Sterke werkwoorden: onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord
In deze les leer je hoe je sterke werkwoorden vervoegt in de onvoltooid verleden tijd (O.V.T.) en het voltooid deelwoord. Sterke werkwoorden wijken af van de standaard vervoegingsregels omdat ze van klank veranderen, vooral in de verleden tijd en het voltooid deelwoord.
Wat zijn sterke werkwoorden?
Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd. Bijvoorbeeld:
- krijgen – kreeg – gekregen
- kiezen – koos – gekozen
- trekken – trok – getrokken
- doen – deed – gedaan
- gaan – ging – gegaan
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden eindigt vaak op -en, bijvoorbeeld gekozen of gegaan. Dit is een belangrijk verschil met zwakke werkwoorden, die meestal op -d of -t eindigen.
De onvoltooid verleden tijd (O.V.T.)
De onvoltooid verleden tijd gebruik je om te praten over gebeurtenissen uit het verleden. Voor sterke werkwoorden verandert de klinker, bijvoorbeeld:
- hield (houden), niet houdde
- ging (gaan), niet gaatte
- koos (kiezen), niet koopte
Let goed op deze klankveranderingen omdat ze vaak verkeerd gebruikt worden door lerenden.
Het voltooid deelwoord
Voor sterke werkwoorden wordt het voltooid deelwoord meestal gevormd met ge- + stam + -en, en de klinker verandert ook hier vaak, bijvoorbeeld:
- gekregen (krijgen)
- getrokken (trekken)
- gedaan (doen)
Dit verschilt van zwakke werkwoorden, waarbij het voltooid deelwoord meestal op -d of -t eindigt zonder klinkerwisseling.
Tips voor het leren van sterke werkwoorden
- Leer en onthoud de klinkerwisselingen per werkwoord.
- Oefen regelmatig met voorbeeldzinnen om het juiste gebruik te automatiseren.
- Let op uitzonderingen, want sommige werkwoorden lijken sterk maar zijn dat niet.
Belangrijke verschillen met het Engels
In tegenstelling tot het Nederlands, waarbij de klank van het werkwoord verandert in de verleden tijd en het voltooid deelwoord, werkt het Engels vaak met vaste vormen of voegt het -ed toe voor regelmatige werkwoorden. Bijvoorbeeld:
- Nederlands: kopen – kocht – gekocht
- Engels: to buy – bought – bought
Sommige sterke werkwoorden in het Nederlands lijken op onregelmatige werkwoorden in het Engels, vooral door de klinkerwisseling. Een handig woord om te kennen is sterk werkwoord (strong verb).
Handige woorden en uitdrukkingen
- Sterk werkwoord: werkwoord met klankverandering.
- Onvoltooid verleden tijd: verleden tijd die de actie in het verleden zonder voltooiing aangeeft.
- Voltooid deelwoord: vorm die samen met 'hebben' of 'zijn' wordt gebruikt om de voltooide tijd te vormen.