Leer hoe je een hotelkamer kunt reserveren via telefoon, e-mail en online, met focus op belangrijke woorden als 'reserveren', 'bevestigen' en kamertypes zoals 'eenpersoonskamer' en 'tweepersoonskamer'. Oefen ook onregelmatige werkwoorden zoals 'hebben' en 'zijn' in praktische dialogs.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (11) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Het hostel
Het hostel
2
Het halfpension
Het halfpension
3
De reservering
De reservering
4
Bellen
Bellen
5
De tweepersoonskamer
De tweepersoonskamer
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Voer een gesprek om een kamer te reserveren. Kies een datum en vraag of ze een vrije kamer hebben. (Voer een gesprek om een kamer te reserveren. Beslis over een datum en vraag of ze een vrije kamer hebben.)
- Bepaal wat voor soort accommodatie je wilt boeken. (Bepaal welk type accommodatie je wilt boeken.)
- Stel vragen over wat in uw boeking is inbegrepen. (Stel vragen over wat bij uw boeking is inbegrepen.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ____ de reservering al telefonisch bevestigd.
2. U ____ net met de receptie gebeld voor meer informatie.
3. Wij ____ de bevestiging van de kamer per e-mail ontvangen.
4. De camping ____ ons verblijf sneller bevestigd dan verwacht.
Oefening 5: Boek uw accommodatie - Een telefoongesprek
Instructie:
Werkwoordschema's
Bevestigen - Bevestigen
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
- ik heb bevestigd
- jij hebt bevestigd / heeft bevestigd
- hij/zij/het heeft bevestigd
- wij hebben bevestigd
- jullie hebben bevestigd
- zij hebben bevestigd
Bellen - Bellen
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
- ik heb gebeld
- jij hebt gebeld / heeft gebeld
- hij/zij/het heeft gebeld
- wij hebben gebeld
- jullie hebben gebeld
- zij hebben gebeld
Hebben - Hebben
Tegenwoordige tijd
- ik heb
- jij hebt / heeft
- hij/zij/het heeft
- wij hebben
- jullie hebben
- zij hebben
Zullen - Zullen
Tegenwoordige tijd
- ik zal
- jij zult / zal
- hij/zij/het zal
- wij zullen
- jullie zullen
- zij zullen
Zijn - Zijn
Tegenwoordige tijd
- ik ben
- jij bent / bent
- hij/zij/het is
- wij zijn
- jullie zijn
- zij zijn
Oefening 6: Onregelmatige vergelijkingen
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Onregelmatige vergelijkingen
Toon vertaling Toon antwoordenbeter, dichterbij, vaker, beste, goedkoper, minder, liefst, meer
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Bevestigen bevestigen Delen Gekopieerd!
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) heb bevestigd | (ik) heb bevestigd |
(jij) hebt bevestigd / hebt bevestigd | (jij) hebt bevestigd / hebt bevestigd |
(hij/zij/het) heeft bevestigd | (hij/zij/het) heeft bevestigd |
(wij) hebben bevestigd | (wij) hebben bevestigd |
(jullie) hebben bevestigd | (jullie) hebben bevestigd |
(zij) hebben bevestigd | (zij) hebben bevestigd |
Bellen bellen Delen Gekopieerd!
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
ik heb gebeld | ik heb gebeld |
jij hebt gebeld / jij hebt gebeld | jij hebt gebeld / jij hebt gebeld |
hij/zij/het heeft gebeld | hij/zij/het heeft gebeld |
wij hebben gebeld | wij hebben gebeld |
jullie hebben gebeld | jullie hebben gebeld |
zij hebben gebeld | zij hebben gebeld |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Boek uw accommodatie - Overzicht van de les
In deze les leert u hoe u een hotelkamer kunt reserveren, een essentiële vaardigheid voor reizen en verblijf in Nederland en andere Nederlandstalige gebieden. De les richt zich op dagelijkse communicatiesituaties zoals telefonisch reserveren, boeken per e-mail en online reserveren. U maakt kennis met praktische woordenschat, relevante uitdrukkingen en onregelmatige werkwoorden die vaak voorkomen bij het bespreken van reserveringen en afspraken.
Belangrijke onderwerpen en vaardigheden
- Telefonisch reserveren: Oefeningen helpen u om vlot en duidelijk een hotelkamer te boeken via de telefoon, inclusief het bespreken van persoonlijke wensen zoals type kamer, extra faciliteiten en gewenste verblijfsdata.
- Reserveren per e-mail: U leert een correcte, formele e-mail opstellen om een kamer te reserveren of informatie aan te vragen, met aandacht voor beleefde vormen en duidelijke detailbesprekingen.
- Online reserveren: U oefent gesprekken en besluitvorming rondom het kiezen van het juiste kamertype via een website, inclusief prijsvergelijking en extra services.
- Onregelmatige werkwoorden: U maakt kennis met de vervoegingen van belangrijke werkwoorden zoals hebben, zijn, zullen, bellen en bevestigen in de tegenwoordige en voltooid tegenwoordige tijd. Dit helpt u bij het correct vormen van zinnen over reserveringen en bevestigingen.
Voorbeelden van nuttige woorden en uitdrukkingen
- reserveren (boeken), bevestigen (to confirm), eenpersoonskamer (single room), tweepersoonskamer (double room)
- ontbijt inbegrepen (breakfast included), met uitzicht op (with a view of), faciliteiten (facilities)
- de receptie (the reception), vindt u het goed (do you mind / do you agree), tot ziens (goodbye)
Onregelmatige werkwoorden - een focus
Werkwoorden zoals hebben, zijn en zullen worden regelmatig gebruikt in reserveringsgesprekken. Bijvoorbeeld: Ik heb bevestigd, Wij zijn tevreden of Wij zullen aankomen. De les bevat tabellen met vervoegingen, zodat u deze tijdsvormen goed oefent en toepast.
Verschillen en aandachtspunten in vergelijking met andere talen
Omdat de instructietaal en de leertaal beide Nederlands zijn, ligt het accent volledig op taalbegrip en -gebruik zonder vertaalelementen. In tegenstelling tot het Engels gebruikt het Nederlands bijvoorbeeld wederkerende werkwoorden (zich reserveren) niet in deze context; men zegt simpelweg reserveren. Ook is het gebruik van de voltooid tegenwoordige tijd voor acties die in het recent verleden hebben plaatsgevonden, zoals ik heb gebeld, fundamenteel voor dagelijkse communicatie.
Gebruikelijke beleefdheden zijn belangrijk, zoals geachte heer/mevrouw in e-mails en een vriendelijke toon in telefoongesprekken met zinnen als Heeft u verder nog wensen?. Daarnaast leert u hoe u data en wensen duidelijk bespreekt en bevestigt, wat de communicatie efficiënt en prettig maakt.