Scheidbare werkwoorden

Scheidbare werkwoorden


Een scheidbaar werkwoord bestaat uit twee delen, zoals schoonmaken, weglopen, opeten.

Wat is een scheidbaar werkwoord?

Een scheidbaar werkwoord bestaat uit:

  • voorvoegsel (op-, terug-, mee-, uit-, …)
  • werkwoord (ruimen, bellen, brengen, nodigen, …)

In veel zinnen splits je het werkwoord: het werkwoord komt vroeg in de zin, het voorvoegsel komt later.

Hoofdzin: werkwoord op plek 2, voorvoegsel naar het einde

In een hoofdzin is de basisregel:

  • persoon + vervoegd werkwoord (plek 2)
  • … (rest van de zin)
  • voorvoegsel (meestal achteraan)
Correct Niet correct
Ik ruim mijn bureau op. Ik opruim mijn bureau.
De werkgever belt je terug. De werkgever terugbelt je.
Ik kijk mijn brief goed na. Ik nakijk mijn brief goed.
Het bedrijf nodigt kandidaten uit. Het bedrijf uitnodigt kandidaten.

Waar zet je het voorvoegsel precies?

Handige vuistregel:

  • Zet het voorvoegsel na alle belangrijke informatie (object, tijd, plaats).
  • Zet tijd/plaats liever niet tussen werkwoord en voorvoegsel.

Goed

  • Hij studeerde vorig jaar aan de universiteit af.
  • Ik breng mijn cv naar het gesprek mee.

Niet goed

  • Hij studeerde af vorig jaar aan de universiteit.
  • Ik breng mee mijn cv naar het gesprek.

Met een hulpwerkwoord (willen, moeten, gaan, kunnen, …): niet splitsen

Als er een hulpwerkwoord staat, blijft het scheidbare werkwoord meestal bij elkaar (als infinitief) aan het einde.

Met hulpwerkwoord Zonder hulpwerkwoord
Ik moet mijn cv bijwerken. Ik werk mijn cv bij.
De manager wil de kandidaat terugbellen. De manager belt de kandidaat terug.
Wij gaan de vergaderruimte opruimen. Wij ruimen de vergaderruimte op.

Voltooid deelwoord: waar komt ge-?

In de voltooid verleden tijd (met hebben/zijn):

  • ge- komt tussen voorvoegsel en werkwoord.
Infinitief Voltooid deelwoord Voorbeeld
tegenkomen tegengekomen Ik ben een interessante vacature tegengekomen.
bijwerken bijgewerkt Ik heb mijn cv bijgewerkt.
opruimen opgeruimd We hebben het kantoor opgeruimd.

Let op: wanneer is een werkwoord níét scheidbaar?

Niet elk werkwoord met een voorvoegsel is scheidbaar.

  • Altijd niet-scheidbaar met: be-, ge-, her-, ont-, ver-, er-
    Voorbeelden: begrijpen, vertellen, herstellen, ontdekken
  • Soms ook niet-scheidbaar als de klemtoon op het tweede deel valt (dit leer je vooral door te luisteren/te lezen).

Snelle zelfcheck (2 stappen)

  1. Is het een hoofdzin zonder hulpwerkwoord?

    Ja → splitsen: werkwoord op plek 2, voorvoegsel achteraan.

  2. Staat er een hulpwerkwoord (wil/moet/gaat/heeft/is…)?

    Ja → scheidbaar werkwoord blijft bij elkaar (infinitief of voltooid deelwoord).

Controlezin: Kun je het voorvoegsel aan het eind zetten zonder dat de zin vreemd klinkt? Dan is het vaak scheidbaar.

  1. Het eerste deel is vaak een voorvoegsel of bijvoeglijk naamwoord.
  2. Het werkwoordelijke deel wordt vervoegd zoals normale werkwoorden.
  3. Voltooid deelwoord: ge- komt tussen voorvoegsel en werkwoord. Bijvoorbeeld: 'tegenkomen' ⇒ 'tegengekomen'
VoorvoegselWerkwoordVoorbeeldzin
op-opruimenIk ruim mijn bureau op na het werk.
tegen-tegenkomenIk kom veel leuke vacatures tegen op het internet.
mee-meebrengenIk breng mijn cv mee naar de sollicitatie.
toe-toelatenWe laten geen nieuwe werknemers toe.
terug-terugbellenDe werkgever belt je terug na de sollicitatie.
bij-bijwerkenIk werk mijn cv bij.
uit-uitnodigenHet bedrijf nodigt kandidaten uit voor een gesprek.
af-afstuderenHij studeerde vorig jaar af aan de universiteit.
binnen-binnenkomenIk kom om 9 uur binnen bij mijn sollicitatie.
na-nakijkenIk kijk mijn sollicitatiebrief goed na om fouten te vermijden.

Uitzonderingen!

  1. Niet-scheidbaar als klemtoon op het tweede deel valt.
  2. Werkwoorden met voorvoegsels be-, ge-, her-, ont-, ver-, er- zijn niet-scheidbaar.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Voor het sollicitatiegesprek ______ ik mijn bureau elke ochtend ______.


2. Gisteren heb ik mijn sollicitatiebrief nog één keer ______.


3. De werkgever ______ morgen vijf sollicitanten ______ voor een tweede gesprek.


4. Na het gesprek ______ de recruiter mij volgende week ______.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies per zin de juiste vorm van het scheidbare werkwoord. Let goed op de positie van het voorvoegsel en de correcte vervoeging van het werkwoord.

1.
Hier staat het voorvoegsel 'op' onjuist vast aan het vervoegde werkwoord 'ruim'. Bij scheidbare werkwoorden moet het voorvoegsel los staan in een hoofdzin.
De volgorde is onjuist; het vervoegde werkwoord moet direct na het onderwerp staan en het voorvoegsel los erachter.
2.
De woordvolgorde is onjuist; het voorvoegsel staat niet direct achter het werkwoord.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel meestal los in de hoofdzin, niet vast aan het werkwoord.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste scheidbare werkwoord in de tegenwoordige of voltooid verleden tijd, zoals in het voorbeeld: Ik heb mijn cv bijgewerkt. ⇒ Ik heb mijn cv bijgewerkt. (voorbeeld)

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (opruimen) Ik heb mijn tafel netjes gemaakt na het eten.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ruim mijn tafel na het eten op.
  2. Hint Hint (tegenkomen) De manager zag mij gisteren plots op straat.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De manager kwam mij gisteren op straat tegen.
  3. Hint Hint (meebrengen) Neem je jouw diploma naar het sollicitatiegesprek?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Breng je jouw diploma mee naar het sollicitatiegesprek?
  4. Hint Hint (toelaten) De universiteit accepteerde geen nieuwe studenten meer.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De universiteit liet geen nieuwe studenten meer toe.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Speel een rollenspel: één is sollicitant, één is werkgever; wissel daarna van rol.

Situatie
Jij en een vriend oefenen samen voor een sollicitatiegesprek in Nederland.

Bespreek
  • Welke vacature zoek jij en welke taken spreken je aan?
  • Welke documenten neem je mee en welke controleer je nog na?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik werk mijn cv bij voordat ik solliciteer.
  • Ik kijk mijn sollicitatiebrief goed na.
  • De werkgever nodigt sollicitanten uit voor een gesprek.

Gebruik in gesprek
  • scheidbare werkwoorden tegenwoordige tijd (ik ruim ... op)
  • scheidbare werkwoorden voltooid deelwoord (ik ben ... tegengekomen)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 27/03/2026 02:48