Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden

Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden


Het voltooid deelwoord eindigt bij zwakke werkwoorden op -d of -t en bij sterke werkwoorden op -en en met klankverandering.

Wanneer gebruik je de voltooide tijd?

De voltooide tijd gebruik je om te zeggen dat iets al gebeurd is of af is.

  • Vorm: hulpwerkwoord (hebben / zijn) + voltooid deelwoord
  • Voorbeeld: Ik heb vandaag thuis gewerkt.

Stap 1: Kies het hulpwerkwoord (hebben of zijn)

  • Meestal gebruik je hebben.
  • Je gebruikt vaak zijn bij:
    • beweging / verplaatsing: gaan, komen, reizen, vertrekken, aankomen
    • verandering van toestand: worden, groeien, sterven, vallen
Situatie Hulpwerkwoord Voorbeeld
Actie (meestal) hebben Wij hebben een afspraak gemaakt.
Verplaatsing zijn Mijn collega is om negen uur gekomen.
Toestandsverandering zijn De prijzen zijn snel gestegen.

Zelfcheck: Kun je er logisch “ik heb gedaan” bij denken? Dan is het waarschijnlijk hebben. Gaat het om gaan/worden? Dan vaak zijn.

Stap 2: Maak het voltooid deelwoord (zwakke werkwoorden)

Bij zwakke werkwoorden maak je het voltooid deelwoord met:

ge- + stam + -t / -d

  • werken → ge + werk + t = gewerkt
  • reizen → ge + reis + d = gereisd

Stap 3: Kies -t of -d met ’t kofschip (de klank telt)

Kijk naar de laatste letter van de stam (dus zonder -en).

  • Eindigt de stam op een letter uit ’t kofschip (t k f s ch p)? → dan -t
  • Anders → -d
Infinitief Stam In ’t kofschip? Voltooid deelwoord
werken werk k = ja gewerkt
maken maak k = ja gemaakt
reizen reis s = ja gereisd
plannen plan n = nee gepland

Veelgemaakte fout: je kiest op basis van de stam, niet op basis van de hele infinitief.

gewerkdgewerkt

geplant (van plannen) → gepland

Stap 4: Sterke en onregelmatige werkwoorden (leren als woordenschat)

Bij sterke en onregelmatige werkwoorden werkt ’t kofschip niet als regel.

  • Vaak zie je -en: komen → gekomen, kijken → gekeken
  • Vaak verandert de klinker: vinden → gevonden, helpen → geholpen
  • Soms verandert de medeklinker: brengen → gebracht, denken → gedacht
  • Helemaal apart: zijn → geweest, hebben → gehad, doen → gedaan

Tip: als je twijfelt, check het voltooid deelwoord in een woordenboek of in je eigen lijst. Dit is vooral memoriseerwerk.

Snel schema: zo controleer je je eigen zin

  1. Kies hebben of zijn (actie vs. beweging/toestand).
  2. Is het werkwoord zwak? Maak: ge- + stam + -t/-d.
  3. Kies bij zwak: eindigt de stam op t k f s ch p? → -t, anders -d.
  4. Is het werkwoord sterk/onregelmatig? Gebruik de vaste vorm (bijv. gevonden, gebracht, geweest).
  5. Check de volgorde: hulpwerkwoord staat vroeg in de zin, het voltooid deelwoord vaak aan het einde.

Mini-check met voorbeelden:

  • Ik heb het adres niet gevonden. (sterk)
  • Wij zijn met de trein naar Utrecht gereisd. (zwak + zijn door verplaatsing)
  • Jullie hebben de documenten naar de receptie gebracht. (sterk)
  1. Bij zwakke werkwoorden: ge- + stam + -d/-t.
  2. 't kofschip bepaalt of je -t of -d schrijft bij zwakke werkwoorden.
  3. Sterke werkwoorden hebben géén vaste stam en ondergaan een klinkerverandering.
CategorieInfinitiefVoltooid deelwoord
Zwak (-t)

werken

maken

gewerkt

gemaakt

Zwak (-d)

reizen

plannen

gereisd

gepland

Sterk: -en 

komen

kijken

gekomen

gekeken

Sterk: klinkerverandering

vinden

helpen

gevonden

geholpen

Sterk: medeklinkerverandering

brengen

denken

gebracht

gedacht

Onregelmatig

zijn

hebben

doen

geweest

gehad

gedaan

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. We hebben gisteren een plattegrond ___ bij het toeristenbureau.


2. Ik heb in de kerk veel foto’s ___.


3. We zijn vroeg bij het monument ___.


4. Ik heb u de beste route door het centrum ___.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin in de voltooide tijd (hebben/zijn + voltooid deelwoord).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik werk vandaag thuis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb vandaag thuis gewerkt.
  2. We reizen met de trein naar Utrecht.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We zijn met de trein naar Utrecht gereisd.
  3. Zij maakt een afspraak bij de tandarts.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Zij heeft een afspraak bij de tandarts gemaakt.
  4. Mijn collega komt om negen uur op kantoor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn collega is om negen uur op kantoor gekomen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 17:05