1. Taalonderdompeling
A1.1.1 Activiteit
Begroeten in verschillende contexten
3. Grammatica
A1.1.2 Grammatica
Persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij,…)
Belangrijk werkwoord
Zijn (zijn)
Belangrijk werkwoord
Hebben (hebben)
4. Oefeningen
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Goedemorgen, ik ben Thomas en ik ___ uw nieuwe collega.
2. Hallo, jij ___ Anna en ik ben blij je te ontmoeten.
3. Wij ___ nu in de klas en we hebben een Nederlandse les.
4. Tot morgen, u ___ morgen weer les om negen uur.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. 1. Je komt ’s ochtends op kantoor of in een coworking space. Je ziet een collega of een nieuwe contactpersoon bij de koffieautomaat. Groet de persoon vriendelijk en eenvoudig. (Gebruik: Goedemorgen, hallo, aangenaam)
Goedemorgen,
Voorbeeld:
Goedemorgen, ik ben Anna. Aangenaam.
2. 2. Je bent bij een korte afspraak bij de huisarts. De afspraak is klaar en je wilt beleefd afscheid nemen. Zeg dat je later nog iets stuurt of belt. (Gebruik: Tot ziens, tot morgen, fijne dag)
Tot ziens,
Voorbeeld:
Tot ziens, dokter. Fijne dag nog.
3. 3. Je hebt Nederlandse les in de avond. Je begrijpt een woord niet en je wilt de docent vragen om het nog een keer te zeggen. Vraag op een eenvoudige, beleefde manier om te herhalen. (Gebruik: Sorry, herhalen, ik begrijp het niet)
Sorry, kunt u
Voorbeeld:
Sorry, kunt u dat herhalen? Ik begrijp het niet.
4. 4. Je werkt thuis en hebt een korte online meeting met een collega in Nederland. Aan het eind van het gesprek wil je het gesprek vriendelijk afsluiten en zeggen dat je later contact neemt. (Gebruik: Tot straks, tot morgen, fijne avond)
Tot straks,
Voorbeeld:
Tot straks, ik stuur je later een e-mail.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 3 tot 5 korte zinnen over hoe jij iemand begroet en hoe je afscheid neemt op je werk of in de klas.
Nuttige uitdrukkingen:
Goedemorgen, ik ben ... / Hoi / Hallo, leuk je te ontmoeten. / Tot ziens / Tot straks / Tot morgen. / Fijne avond, tot morgen.
Oefening 6: Gespreksoefening
Instructie:
- Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje. (Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten