Sterke werkwoorden veranderen van klank in de onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord.

(Los verbos fuertes cambian de sonido en el pasado simple y en el participio pasado.)

1. ¿Qué son los sterke werkwoorden (verbos fuertes)?

  • Son verbos irregulares: no siguen el patrón de «trabajar – trabajé – trabajado».
  • Cambian la vocal en el pasado simple (O.V.T.) y muchas veces también en el participio pasado.

Ejemplos de este tema:

Infinitief O.V.T. (ik) Voltooid deelwoord Traducción
krijgenik kreeggekregenrecibir
kiezenik koosgekozenelegir
trekkenik trokgetrokkentirar / ponerse (una prenda)
vragenik vroeggevraagdpreguntar / pedir
doenik deedgedaanhacer
gaanik ginggegaanir
houdenik hieldgehoudengustar / mantener
komenik kwamgekomenvenir
denkenik dachtgedachtpensar
zeggenik zeigezegddecir

2. Dos formas importantes: O.V.T. y voltooid deelwoord

  • O.V.T. (onvoltooid verleden tijd) = pasado simple
    • Se usa con marcadores como: gisteren, vorige week, toen.
    • Ej.: Gisteren koos ik een nieuwe jas.
  • Voltooid deelwoord = participio pasado
    • Se usa con hebben o zijn para formar el perfectum.
    • Ej.: Ik heb een nieuwe jas gekozen.

3. Cómo reconocer un verbo fuerte: el cambio de vocal

La clave visual: mira la vocal.

Infinitief Presente (ik) O.V.T. (ik) Cambio de vocal
krijgenik krijgik kreegij → ee
kiezenik kiesik koosie → oo
trekkenik trekik troke → o
vragenik vraagik vroegaa → oe
doenik doeik deedoe → ee
gaanik gaik ginga → i
houdenik houdik hieldou → ie
komenik komik kwamo → a
denkenik denkik dachte → a (+ cambio en consonante)
zeggenik zegik zeie → ei

No intentes "calcular" la vocal. Memoriza el patrón visual de cada verbo.

4. Formación del voltooid deelwoord: ¿qué cambia?

Regla general de la tabla:

  • Muchos verbos fuertes siguen: ge- + raíz + -en.
Infinitief Voltooid deelwoord Patrón
krijgengekregenge + krijg + en
kiezengekozenge + kies + en
trekkengetrokkenge + trek + en
vragengevraagdge + vraag + d
doengedaanforma irregular
gaangegaanforma irregular
houdengehoudenge + houd + en
komengekomenge + kom + en
denkengedachtge + dacht
zeggengezegdge + zeg + d
  • En la mayoría:
    • Cambia la vocal como en el O.V.T. (krijg → kreeg → gekregen).
    • La forma termina en -en o -d / -t.

5. Errores típicos y cómo evitarlos

  • 1. Usar terminaciones regulares en pasado
    • *ik koopte*ik kocht.
    • *ik vraagde*ik vroeg.
  • 2. Usar el participio donde va el pasado simple
    • *Gisteren heb ik een jas gekocht.* (en el libro, para practicar O.V.T.)
    • Gisteren kocht ik een jas.
    • Consejo: si hay gisteren, vorige week, toen, piensa primero en O.V.T.
  • 3. Olvidar el verbo auxiliar con el participio
    • *Ik gekozen een jas.*Ik heb een jas gekozen.
    • *Ik gegaan naar de winkel.*Ik ben naar de winkel gegaan.

6. ¿Cuándo uso O.V.T. y cuándo el participio?

  • Usa O.V.T. (pasado simple)
    • Para contar una historia en pasado.
    • Con marcadores claros de pasado: gisteren, vorig jaar, toen, vroeger.
    • Ej.: Vorig jaar koos hij een klassieke stijl.
  • Usa el participio con hebben / zijn
    • Para hablar de una experiencia, resultado o conexión con el presente.
    • Ej.: Hij heeft een klassieke stijl gekozen.
    • En tu nivel A2, muchas veces puedes elegir: pasado simple o perfectum. Ambos son normales.

7. Mini‑pasos para interiorizar los verbos fuertes

  1. Paso 1 – Lee el trío en voz alta
    • krijgen – kreeg – gekregen
    • kiezen – koos – gekozen
    • Concéntrate en escuchar el cambio de vocal.
  2. Paso 2 – Haz una frase en O.V.T.
    • Vorige maand kreeg ik feedback.
    • Gisteren kozen we een rustige plek.
  3. Paso 3 – Transforma la frase al perfectum
    • Ik heb vorige maand feedback gekregen.
    • We hebben een rustige plek gekozen.

8. Lista de control rápida: ¿lo estoy haciendo bien?

  • ¿La frase habla claramente de pasado terminado (gisteren, vorige week, toen)?
    • Sí → ¿Uso O.V.T. (kreeg, koos, ging)?
  • ¿Estoy usando un auxiliar (hebben / zijn)?
    • Sí → ¿El verbo principal está en participio (gekregen, gekozen, gegaan)?
  • ¿La vocal del verbo cambió como en la tabla?
    • Si escribes algo con *vraagde*, *koopte*… probablemente es incorrecto.

Si respondes “sí” a estas preguntas, estás usando bien los sterke werkwoorden en pasado.

  1. Los verbos fuertes son verbos que se desvían de las reglas generales de conjugación.
  2. Los verbos fuertes cambian la vocal en el pasado simple.
  3. El participio pasado termina a menudo en '-en' o 'ge- + stam + en'.
Infinitief (Infinitivo)O.V.T. (Pretérito)Voltooid deelwoord (Participio pasado)
Krijgenkreeggekregen
Kiezenkoosgekozen
Trekkentrokgetrokken
Vragenvroeggevraagd
Doendeedgedaan
Gaanginggegaan
Houdenhieldgehouden
Komenkwamgekomen
Denkendachtgedacht
Zeggenzeigezegd

Ejercicio 1: Opción múltiple

Instrucción: Elige la respuesta correcta

1. Gisteren ___ ik in de paskamer of dit jurkje ook in een ander merk was.

Ayer ___ ik en el probador si este vestido también estaba disponible en otra marca.)

2. Vorig jaar ___ hij een heel klassieke stijl, maar nu draagt hij iets moderners naar kantoor.

El año pasado ___ hij un estilo muy clásico, pero ahora va a la oficina con algo más moderno.)

3. Ik ben blij dat je met me mee ___ naar die vintagewinkel; samen hebben we een mooie outfit gekozen.

Me alegra que hayas ___ conmigo a esa tienda vintage; juntas elegimos un conjunto bonito.)

4. Ik heb goed naar je foto’s gekeken en ik heb drie hippe outfits voor je bedacht, zoals je mij had ___.

He mirado bien tus fotos y te he propuesto tres looks modernos, como me habías ___.)

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la frase correcta con el uso adecuado de los verbos fuertes en pretérito imperfecto o participio pasado. Presta atención al cambio de sonido y al participio pasado correcto.

1.
El verbo 'kopen' es un verbo fuerte que en pretérito imperfecto es 'kocht' y cuyo participio pasado es 'gekocht'. Aquí se necesita el pretérito imperfecto porque se refiere a 'ayer'.
'Koopte' es incorrecto; el verbo 'kopen' cambia irregularmente en pasado a 'kocht', no 'koopte'.
2.
'Keesd' no es una conjugación correcta del verbo 'kiezen'.
Esta frase está repetida y marcada incorrectamente. La forma correcta es 'gekozen'; cualquier otra ortografía es errónea.

Ejercicio 3: Reescribe las frases

Instrucción: Reescribe las oraciones en pretérito imperfecto (O.V.T.) o utiliza el participio pasado del verbo fuerte cuando corresponda.

Mostrar/Ocultar traducción Mostrar/Ocultar pistas
  1. Ik krijg elke week feedback van mijn manager.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik kreeg elke week feedback van mijn manager.
    (Ik kreeg elke week feedback van mijn manager.)
  2. Wij kiezen vaak duurzame kleding voor op kantoor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.
    (Wij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.)
  3. Hij trekt zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.
    (Hij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.)
  4. Ik heb een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.
    (Ik had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.)

Ejercicio 4: Gramática en acción

Instrucción: Describe brevemente tu estilo de vestir en el pasado y compáralo con el actual.

Mostrar/Ocultar traducción
Situación
Je past outfits in een winkel en praat met een collega over kleding uit het verleden.
(Te pruebas conjuntos en una tienda y conversas con una compañera sobre ropa del pasado.)

Discutir
  • Welke kleding droeg jij tien jaar geleden en waarom vond je het mooi? (¿Qué ropa llevabas hace diez años y por qué te gustaba?)
  • Welke outfit koos je vroeger voor werk of studie, en wat is er veranderd? (¿Qué conjunto elegías antes para el trabajo o los estudios, y qué ha cambiado?)

Palabras y frases útiles
  • Vroeger hield ik van vintage kleding. (Antes me gustaba la ropa vintage.)
  • Ik heb die outfit gekozen omdat het toen in de mode was. (Elegí ese conjunto porque entonces estaba de moda.)
  • Toen ik jonger was, ging ik vaak naar de paskamer. (Cuando era más joven, iba frecuentemente al probador.)

Usar en conversación
  • onvoltooid verleden tijd sterke werkwoorden (bijv. ik koos, ik kreeg, ik ging) (pretérito imperfecto de verbos fuertes (p. ej. yo elegía, yo recibía, yo iba))
  • voltooid deelwoord sterke werkwoorden (bijv. ik heb gekozen, ik ben gegaan) (participio pasado de verbos fuertes (p. ej. yo he elegido, yo he ido))

Escrito por

Este contenido ha sido diseñado y revisado por el equipo pedagógico de coLanguage. Sobre coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Negocios e idiomas

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Última actualización:

Viernes, 06/03/2026 10:52