Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden

Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden


Het voltooid deelwoord eindigt bij zwakke werkwoorden op -d of -t en bij sterke werkwoorden op -en en met klankverandering.

Wanneer gebruik je het voltooid deelwoord?

Je gebruikt het voltooid deelwoord in de voltooide tijd (perfectum):

  • hebben/zijn + voltooid deelwoord
Voorbeeld Betekenis

Ik heb de e-mail gestuurd.

actie/handeling

Ik ben naar kantoor gegaan.

beweging/verandering van plaats

Stap 1: maak eerst de stam (voor zwakke werkwoorden)

Voor zwakke werkwoorden heb je de stam nodig.

  • Infinitief: werken → haal -en eraf → werk
  • Infinitief: reizen → haal -en eraf → reiz

Tip: de stam is de vorm die je ook gebruikt bij ik (ik werk, ik reis).

Stap 2: zwak werkwoord? Kies -t of -d met ’t kofschip

Bij zwakke werkwoorden is het patroon:

ge- + stam + -t / -d

De keuze maak je met ’t kofschip:

  • Eindigt de stam op: t, k, f, s, ch, p → dan -t
  • Anders → -d
Stam eindigt op Dan schrijf je Voorbeeld

k, f, s, ch, p, t

-t

maken → maak → gemaakt

andere letter

-d

reizen → reiz → gereisd

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Geen dubbele -t of -d aan het eind.

    Correct: gewerkt • Fout: gewerktt / gewerktd

  • ’t kofschip geldt voor de stam, niet voor de infinitief.

    reizen (infinitief eindigt op -zen) → stam reiz (eindigt op z) → gereisd

  • Let op spelling: ge + werk + t = gewerkt (met e).

    Fout: gwerkt

Sterke werkwoorden: minder regels, meer herkennen

Sterke werkwoorden maken het voltooid deelwoord meestal met:

  • ge- + (andere klank) + -en of een vaste vorm

Je ziet vaak een klinkerverandering of medeklinkerverandering.

Infinitief Voltooid deelwoord Wat verandert?

komen

gekomen

vaste vorm, eindigt vaak op -en

vinden

gevonden

i → o

denken

gedacht

nk → cht

Praktisch: bij sterke werkwoorden helpt veel lezen/horen. Leer ze per thema (werk, reizen, afspraken).

Hebben of zijn? Snelle keuzehulp

  • zijn: vaak bij beweging of verandering van situatie
  • hebben: meestal bij activiteiten en objecten (iets doen/maken)
Werkwoord Hulpwerkwoord Voorbeeld

gaan / komen

zijn

We zijn laat gekomen.

werken / maken / doen

hebben

Ik heb lang gewerkt.

Zelfcheck: in 10 seconden controleren

  1. Is het perfectum? → heb/ben + voltooid deelwoord

  2. Zwak werkwoord? → ge- + stam + -t/-d

  3. Controleer met ’t kofschip (alleen bij zwak)

  4. Sterk of onregelmatig? → vorm herkennen/leren (bijv. gegaan, gevonden, gedacht, geweest, gehad, gedaan)

  5. Geen dubbele eindletters: niet -tt, niet -dd

  1. Bij zwakke werkwoorden: ge- + stam + -d/-t.
  2. 't kofschip bepaalt of je -t of -d schrijft bij zwakke werkwoorden.
  3. Sterke werkwoorden hebben géén vaste stam en ondergaan een klinkerverandering.
CategorieInfinitiefVoltooid deelwoord
Zwak (-t)

werken

maken

gewerkt

gemaakt

Zwak (-d)

reizen

plannen

gereisd

gepland

Sterk: -en 

komen

kijken

gekomen

gekeken

Sterk: klinkerverandering

vinden

helpen

gevonden

geholpen

Sterk: medeklinkerverandering

brengen

denken

gebracht

gedacht

Onregelmatig

zijn

hebben

doen

geweest

gehad

gedaan

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Wij hebben gisteren samen de plattegrond ___ en een route door de stad gepland.


2. Ik heb vandaag al drie uur door de binnenstad ___ en veel foto’s gemaakt.


3. We zijn met de taxi naar het hotel ___ en daarna naar het oude monument gelopen.


4. De gids heeft veel interessante verhalen over de kerk ___ en oude foto’s laten zien.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elk blok de correcte zin met het voltooid deelwoord volgens de regels voor sterke en zwakke werkwoorden.

1.
De dubbele t is fout; het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt op één -t.
Een extra d is fout; het voltooid deelwoord van 'werken' eindigt op -t.
2.
'gedaan' is het voltooid deelwoord van 'doen', niet van 'gaan'.
Een dubbele aa komt niet voor in het voltooid deelwoord van 'gaan'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooide tijd (perfectum) met het juiste voltooid deelwoord.

Toon/verberg hints
  1. Ik werk vandaag tot zes uur op kantoor.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb vandaag tot zes uur op kantoor gewerkt.
  2. Wij maken elke maand een rapport voor de directeur.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij hebben elke maand een rapport voor de directeur gemaakt.
  3. Gisteren reis ik met de trein naar Rotterdam.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Gisteren heb ik met de trein naar Rotterdam gereisd.
  4. De manager plant morgen een gesprek met mij.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De manager heeft morgen een gesprek met mij gepland.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel elkaar wat jullie gisteren in de stad hebben gedaan en gezien.

Situatie
Je bezocht gisteren als toerist een Nederlandse stad met een collega.

Bespreek
  • Welke bezienswaardigheden hebben jullie bezocht en waarom?
  • Hoe zijn jullie door de stad gegaan: gelopen, met de taxi of met de plattegrond? Waarom?


Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik heb de kerk gefotografeerd.
  • We hebben een wandeling gemaakt.
  • Ik ben met de taxi gekomen.

Gebruik in gesprek
  • ik heb + voltooid deelwoord
  • ik ben + voltooid deelwoord (beweging)
  • voltooid deelwoord van sterke en zwakke werkwoorden

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 25/03/2026 03:44