Sterke werkwoorden: onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord

Sterke werkwoorden: onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord


Sterke werkwoorden veranderen van klank in de onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord.

Sterke werkwoorden: wat is het verschil?

  • Zwak werkwoord: verleden tijd met -te/-de (werkte, leefde).
  • Sterk werkwoord: verleden tijd met klankverandering (ik kreeg, ik koos, ik ging).

Belangrijk: bij sterke werkwoorden kun je de verleden tijd niet “uitrekenen”. Je herkent ze aan de verandering in de klinker: krijgen → kreeg, kiezen → koos.

Kies snel de juiste tijd: O.V.T. of perfectum

Wanneer? Welke tijd? Voorbeeld
Afgerond moment in het verleden (vaak met: gisteren, vorige week, in 2022) O.V.T. Vorige week deed ik een cursus.
Resultaat/ervaring nu belangrijk, tijdstip niet centraal Perfectum Ik heb een cursus gedaan.

Stap voor stap: zo maak je de O.V.T. (sterke werkwoorden)

  1. Kies het werkwoord (infinitief): kiezen.
  2. Pak de vorm uit de lijst (klank verandert): koos.
  3. Let op enkelvoud/meervoud:
    • ik/hij/zij: koos
    • wij/jullie/zij: kozen

Veelgemaakte fout: ik kiesde / ik vraagde → het is ik koos en ik vroeg.

Stap voor stap: zo maak je het voltooid deelwoord

  1. Kies hebben of zijn (zie volgende blok).
  2. Gebruik het voltooid deelwoord: vaak ge- + vorm, en bij sterke werkwoorden vaak -en.
    • krijgen → gekregen
    • kiezen → gekozen
    • trekken → getrokken
    • gaan → gegaan

Let op spelling: gegaant, gekiesd bestaan niet. Je gebruikt de vaste vorm: gegaan, gekozen.

Hebben of zijn? (en waarom dat belangrijk is)

  • zijn bij beweging/plaatsverandering: gaan, komen
    • Ik ben naar de winkel gegaan.
    • Zij is laat gekomen.
  • hebben bij de meeste andere werkwoorden:
    • Ik heb het goed begrepen en gedacht.
    • We hebben een stijl gekozen.

Snelle check: kun je “van A naar B” horen? Dan vaak zijn (gegaan/gekomen). Anders meestal hebben.

Woordvolgorde: waar zet je ‘gekregen/gekozen/gegaan’?

  • Hoofdzin: hulpwerkwoord op plek 2, voltooid deelwoord aan het einde.
    • Ik heb gisteren een nieuwe jas gekozen.
    • We zijn daarna naar een andere winkel gegaan.
  • Bijzin (met omdat, dat, terwijl): beide werkwoorden aan het einde.
    • … omdat ik een nieuwe jas heb gekozen.
    • … omdat we naar een andere winkel zijn gegaan.

Mini-overzicht: deze 10 vormen moet je direct herkennen

Infinitief O.V.T. Voltooid deelwoord
krijgenkreeggekregen
kiezenkoosgekozen
trekkentrokgetrokken
vragenvroeggevraagd
doendeedgedaan
gaanginggegaan
houdenhieldgehouden
komenkwamgekomen
denkendachtgedacht
zeggenzeigezegd

Zelfcheck (30 seconden): waar moet je op letten?

  1. Is het werkwoord sterk? Dan verwacht je klankverandering (krijgen → kreeg).
  2. Wil je O.V.T. of perfectum?
    • moment/afgelopen tijd: O.V.T.
    • resultaat/ervaring: hebben/zijn + voltooid deelwoord
  3. Perfectum: kies hebben of zijn (gaan/komen → vaak zijn).
  4. Zet in de hoofdzin het voltooid deelwoord achteraan.
  1. Sterke werkwoorden zijn werkwoorden die afwijken van de algemene vervoegingsregels.
  2. Sterke werkwoorden veranderen de klinker in de onvoltooid verleden tijd.
  3. Voltooid deelwoord eindigt vaak op '-en' of 'ge- + stam + en'.
InfinitiefO.V.T.Voltooid deelwoord
Krijgenkreeggekregen
Kiezenkoosgekozen
Trekkentrokgetrokken
Vragenvroeggevraagd
Doendeedgedaan
Gaanginggegaan
Houdenhieldgehouden
Komenkwamgekomen
Denkendachtgedacht
Zeggenzeigezegd

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Gisteren ___ ik in de paskamer of dit jurkje ook in een ander merk was.


2. Vorig jaar ___ hij een heel klassieke stijl, maar nu draagt hij iets moderners naar kantoor.


3. Ik ben blij dat je met me mee ___ naar die vintagewinkel; samen hebben we een mooie outfit gekozen.


4. Ik heb goed naar je foto’s gekeken en ik heb drie hippe outfits voor je bedacht, zoals je mij had ___.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met het correcte gebruik van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd of het voltooid deelwoord. Let daarbij op de klankverandering en het juiste voltooid deelwoord.

1.
Het werkwoord 'kopen' is een sterk werkwoord; de verleden tijd is 'kocht' en het voltooid deelwoord is 'gekocht'. Hier is echter de onvoltooid verleden tijd nodig omdat het om 'gisteren' gaat.
'Koopte' is onjuist; het werkwoord 'kopen' verandert onregelmatig naar 'kocht' in de verleden tijd, niet 'koopte'.
2.
'Keesd' is geen correcte vervoeging van het werkwoord 'kiezen'.
Deze zin staat dubbel en is onjuist gemarkeerd. De correcte vorm is 'gekozen'; andere spellingen zijn fout.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd (O.V.T.) of gebruik het voltooid deelwoord van het sterke werkwoord waar dat past.

Toon/verberg hints
  1. Ik krijg elke week feedback van mijn manager.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik kreeg elke week feedback van mijn manager.
  2. Wij kiezen vaak duurzame kleding voor op kantoor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.
  3. Hij trekt zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.
  4. Ik heb een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel kort over jouw kledingstijl vroeger en vergelijk met nu.

Situatie
Je past outfits in een winkel en praat met een collega over kleding uit het verleden.

Bespreek
  • Welke kleding droeg jij tien jaar geleden en waarom vond je het mooi?
  • Welke outfit koos je vroeger voor werk of studie, en wat is er veranderd?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Vroeger hield ik van vintage kleding.
  • Ik heb die outfit gekozen omdat het toen in de mode was.
  • Toen ik jonger was, ging ik vaak naar de paskamer.

Gebruik in gesprek
  • onvoltooid verleden tijd sterke werkwoorden (bijv. ik koos, ik kreeg, ik ging)
  • voltooid deelwoord sterke werkwoorden (bijv. ik heb gekozen, ik ben gegaan)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 27/03/2026 08:52