A2.27.2 - Verbos fuertes: pretérito imperfecto y participio pasado
Sterke werkwoorden: onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord
Sterke werkwoorden veranderen van klank in de onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord.
(Los verbos fuertes cambian el sonido en el pretérito imperfecto y en el participio pasado.)
- Los verbos fuertes son verbos que se desvían de las reglas generales de conjugación.
- Los verbos fuertes cambian la vocal en el pretérito imperfecto.
- Voltooid deelwoord suele acabar en '-en' o en 'ge- + stam + en'.
| Infinitief | O.V.T. | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| Krijgen (Recibir) | kreeg | gekregen |
| Kiezen (Elegir) | koos | gekozen |
| Trekken (Tirar) | trok | getrokken |
| Vragen (Preguntar) | vroeg | gevraagd |
| Doen (Hacer) | deed | gedaan |
| Gaan (Ir) | ging | gegaan |
| Houden (Mantener / Gustar) | hield | gehouden |
| Komen (Venir) | kwam | gekomen |
| Denken (Pensar) | dacht | gedacht |
| Zeggen (Decir) | zei | gezegd |
Ejercicio 1: Verbros fuertes: pretérito imperfecto y participio perfecto
Instrucción: Rellena la palabra correcta.
gebleven, hippe, las, kocht, droeg, aangedaan, gesloten, verdwenen, zei
Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la frase correcta con el uso adecuado de los verbos fuertes en pretérito imperfecto o participio pasado. Presta atención al cambio de sonido y al participio pasado correcto.
Ejercicio 3: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones en pretérito imperfecto (O.V.T.) o utiliza el participio pasado del verbo fuerte cuando corresponda.
-
Ik krijg elke week feedback van mijn manager.⇒ _______________________________________________ ExampleIk kreeg elke week feedback van mijn manager.(Ik kreeg elke week feedback van mijn manager.)
-
Wij kiezen vaak duurzame kleding voor op kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleWij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.(Wij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.)
-
Hij trekt zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.⇒ _______________________________________________ ExampleHij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.(Hij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.)
-
Ik heb een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.⇒ _______________________________________________ ExampleIk had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.(Ik had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleGisteren gingen wij naar de winkel om een pak te kopen.(Gisteren gingen wij naar de winkel om een pak te kopen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVorige week deed ik een cursus over kledingadvies op het werk.(Vorige week deed ik een cursus over kledingadvies op het werk.)
¡Aplica esta gramática durante conversaciones reales!
Estos ejercicios de gramática son parte de nuestros cursos de conversación. ¡Encuentra un profesor y practica este tema durante conversaciones reales!
- Implementa el MCER, el examen DELE y las directrices de Cervantes
- Respaldado por la Universidad de Siegen
Escrito por
Este contenido ha sido diseñado y revisado por el equipo pedagógico de coLanguage. Sobre coLanguage