Het voltooid deelwoord eindigt bij zwakke werkwoorden op -d of -t en bij sterke werkwoorden op -en en met klankverandering.
(Het voltooid deelwoord eindigt bij
- Bij zwakke werkwoorden: ge- + stam + -d/-t.
- 't kofschip bepaalt of je -t of -d schrijft bij zwakke werkwoorden.
- Sterke werkwoorden hebben géén vaste stam en ondergaan een klinkerverandering.
| Categorie (Categoria) | Infinitief (Infinito) | Voltooid deelwoord (Participio passato) |
|---|---|---|
| Zwak (-t) | werken maken | gewerkt gemaakt |
| Zwak (-d) | reizen plannen | gereisd gepland |
| Sterk: -en | komen kijken | gekomen gekeken |
| Sterk: klinkerverandering | vinden helpen | gevonden geholpen |
| Sterk: medeklinkerverandering | brengen denken | gebracht gedacht |
| Onregelmatig | zijn hebben doen | geweest gehad gedaan |
Esercizio 1: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la risposta corretta
1. Wij hebben gisteren samen de plattegrond ___ en een route door de stad gepland.
Ieri abbiamo guardato insieme la piantina ___ e pianificato un percorso per la città.)2. Ik heb vandaag al drie uur door de binnenstad ___ en veel foto’s gemaakt.
Oggi ho già camminato per il centro per tre ore ___ e ho fatto molte foto.)3. We zijn met de taxi naar het hotel ___ en daarna naar het oude monument gelopen.
Siamo andati in taxi all'hotel ___ e poi abbiamo fatto una passeggiata fino al vecchio monumento.)4. De gids heeft veel interessante verhalen over de kerk ___ en oude foto’s laten zien.
La guida ha raccontato molte storie interessanti sulla chiesa ___ e ha mostrato vecchie foto.)Esercizio 2: Scelta multipla
Istruzione: Scegli in ogni blocco la frase corretta con il participio passato secondo le regole per i verbi forti e deboli.
Esercizio 3: Riscrivi le frasi
Istruzione: Riformula le frasi al tempo perfetto (passato prossimo) con il participio passato corretto.
-
Ik werk vandaag tot zes uur op kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleIk heb vandaag tot zes uur op kantoor gewerkt.(Oggi ho lavorato in ufficio fino alle sei.)
-
Wij maken elke maand een rapport voor de directeur.⇒ _______________________________________________ ExampleWij hebben elke maand een rapport voor de directeur gemaakt.(Ogni mese abbiamo fatto un rapporto per il direttore.)
-
Gisteren reis ik met de trein naar Rotterdam.⇒ _______________________________________________ ExampleGisteren heb ik met de trein naar Rotterdam gereisd.(Ieri ho viaggiato in treno fino a Rotterdam.)
-
De manager plant morgen een gesprek met mij.⇒ _______________________________________________ ExampleDe manager heeft morgen een gesprek met mij gepland.(Il manager ha programmato un colloquio con me per domani.)
Esercizio 4: La grammatica in azione
Istruzione: Raccontatevi cosa avete fatto e visto ieri in città.
- Welke bezienswaardigheden hebben jullie bezocht en waarom? (Quali luoghi di interesse avete visitato e perché?)
- Hoe zijn jullie door de stad gegaan: gelopen, met de taxi of met de plattegrond? Waarom? (Come vi siete spostati in città: a piedi, in taxi o con la mappa? Perché?)
- Ik heb de kerk gefotografeerd. (Ho fotografato la chiesa.)
- We hebben een wandeling gemaakt. (Abbiamo fatto una passeggiata.)
- Ik ben met de taxi gekomen. (Sono arrivato/a in taxi.)
- ik heb + voltooid deelwoord (io ho + participio passato)
- ik ben + voltooid deelwoord (beweging) (io sono + participio passato (movimento))
- voltooid deelwoord van sterke en zwakke werkwoorden (participio passato dei verbi forti e deboli)