Persoonlijke voornaamwoorden vervangen namen en worden als onderwerp gebruikt. Voorbeelden: ik, jij, wij, zij.
- Eerste persoon: 'ik' voor enkelvoud, 'wij' voor meervoud.
- Tweede persoon: 'jij' voor informeel, 'u' voor formeel.
- Derde persoon: 'hij' voor mannelijk, 'zij' voor vrouwelijk.
| Persoon (Persoon) | Enkelvoud (Enkelvoud) | Meervoud (Meervoud) |
|---|---|---|
| 1. | ik | wij / we |
| 2. | jij / je / u | jullie |
| 3. | hij / zij / ze | zij / ze |
| 3. (onzijdig) | het / 't |
Uitzonderingen!
- Gebruik 'je' in informele situaties in plaats van 'jij'.
- Gebruik 'u' voor beleefde of formele situaties.
- Het onzijdig voornaamwoord 'het' verwijst naar dingen of ideeën.
- Je, ze, en we kunnen niet gebruikt worden bij contrast of benadrukking, zoals: 'Wie heeft de afwas gedaan? Zij heeft dat gedaan, jij niet!
Oefening 1: Persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, …)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Hij, Zij, Ik, Wij, Het, U
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Goedemorgen, ik ben Thomas, ___ ben nieuw op de afdeling.
2. Sorry, kunt u dat herhalen? ___ versta het niet goed.
3. Hallo, ___ zijn nieuw hier. Wij komen uit Spanje.
4. Goedemiddag, docent. ___ heb een vraag. Kunt u de les van morgen toelichten?
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zin en vervang de aangegeven naam of groep door het juiste persoonlijk voornaamwoord (ik, jij/je, u, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleDe vergadering is om tien uur. → Het is om tien uur.