Onregelmatige vergelijkingen

Onregelmatige vergelijkingen


Onregelmatige vergelijkingen zoals 'goed', 'beter', 'best'.

Wanneer gebruik je welke vorm?

  • Positief: geen vergelijking. Dit hotel is goed.
  • Vergrotende trap: je vergelijkt 2 dingen, vaak met dan. Dit hotel is beter dan dat hostel.
  • Overtreffende trap: je vergelijkt met alle (de rest), vaak met van / van allemaal of in keuzes. Dit is het best(e) hotel van de drie.

Let op: bij de overtreffende trap staat vaak het (bij een bijvoeglijk gebruikt woord) of de (als er een zelfstandig naamwoord achter staat).

De belangrijkste onregelmatige vormen (die je echt moet kennen)

Basis Vergrotende trap Overtreffende trap Typische context
goed beter het best kwaliteit
veel meer het meest hoeveelheid/aantal
weinig minder het minst hoeveelheid/aantal
graag liever het liefst voorkeur
  • Valkuil: goedere, meerder, weinig-er, graager bestaan niet.

“Het best” of “de beste”? (zelfde betekenis, andere bouw)

  • het + overtreffende trap (zonder zelfstandig naamwoord):
    Voor deze trip is een hotel het best.
  • de/het + overtreffende trap + zelfstandig naamwoord:
    Dit is het beste hotel voor een zakenreis.
    Zij hebben de beste service.

Snelle check: staat er een zelfstandig naamwoord achter (hotel/service/kamer)? Dan krijg je meestal -e: het beste hotel, de minste overlast.

Graag: voorkeur uitdrukken zonder “graagst”

  • liever … dan …: Ik neem liever een rustige kamer dan een goedkope kamer.
  • het liefst (sterkste voorkeur): Ik wil het liefst een kamer aan de binnenkant.
  • liefst kan ook, maar is informeler en klinkt sneller “kort”: Ik wil liefst een late check-out.

Verder / dichterbij: zo gebruik je “ver” en “dichtbij” natuurlijk

  • ver → verder → het verst
    Het station is verder dan ik dacht. / Dit hotel ligt het verst van het centrum.
  • dichtbij → dichterbij → het dichtstbij
    Dit hotel ligt dichterbij het congrescentrum. / Van alle opties ligt dit hotel het dichtstbij.

Valkuil: dichtbijer en dichtstbij (zonder het) zijn meestal fout in deze zinnen.

Kleine spellingregel: 1 klinker valt weg bij sommige vergrotende trappen

Bij sommige woorden met een tweeklank wordt de klank korter in de vergrotende trap.

Positief Vergrotende trap Wat gebeurt er?
groot groter ooo

Tip: spreek het uit. Je hoort: groter (korte o), niet grooter.

Zelfcheck: kies in 10 seconden de juiste vorm

  1. Vergelijk je 2 dingen? → vergrotende trap (vaak met dan).
  2. Vergelijk je met alle of maak je een ‘beste keuze’? → overtreffende trap (vaak met het/de).
  3. Gaat het om hoeveelheid? → denk aan meer / minder / het meest / het minst.
  4. Gaat het om voorkeur? → denk aan liever / het liefst (niet *graager*).
  1. De vergelijkende trap van goed, veel, weinig en graag zijn sterk onregelmatig.
  2. Een paar andere woorden hebben kleine bijzonderheden.
PositiefVergrotende trapOvertreffende trap
goedbeterhet best
veelmeerhet meest
weinigminderhet minst
graaglieverhet liefst
ververderhet verst
vaakvakerhet vaakst
dichtbijdichterbijhet dichtstbij
grootgroterhet grootst

Uitzonderingen!

  1. Bij sommige vergrotende trappen verliest de tweeklank 1 klinker.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Een hostel is vaak goedkoper, maar dit hotel is toch ____ voor een zakenreis.


2. Ik bel ____ met de receptie dan dat ik online een reservering maak.


3. In het hoogseizoen zijn er ____ reserveringen dan in de winter.


4. Bij volpension is er ____ eten inbegrepen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met correcte onregelmatige vergelijkingen, passend bij een situatie voor het boeken van een accommodatie.

1.
Fout: 'best' is de overtreffende trap en past hier niet. Er wordt waarschijnlijk de vergrotende trap bedoeld.
Fout: 'goedere' bestaat niet. De juiste vorm is 'betere'.
2.
Fout: 'grootste' wordt niet zonder lidwoord gebruikt; de juiste vorm is 'het grootst'.
Fout: 'groterst' bestaat niet. De correcte vorm is 'het grootst'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de vergrotende of overtreffende trap van het woord tussen haakjes (goed, veel, weinig, graag, ver, vaak, dichtbij, groot).

Toon/verberg hints
  1. Ik spreek Nederlands (goed) dan vorig jaar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik spreek Nederlands beter dan vorig jaar.
  2. In het weekend werk ik (weinig) dan doordeweeks.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In het weekend werk ik minder dan doordeweeks.
  3. Hij gaat (vaak) naar de sportschool van al mijn collega’s.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hij gaat het vaakst naar de sportschool van al mijn collega’s.
  4. Wij gaan (graag) met de trein dan met de auto.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij gaan liever met de trein dan met de auto.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vergelijk opties en beslis samen welke accommodatie het beste is.

Situatie
Je belt een hotel om accommodatie voor een korte zakenreis te boeken.

Bespreek
  • Welke accommodatie is beter voor jou: camping, hostel of hotel? Waarom?
  • Wat vind je het liefst: volpension, halfpension of alleen ontbijt? Leg uit met voorbeelden uit je werk of reizen.

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik wil graag een tweepersoonskamer, het liefst met volpension.
  • Een hostel is vaak goedkoper, maar een hotel is beter voor rust.
  • De camping ligt verder; het hotel is dichterbij de vergaderlocatie.

Gebruik in gesprek
  • beter
  • meer
  • het liefst

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 25/03/2026 06:36