1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (10)

Het toerisme

Het toerisme Show

Toerisme Show

De kerk

De kerk Show

De kerk Show

Het monument

Het monument Show

Het monument Show

De plattegrond

De plattegrond Show

De plattegrond Show

Een kaart raadplegen

Een kaart raadplegen Show

Een kaart raadplegen Show

Een wandeling maken

Een wandeling maken Show

Een wandeling maken Show

Foto's maken

Foto's maken Show

Foto's maken Show

Een taxi nemen

Een taxi nemen Show

Een taxi nemen Show

Houden

Houden Show

Vasthouden Show

Staan

Staan Show

Staan Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Weekendgids: 1 dag als toerist in Utrecht

Woorden om te gebruiken: wandeling, toeristenpunt, taxi, ontdekken, foto’s, plattegrond, monument, kerk

(Weekendgids: 1 dag als toerist in Utrecht)

Heb je één dag vrij en wil je Utrecht ? Begin dan op het Stationsplein. In de hal staat een groot . Daar kun je gratis een nemen en de medewerker om tips vragen. Op de kaart zie je waar de Domtoren staat en waar je een mooie langs de gracht kunt maken.

Loop daarna via de winkels naar de oude . Onderweg kom je langs een groot op het plein. Veel mensen blijven hier even staan om te maken. Heb je geen zin om alles te voet te doen? Je kunt ook een nemen bij het station. Aan het einde van de dag heb je zo een groot deel van de stad gezien en voel je je echt toerist in eigen land.

  1. Waarom begint de schrijver de dag op het Stationsplein?

  2. Welke plekken kun je bezoeken met behulp van de plattegrond?

  3. Wat doen veel mensen bij het monument op het plein?

  4. Hoe verplaats jij je het liefst in een onbekende stad, en waarom?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. We hebben gisteren een lange wandeling door de stad ______ en veel nieuwe plekjes ontdekt.


2. Bij het toeristenbureau hebben we een plattegrond ______ en de medewerkster heeft ons de belangrijkste monumenten aangewezen.


3. We hebben foto’s van de oude kerk ______ en we hebben daarna nog een kop koffie op het plein gedronken.


4. Aan het eind van de dag hebben we een taxi ______, omdat we de hele dag in de stad hebben gestaan en we erg moe waren.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent in Amsterdam op vakantie. Je gaat naar het VVV-kantoor om tips te vragen voor leuke plekken in de buurt. Vraag naar een mooie kerk om te bezoeken en wat je daar kunt zien. (Gebruik: de kerk, informatie, toerist)

Ik wil graag  

Voorbeeld:

Ik wil graag informatie over de kerk in de buurt. Wat kan ik daar als toerist zien?

2. Je loopt met een collega door de stad in je lunchpauze. Jullie zien een groot beeld op een plein. Leg kort uit wat jij van het monument vindt. (Gebruik: het monument, mooi vinden, belangrijk)

Ik vind het monument  

Voorbeeld:

Ik vind het monument heel bijzonder, omdat het belangrijk is voor de geschiedenis van de stad.

3. Je bent voor een training in een andere stad. Na de training wil je de stad een beetje ontdekken. Je vraagt bij de receptie van je hotel om een plattegrond en advies voor een korte wandeling. (Gebruik: de plattegrond, een wandeling maken, ontdekken)

Met de plattegrond wil ik  

Voorbeeld:

Met de plattegrond wil ik een korte wandeling maken, zodat ik de stad een beetje kan ontdekken na de training.

4. Je hebt een dag vrij tijdens een zakenreis. Je wilt naar een ander deel van de stad, maar je weet niet goed waar het is. Vraag de receptionist om een taxi te bestellen en leg uit waar je ongeveer naartoe wilt. (Gebruik: een taxi nemen, het adres, de stad)

Ik wil graag  

Voorbeeld:

Ik wil graag een taxi nemen naar dit adres, want ik ken de stad nog niet zo goed.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 tot 7 zinnen over een stad die jij leuk vindt om te bezoeken. Vertel wat je daar graag doet en hoe je je in de stad verplaatst.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik ga meestal eerst naar… / Op de plattegrond zie ik dat… / Ik houd ervan om… te doen in de stad. / Meestal neem ik een… om naar het centrum te gaan.

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's. (Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's.)
  2. Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het toeristenbureau. (Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het VVV-kantoor.)
  3. Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakanties? Naar wie stuur je ze? (Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakantie? Naar wie stuur je ze?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

De vrouw neemt een taxi.

Ik heb de route op de kaart opgezocht.

Kunt u mij vertellen hoe ik bij het monument kom?

Hebt u een studenten korting?

Ik gebruik mijn telefoon om naar het museum te navigeren.

Kun je een foto van mij maken?

Ik moet een ansichtkaart naar mijn familie sturen.

...