Het voltooid deelwoord eindigt bij zwakke werkwoorden op -d of -t en bij sterke werkwoorden op -en en met klankverandering.
- Bij zwakke werkwoorden: ge- + stam + -d/-t.
- 't kofschip bepaalt of je -t of -d schrijft bij zwakke werkwoorden.
- Sterke werkwoorden hebben géén vaste stam en ondergaan een klinkerverandering.
| Categorie | Infinitief | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| Zwak (-t) | werken (werken) maken (maken) | gewerkt (gewerkt) gemaakt (gemaakt) |
| Zwak (-d) | reizen (reizen) plannen (plannen) | gereisd (gereisd) gepland (gepland) |
| Sterk: -en | komen (komen) kijken (kijken) | gekomen (gekomen) gekeken (gekeken) |
| Sterk: klinkerverandering | vinden (vinden) helpen (helpen) | gevonden (gevonden) geholpen (geholpen) |
| Sterk: medeklinkerverandering | brengen (brengen) denken (denken) | gebracht (gebracht) gedacht (gedacht) |
| Onregelmatig | zijn (zijn) hebben (hebben) doen (doen) | geweest (geweest) gehad (gehad) gedaan (gedaan) |
Oefening 1: Voltooid deelwoord: sterke en zwakke werkwoorden
Instructie: Vul het juiste woord in.
geraadpleegd, gegaan, gebruikt, gepland, gebracht, gereisd, genomen, kerk, gemaakt
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elk blok de correcte zin met het voltooid deelwoord volgens de regels voor sterke en zwakke werkwoorden.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooide tijd (perfectum) met het juiste voltooid deelwoord.
-
Ik werk vandaag tot zes uur op kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleIk heb vandaag tot zes uur op kantoor gewerkt.
-
Wij maken elke maand een rapport voor de directeur.⇒ _______________________________________________ ExampleWij hebben elke maand een rapport voor de directeur gemaakt.
-
Gisteren reis ik met de trein naar Rotterdam.⇒ _______________________________________________ ExampleGisteren heb ik met de trein naar Rotterdam gereisd.
-
De manager plant morgen een gesprek met mij.⇒ _______________________________________________ ExampleDe manager heeft morgen een gesprek met mij gepland.
-
Vorige week komen mijn ouders op bezoek op mijn nieuwe werkplek.⇒ _______________________________________________ ExampleVorige week zijn mijn ouders op bezoek gekomen op mijn nieuwe werkplek.
-
Hij doet nooit zijn werk op tijd.