Basisbegroetingen en afscheidsgroeten.
Een gesprek beginnen en beëindigen.
Nuttige zinnen om tijdens de les te gebruiken (om verduidelijking te vragen, om herhaling te vragen, enz.).
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Begroeten in verschillende contexten
Twee mensen ontmoeten elkaar in de buurt.
Grammatica: Persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij,…)
Persoonlijke voornaamwoorden vervangen namen en worden als onderwerp gebruikt. Voorbeelden: ik, jij, wij, zij.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!