Een scheidbaar werkwoord bestaat uit twee delen, zoals schoonmaken, weglopen, opeten.

Wat is een scheidbaar werkwoord?

Scheidbare werkwoorden bestaan uit twee delen:

  • een voorvoegsel (op-, terug-, bij-, uit-, …)
  • een werkwoord (ruimen, bellen, werken, nodigen, …)

Samen vormen ze één betekenis:

  • opruimen = ordenen, netjes maken
  • terugbellen = nog een keer bellen
  • uitnodigen = vragen om te komen

Belangrijk: in de woordenlijst / het woordenboek zie je ze aan elkaar geschreven: opruimen, terugbellen, uitnodigen.

Stap 1: Herken het voorvoegsel

Veel voorkomende voorvoegsels van scheidbare werkwoorden zijn bijvoorbeeld:

Voorvoegsel Betekenis (globaal) Voorbeeld
op- naar boven / klaar / weg opruimen, opstaan, opzoeken
terug- weer / opnieuw / naar achter terugbellen, terugkomen
uit- naar buiten / af / compleet uitnodigen, uitzoeken
na- achteraf, controleren nakijken, nalezen
binnen- naar binnen binnenkomen
mee- met iemand / iets gaan meebrengen, meegaan
toe- erbij / toegestaan toelaten

Zelfcheck: Zie je zo’n voorvoegsel + een gewoon werkwoord? Dan is de kans groot dat het scheidbaar is.

Stap 2: Hoofdzin in de tegenwoordige tijd

In een gewone hoofdzin (mededelende zin):

  1. Het vervoegde werkwoord komt op plaats 2.
  2. Het voorvoegsel gaat naar het einde van de zin.

Schema:

Onderwerp – vervoegd werkwoord – andere zinsdelen – voorvoegsel

  • Ik ruim mijn bureau op.
  • De werkgever belt je morgen terug.
  • Wij nodigen drie kandidaten uit.

Let op fouten zoals:

  • Ik opruim mijn bureau.
  • De werkgever terugbelt je.

In deze zinnen staat het voorvoegsel verkeerd vast aan het werkwoord. In een hoofdzin moet het los achteraan.

Stap 3: Waar mag er iets tussen werkwoord en voorvoegsel?

Tussen het vervoegde werkwoord en het voorvoegsel mogen andere zinsdelen staan:

  • lijdend voorwerp
  • tijd / plaats
  • bijwoorden

Maar: het voorvoegsel staat helemaal achteraan in de zin (behalve voegwoorden enz.).

  • Ik ruim na het werk mijn bureau op.
  • Hij studeert dit jaar aan de universiteit af.
  • De recruiter belt mij volgende week terug.

Vergelijk:

  • Ik ruim op mijn bureau na het werk. → ‘op’ staat te vroeg.
  • Hij studeerde af vorig jaar aan de universiteit. → ‘vorig jaar’ hoort niet tussen werkwoord en voorvoegsel.

Stap 4: Bijzinnen en infinitieven

In bijzinnen en bij infinitief blijft het werkwoord aan elkaar geschreven.

  • Ik vind dat hij zijn bureau opruimt.
  • Ik hoop dat de werkgever mij terugbelt.
  • Ik wil mijn cv bijwerken.
  • De manager besluit om de kandidaat terug te bellen.

Vuistregel:

  • Hoofdzin: los → Ik ruim … op.
  • Bijzin / infinitief: vast → dat ik opruim / om op te ruimen.

Stap 5: Voltooid deelwoord van scheidbare werkwoorden

Het voltooid deelwoord heeft de vorm:

voorvoegsel + ge- + stam + -d/-t/-en

  • opruimen → ik heb mijn bureau opgeruimd.
  • tegenkomen → ik ben een collega tegengekomen.
  • uitnodigen → het bedrijf heeft mij uitgenodigd.
  • bijwerken → ik heb mijn cv bijgewerkt.
  • nakijken → ik heb mijn brief goed nagekeken.

Let op de plaats in de zin (zoals alle voltooid deelwoorden):

  • Gisteren heb ik mijn sollicitatiebrief nog één keer nagekeken.
  • De universiteit heeft geen nieuwe studenten meer toegelaten.

Stap 6: Wanneer is een werkwoord niet scheidbaar?

Twee belangrijke regels:

  1. Is het voorvoegsel be-, ge-, her-, ont-, ver-, er-? Dan is het werkwoord niet scheidbaar.
  • betaalt, gebruikt, herhaalt, ontkent, vertelt → blijven altijd aan elkaar.
  • Ik haal de afspraak her. → fout
  • Ik herhaal de afspraak. → goed
  1. Als de klemtoon op het tweede deel ligt, is het meestal niet-scheidbaar.
  • ophálen (klemtoon op op) → scheidbaar: Ik haal mijn pakket op.
  • behálen (klemtoon op haal) → niet-scheidbaar: Ik behaal mijn diploma.

Twijfel je? Kijk in een goed woordenboek: daar staat meestal bij of het werkwoord scheidbaar is.

Snelle zelfcheck: begrijp ik het?

  • Kan ik het voorvoegsel aanwijzen in zinnen zoals: ik werk mijn cv bij, hij belt mij terug?
  • Kan ik een infinitief zoals opruimen veranderen in een hoofdzin: ik ruim … op?
  • Kan ik de juiste vorm van het voltooid deelwoord maken: ik heb mijn cv bijgewerkt, ik ben hem tegengekomen?
  • Weet ik dat werkwoorden met be-, ge-, her-, ont-, ver-, er- niet scheidbaar zijn?

Als je dit allemaal kunt, heb je de basis van scheidbare werkwoorden onder controle en kun je ze gericht gaan oefenen in gesprekken.

  1. Het eerste deel is vaak een voorvoegsel of bijvoeglijk naamwoord.
  2. Het werkwoordelijke deel wordt vervoegd zoals normale werkwoorden.
  3. Voltooid deelwoord: ge- komt tussen voorvoegsel en werkwoord. Bijvoorbeeld: 'tegenkomen' ⇒ 'tegengekomen'
VoorvoegselWerkwoordVoorbeeldzin
op-opruimenIk ruim mijn bureau op na het werk.
tegen-tegenkomenIk kom veel leuke vacatures tegen op het internet.
mee-meebrengenIk breng mijn cv mee naar de sollicitatie.
toe-toelatenWe laten geen nieuwe werknemers toe.
terug-terugbellenDe werkgever belt je terug na de sollicitatie.
bij-bijwerkenIk werk mijn cv bij.
uit-uitnodigenHet bedrijf nodigt kandidaten uit voor een gesprek.
af-afstuderenHij studeerde vorig jaar af aan de universiteit.
binnen-binnenkomenIk kom om 9 uur binnen bij mijn sollicitatie.
na-nakijkenIk kijk mijn sollicitatiebrief goed na om fouten te vermijden.

Uitzonderingen!

  1. Niet-scheidbaar als de klemtoon op het tweede deel valt.
  2. Werkwoorden met voorvoegsels be-, ge-, her-, ont-, ver-, er- zijn niet-scheidbaar.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Voor het sollicitatiegesprek ______ ik mijn bureau elke ochtend ______.


2. Gisteren heb ik mijn sollicitatiebrief nog één keer ______.


3. De werkgever ______ morgen vijf sollicitanten ______ voor een tweede gesprek.


4. Na het gesprek ______ de recruiter mij volgende week ______.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies per zin de juiste vorm van het scheidbare werkwoord. Let goed op de positie van het voorvoegsel en de correcte vervoeging van het werkwoord.

1.
Hier staat het voorvoegsel 'op' onjuist vast aan het vervoegde werkwoord 'ruim'. Bij scheidbare werkwoorden moet het voorvoegsel los staan in een hoofdzin.
De volgorde is onjuist; het vervoegde werkwoord moet direct na het onderwerp staan en het voorvoegsel los erachter.
2.
De woordvolgorde is onjuist; het voorvoegsel staat niet direct achter het werkwoord.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel meestal los in de hoofdzin, niet vast aan het werkwoord.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste scheidbare werkwoord in de tegenwoordige of voltooid verleden tijd, zoals in het voorbeeld: Ik heb mijn cv bijgewerkt. ⇒ Ik heb mijn cv bijgewerkt. (voorbeeld)

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (opruimen) Ik heb mijn tafel netjes gemaakt na het eten.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik ruim mijn tafel na het eten op.
  2. Hint Hint (tegenkomen) De manager zag mij gisteren plots op straat.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De manager kwam mij gisteren op straat tegen.
  3. Hint Hint (meebrengen) Neem je jouw diploma naar het sollicitatiegesprek?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Breng je jouw diploma mee naar het sollicitatiegesprek?
  4. Hint Hint (toelaten) De universiteit accepteerde geen nieuwe studenten meer.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De universiteit liet geen nieuwe studenten meer toe.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Speel een rollenspel: één is sollicitant, één is werkgever; wissel daarna van rol.

Situatie
Jij en een vriend oefenen samen voor een sollicitatiegesprek in Nederland.

Bespreek
  • Welke vacature zoek jij en welke taken spreken je aan?
  • Welke documenten neem je mee en welke controleer je nog na?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik werk mijn cv bij voordat ik solliciteer.
  • Ik kijk mijn sollicitatiebrief goed na.
  • De werkgever nodigt sollicitanten uit voor een gesprek.

Gebruik in gesprek
  • scheidbare werkwoorden tegenwoordige tijd (ik ruim ... op)
  • scheidbare werkwoorden voltooid deelwoord (ik ben ... tegengekomen)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 03:22