A2.11.2 - Onvoltooid verleden tijd: sterke werkwoorden
Onvoltooid verleden tijd: sterke werkwoorden
Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd, zoals bleef, hielp, rook.
- Bij de onvoltooid verleden tijd van sterke werkwoorden, zie je een klinkerverandering.
- In het meervoud wordt -en toegevoegd.
- In het enkelvoud wordt niets toegevoegd.
- Bij sterke werkwoorden wordt geen -te(n)/-de(n) toegevoegd.
| Categorie | Infinitief | O.v.t. |
|---|---|---|
| ij → ee | blijven (blijven) kijken (kijken) rijden (rijden) lijken (lijken) ... | bleef (bleef) keek (keek) reed (reed) leek (leek) ... |
| ie → oo | kiezen (kiezen) vliegen (vliegen) bieden (bieden) verliezen (verliezen) ... | koos (koos) vloog (vloog) bood (bood) verloor (verloor) ... |
| ui → oo | ruiken (ruiken) sluiten (sluiten) fluiten (fluiten) zuigen (zuigen) ... | rook (rook) sloot (sloot) floot (floot) zoog (zoog) ... |
| i → o | beginnen (beginnen) drinken (drinken) springen (springen) vinden (vinden) ... | begon (begon) dronk (dronk) sprong (sprong) vond (vond) ... |
| e → o | trekken (trekken) vechten (vechten) zwemmen (zwemmen) schenken (schenken) ... | trok (trok) vocht (vocht) zwom (zwom) schonk (schonk) ... |
| e → oo | scheren (scheren) wegen (wegen) bewegen (bewegen) zweren (zweren) ... | schoor (schoor) woog (woog) bewoog (bewoog) zwoor (zwoor) ... |
| a → ie | blazen (blazen) laten (laten) slapen (slapen) vallen (vallen) | blies (blies) liet (liet) sliep (sliep) viel (viel) |
| e → a | eten (eten) genezen (genezen) geven (geven) vergeten (vergeten) | at (at) genas (genas) gaf (gaf) vergat (vergat) |
| e → ie | helpen (helpen) bederven (bederven) scheppen (scheppen) sterven (sterven) | hielp (hielp) bedierf (bedierf) schiep (schiep) stierf (stierf) |
Overige:
| liggen (liggen) dragen (dragen) | lag (lag) droeg (droeg)
|
Oefening 1: Onvoltooid verleden tijd: sterke werkwoorden
Instructie: Vul het juiste woord in.
lag, liet, boden, sprong, bleven, hielp, reden, gaven
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke groep de correcte zin met de juiste onvoltooid verleden tijd van een sterk werkwoord. Let op de klinkerverandering en de juiste vervoeging zonder extra -te(n)/-de(n).
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd. Gebruik de juiste sterke werkwoorden (bijv. bleef, keek, reed, koos, dronk, vond, hielp, at, gaf, werd).
-
Ik blijf altijd lang op mijn werk.
-
Wij drinken koffie in de kantine.
-
Hij vindt het rapport te lang.
-
De directeur geeft elke maandag een korte presentatie.⇒ _______________________________________________ ExampleDe directeur gaf elke maandag een korte presentatie.
-
Jullie kiezen een nieuwe datum voor de vergadering.⇒ _______________________________________________ ExampleJullie kozen een nieuwe datum voor de vergadering.
-
Zij helpt haar collega met de computer.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage