2. Woordenschat (12)

Aangenaam

Aangenaam Show

Aangenaam Show

Goedemorgen

Goedemorgen Show

Goedemorgen Show

Goedemiddag

Goedemiddag Show

Goedemiddag Show

Goedendag

Goedendag Show

Goedendag Show

Goedenavond

Goedenavond Show

Goedenavond Show

Hallo

Hallo Show

Hallo Show

Leuk je te ontmoeten!

Leuk je te ontmoeten! Show

Leuk je te ontmoeten! Show

Tot morgen

Tot morgen Show

Tot morgen Show

Tot straks

Tot straks Show

Tot straks Show

Tot ziens

Tot ziens Show

Tot ziens Show

Zijn

Zijn Show

Zijn Show

Hebben

Hebben Show

Hebben Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen.

Toon antwoorden
1.
Aangenaam. | Anna. | Goedemorgen, | ben | ik
Goedemorgen, ik ben Anna. Aangenaam.
2.
in de | je te | ontmoeten! | Hallo, ik | ben nieuw | klas. Leuk
Hallo, ik ben nieuw in de klas. Leuk je te ontmoeten!
3.
u dat | Goedemiddag, ik | heb een | alstublieft herhalen? | vraag. Kunt
Goedemiddag, ik heb een vraag. Kunt u dat alstublieft herhalen?
4.
niet. Kunt | keer uitleggen? | u het | Sorry, ik | nog een | begrijp het
Sorry, ik begrijp het niet. Kunt u het nog een keer uitleggen?
5.
laat, ik | morgen! | ga naar | Het is | huis. Tot
Het is laat, ik ga naar huis. Tot morgen!
6.
nu weg. | is klaar. | Wij gaan | Tot ziens! | De les
De les is klaar. Wij gaan nu weg. Tot ziens!

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Goedemorgen, ik ben Thomas en ik ___ uw nieuwe collega.


2. Hallo, jij ___ Anna en ik ben blij je te ontmoeten.


3. Wij ___ nu in de klas en we hebben een Nederlandse les.


4. Tot morgen, u ___ morgen weer les om negen uur.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. 1. Je komt ’s ochtends op kantoor of in een coworking space. Je ziet een collega of een nieuwe contactpersoon bij de koffieautomaat. Groet de persoon vriendelijk en eenvoudig. (Gebruik: Goedemorgen, hallo, aangenaam)

Goedemorgen,    

Voorbeeld:

Goedemorgen, ik ben Anna. Aangenaam.

2. 2. Je bent bij een korte afspraak bij de huisarts. De afspraak is klaar en je wilt beleefd afscheid nemen. Zeg dat je later nog iets stuurt of belt. (Gebruik: Tot ziens, tot morgen, fijne dag)

Tot ziens,    

Voorbeeld:

Tot ziens, dokter. Fijne dag nog.

3. 3. Je hebt Nederlandse les in de avond. Je begrijpt een woord niet en je wilt de docent vragen om het nog een keer te zeggen. Vraag op een eenvoudige, beleefde manier om te herhalen. (Gebruik: Sorry, herhalen, ik begrijp het niet)

Sorry, kunt u    

Voorbeeld:

Sorry, kunt u dat herhalen? Ik begrijp het niet.

4. 4. Je werkt thuis en hebt een korte online meeting met een collega in Nederland. Aan het eind van het gesprek wil je het gesprek vriendelijk afsluiten en zeggen dat je later contact neemt. (Gebruik: Tot straks, tot morgen, fijne avond)

Tot straks,    

Voorbeeld:

Tot straks, ik stuur je later een e-mail.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 3 tot 5 korte zinnen over hoe jij iemand begroet en hoe je afscheid neemt op je werk of in de klas.

Nuttige uitdrukkingen:

Goedemorgen, ik ben ... / Hoi / Hallo, leuk je te ontmoeten. / Tot ziens / Tot straks / Tot morgen. / Fijne avond, tot morgen.

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje. (Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Goedemorgen!

Goedemiddag!

Goedenavond!

Hoe gaat het met je?

Prima. En met jou?

Tot ziens!

Sorry, kun je het herhalen alsjeblieft?

Ik begrijp het niet.

Kunt u dat spellen?

Aangenaam kennis te maken.

...