snel de juiste vorm

  1. Vergelijk ik 2 dingen? → beter / meer / minder / liever + vaak dan.
  2. Kies ik uit meer dan 2? → het best / het meest / het minst / het liefst + vaak van alle.
  3. Staat er een zelfstandig naamwoord achter? → meestal de/het beste (met -e).
  4. Gaat het om hoe iets gaat? → vaak het best (zonder -e).
  1. De vergelijkende trap van goed, veel, weinig en graag zijn sterk onregelmatig.
  2. Een paar andere woorden hebben kleine bijzonderheden.
PositiefVergrotende trapOvertreffende trap
goedbeterhet best
veelmeerhet meest
weinigminderhet minst
graaglieverhet liefst
ververderhet verst
vaakvakerhet vaakst
dichtbijdichterbijhet dichtstbij
grootgroterhet grootst

Uitzonderingen!

  1. Bij sommige vergrotende trappen verliest de tweeklank 1 klinker.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Een eenpersoonskamer is goedkoper, maar een tweepersoonskamer is ____ voor twee personen.


2. In juli zijn er ____ boekingen, dus ik wil graag vandaag bellen om te bevestigen.


3. Met volpension heeft u ____ gedoe, omdat alle maaltijden al inbegrepen zijn.


4. Ik zou ____ per e-mail reserveren, dan heb ik alles zwart op wit.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met de vergrotende of overtreffende trap van het woord tussen haakjes (bijv. goed → beter / het best).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Deze koffie smaakt (goed) dan die van gisteren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Deze koffie smaakt beter dan die van gisteren.
  2. Ik drink (veel) thee dan koffie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik drink meer thee dan koffie.
  3. Ik heb (weinig) tijd dan vorige week.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb minder tijd dan vorige week.
  4. Ik werk (graag) thuis dan op kantoor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik werk liever thuis dan op kantoor.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 29/04/2026 11:55