Leer het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden zoals 'werken' (gewerkt) en 'maken' (gemaakt) versus sterke werkwoorden zoals 'komen' (gekomen) en 'vinden' (gevonden), inclusief klank- en medeklinkerveranderingen.
  1. Bij zwakke werkwoorden: ge- + stam + -d/-t.
  2. 't kofschip bepaalt of je -t of -d schrijft bij zwakke werkwoorden.
  3. Sterke werkwoorden hebben géén vaste stam en ondergaan een klinkerverandering.
CategorieInfinitiefVoltooid deelwoord
Zwak (-t)

werken

maken

gewerkt

gemaakt

Zwak (-d)

reizen

plannen

gereisd

gepland

Sterk: -en 

komen

kijken

gekomen

gekeken

Sterk: klinkerverandering

vinden

helpen

gevonden

geholpen

Sterk: medeklinkerverandering

brengen

denken

gebracht

gedacht

Onregelmatig

zijn

hebben

doen

geweest

gehad

gedaan

Oefening 1: Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

geraadpleegd, gegaan, gebruikt, gepland, gebracht, gereisd, genomen, kerk, gemaakt

1. Brengen:
Het openbaar vervoer heeft ons naar de stad ....
(Het openbaar vervoer heeft ons naar de stad gebracht.)
2. Maken:
Ik heb een foto van de ... ....
(Ik heb een foto van de kerk gemaakt.)
3. Nemen:
We hebben een taxi ... naar het centrum.
(We hebben een taxi genomen naar het centrum.)
4. Gaan:
We zijn met de taxi snel naar het hotel ....
(We zijn met de taxi snel naar het hotel gegaan.)
5. Raadplegen:
Hij heeft de kaart ... voor info.
(Hij heeft de kaart geraadpleegd voor info.)
6. Gebruiken:
Ze hebben het openbaar vervoer ... om naar de stad te gaan..
(Ze hebben het openbaar vervoer gebruikt om naar de stad te gaan..)
7. Plannen:
Ze hebben hun reis goed ... met de plattegrond.
(Ze hebben hun reis goed gepland met de plattegrond.)
8. Reizen:
We zijn ... naar een drukke stad.
(We zijn gereisd naar een drukke stad.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elk blok de correcte zin met het voltooid deelwoord volgens de regels voor sterke en zwakke werkwoorden.

1.
Een extra d is fout; het voltooid deelwoord van 'werken' eindigt op -t.
De dubbele t is fout; het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt op één -t.
2.
Een dubbele aa komt niet voor in het voltooid deelwoord van 'gaan'.
'gedaan' is het voltooid deelwoord van 'doen', niet van 'gaan'.
3.
'gemaaktt' bevat een onjuiste dubbele t.
Het ontbreekt aan de tussenletter 'e'; dit is onvolledig en fout.
4.
'gevonden' mist een letter 'e' en is daardoor verkeerd gespeld.
Een extra t achter 'gevonden' is fout.

Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden

In deze les leer je over het voltooid deelwoord van Nederlandse werkwoorden. Dit is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse grammatica, vooral voor het vormen van de voltooide tijd. Je krijgt inzicht in het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden en hoe je hun voltooid deelwoorden correct vormt.

Wat leer je in deze les?

  • Het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in het voltooid deelwoord
  • De uitgang van het voltooid deelwoord bij zwakke werkwoorden: -d of -t
  • De kenmerken van sterke werkwoorden: klinker- en medeklinkerveranderingen
  • Een overzicht van voorbeelden per categorie werkwoord

Zwakke werkwoorden

Zwakke werkwoorden vormen hun voltooid deelwoord met de stam plus ge- aan het begin en -d of -t aan het einde. Welke uitgang je gebruikt hangt af van de laatste letter van de stam, bepaald door de regel van ' 't kofschip ''.

  • Werkwoorden waarvan de stam eindigt op een medeklinker uit 't kofschip' krijgen -t: bijvoorbeeld werken wordt gewerkt, maken wordt gemaakt.
  • Bij andere medeklinkers krijgt het voltooid deelwoord -d: bijvoorbeeld reizen wordt gereisd, plannen wordt gepland.

Sterke werkwoorden

Sterke werkwoorden hebben geen vaste stam en ondergaan veranderingen in de klinker of medeklinker in het voltooid deelwoord. Hun voltooid deelwoorden eindigen vaak op -en.

  • Klinkerverandering: bijvoorbeeld vinden wordt gevonden, helpen wordt geholpen.
  • Medeklinkerverandering: bijvoorbeeld brengen wordt gebracht, denken wordt gedacht.

Onregelmatige werkwoorden

Er zijn ook onregelmatige werkwoorden die niet volgens de algemene regels werken. Enkele voorbeelden zijn zijn (voltooid deelwoord: geweest), hebben (gehad) en doen (gedaan).

Samenvatting

Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden wordt gevormd door ge- + stam + -d of -t, afhankelijk van 't kofschip. Sterke werkwoorden veranderen vaak van klinker en eindigen op -en. Onregelmatige werkwoorden volgen hun eigen patronen.

Verschillen en nuttige uitdrukkingen

Omdat de instructietaal ook Nederlands is, worden vertalingen hier niet gegeven. Wel is het belangrijk om te weten dat in het Nederlands bepaalde werkwoorden naar klank en spelling soms moeilijk te onderscheiden zijn, daarom is het oefenen van het juiste voltooid deelwoord essentieel.

Enkele nuttige woorden en uitdrukkingen rondom deze les zijn:

  • Voltooid deelwoord: een werkwoordsvorm die vaak gebruikt wordt in perfecte tijden, zoals "Ik heb gewerkt".
  • Stam: het deel van het werkwoord zonder de uitgang -en, bijvoorbeeld "werk" van "werken".
  • 't kofschip-regel: ezelsbruggetje om te bepalen of je een -d of -t schrijft bij zwakke werkwoorden.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 28/08/2025 19:31