Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden
In deze les leer je over het voltooid deelwoord van Nederlandse werkwoorden. Dit is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse grammatica, vooral voor het vormen van de voltooide tijd. Je krijgt inzicht in het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden en hoe je hun voltooid deelwoorden correct vormt.
Wat leer je in deze les?
- Het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in het voltooid deelwoord
- De uitgang van het voltooid deelwoord bij zwakke werkwoorden: -d of -t
- De kenmerken van sterke werkwoorden: klinker- en medeklinkerveranderingen
- Een overzicht van voorbeelden per categorie werkwoord
Zwakke werkwoorden
Zwakke werkwoorden vormen hun voltooid deelwoord met de stam plus ge- aan het begin en -d of -t aan het einde. Welke uitgang je gebruikt hangt af van de laatste letter van de stam, bepaald door de regel van ' 't kofschip ''.
- Werkwoorden waarvan de stam eindigt op een medeklinker uit 't kofschip' krijgen -t: bijvoorbeeld werken wordt gewerkt, maken wordt gemaakt.
- Bij andere medeklinkers krijgt het voltooid deelwoord -d: bijvoorbeeld reizen wordt gereisd, plannen wordt gepland.
Sterke werkwoorden
Sterke werkwoorden hebben geen vaste stam en ondergaan veranderingen in de klinker of medeklinker in het voltooid deelwoord. Hun voltooid deelwoorden eindigen vaak op -en.
- Klinkerverandering: bijvoorbeeld vinden wordt gevonden, helpen wordt geholpen.
- Medeklinkerverandering: bijvoorbeeld brengen wordt gebracht, denken wordt gedacht.
Onregelmatige werkwoorden
Er zijn ook onregelmatige werkwoorden die niet volgens de algemene regels werken. Enkele voorbeelden zijn zijn (voltooid deelwoord: geweest), hebben (gehad) en doen (gedaan).
Samenvatting
Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden wordt gevormd door ge- + stam + -d of -t, afhankelijk van 't kofschip. Sterke werkwoorden veranderen vaak van klinker en eindigen op -en. Onregelmatige werkwoorden volgen hun eigen patronen.
Verschillen en nuttige uitdrukkingen
Omdat de instructietaal ook Nederlands is, worden vertalingen hier niet gegeven. Wel is het belangrijk om te weten dat in het Nederlands bepaalde werkwoorden naar klank en spelling soms moeilijk te onderscheiden zijn, daarom is het oefenen van het juiste voltooid deelwoord essentieel.
Enkele nuttige woorden en uitdrukkingen rondom deze les zijn:
- Voltooid deelwoord: een werkwoordsvorm die vaak gebruikt wordt in perfecte tijden, zoals "Ik heb gewerkt".
- Stam: het deel van het werkwoord zonder de uitgang -en, bijvoorbeeld "werk" van "werken".
- 't kofschip-regel: ezelsbruggetje om te bepalen of je een -d of -t schrijft bij zwakke werkwoorden.