Sterke werkwoorden veranderen van klank in de onvoltooid verleden tijd en voltooid deelwoord.
(Los verbos fuertes cambian de sonido en el pasado simple y en el participio pasado.)
- Los verbos fuertes son verbos que se desvían de las reglas generales de conjugación.
- Los verbos fuertes cambian la vocal en el pasado simple.
- El participio pasado termina a menudo en '-en' o 'ge- + stam + en'.
| Infinitief (Infinitivo) | O.V.T. (Pretérito) | Voltooid deelwoord (Participio pasado) |
|---|---|---|
| Krijgen | kreeg | gekregen |
| Kiezen | koos | gekozen |
| Trekken | trok | getrokken |
| Vragen | vroeg | gevraagd |
| Doen | deed | gedaan |
| Gaan | ging | gegaan |
| Houden | hield | gehouden |
| Komen | kwam | gekomen |
| Denken | dacht | gedacht |
| Zeggen | zei | gezegd |
Ejercicio 1: Opción múltiple
Instrucción: Elige la respuesta correcta
1. Gisteren ___ ik in de paskamer of dit jurkje ook in een ander merk was.
Ayer ___ ik en el probador si este vestido también estaba disponible en otra marca.)2. Vorig jaar ___ hij een heel klassieke stijl, maar nu draagt hij iets moderners naar kantoor.
El año pasado ___ hij un estilo muy clásico, pero ahora va a la oficina con algo más moderno.)3. Ik ben blij dat je met me mee ___ naar die vintagewinkel; samen hebben we een mooie outfit gekozen.
Me alegra que hayas ___ conmigo a esa tienda vintage; juntas elegimos un conjunto bonito.)4. Ik heb goed naar je foto’s gekeken en ik heb drie hippe outfits voor je bedacht, zoals je mij had ___.
He mirado bien tus fotos y te he propuesto tres looks modernos, como me habías ___.)Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la frase correcta con el uso adecuado de los verbos fuertes en pretérito imperfecto o participio pasado. Presta atención al cambio de sonido y al participio pasado correcto.
Ejercicio 3: Reescribe las frases
Instrucción: Reescribe las oraciones en pretérito imperfecto (O.V.T.) o utiliza el participio pasado del verbo fuerte cuando corresponda.
-
Ik krijg elke week feedback van mijn manager.⇒ _______________________________________________ ExampleIk kreeg elke week feedback van mijn manager.(Ik kreeg elke week feedback van mijn manager.)
-
Wij kiezen vaak duurzame kleding voor op kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleWij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.(Wij kozen vaak duurzame kleding voor op kantoor.)
-
Hij trekt zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.⇒ _______________________________________________ ExampleHij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.(Hij trok zijn nette jas aan voor het sollicitatiegesprek.)
-
Ik heb een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.⇒ _______________________________________________ ExampleIk had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.(Ik had een vraag over de ruilvoorwaarden van deze broek.)
Ejercicio 4: Gramática en acción
Instrucción: Describe brevemente tu estilo de vestir en el pasado y compáralo con el actual.
- Welke kleding droeg jij tien jaar geleden en waarom vond je het mooi? (¿Qué ropa llevabas hace diez años y por qué te gustaba?)
- Welke outfit koos je vroeger voor werk of studie, en wat is er veranderd? (¿Qué conjunto elegías antes para el trabajo o los estudios, y qué ha cambiado?)
- Vroeger hield ik van vintage kleding. (Antes me gustaba la ropa vintage.)
- Ik heb die outfit gekozen omdat het toen in de mode was. (Elegí ese conjunto porque entonces estaba de moda.)
- Toen ik jonger was, ging ik vaak naar de paskamer. (Cuando era más joven, iba frecuentemente al probador.)
- onvoltooid verleden tijd sterke werkwoorden (bijv. ik koos, ik kreeg, ik ging) (pretérito imperfecto de verbos fuertes (p. ej. yo elegía, yo recibía, yo iba))
- voltooid deelwoord sterke werkwoorden (bijv. ik heb gekozen, ik ben gegaan) (participio pasado de verbos fuertes (p. ej. yo he elegido, yo he ido))