Een 'voorzetselgroep' geeft extra informatie zoals plaats of richting: op straat, bij de bakker, in de klas.

Twee werkwoorden: waar zet je de voorzetselgroep?

In veel zinnen heb je twee werkwoorden, bijvoorbeeld in de voltooide tijd:

  • persoonsvorm: heeft / heb / zijn / ben
  • tweede werkwoord: gegeten / opgehaald / bekeken (meestal achteraan)

Een voorzetselgroep begint met een voorzetsel: in, op, bij, naar, met, voor, na…

De basisvolgorde (houvast)

Plek Wat staat daar? Voorbeeld
1 Onderwerp Piet
2 Persoonsvorm heeft
3 (Tijd) / lijdend voorwerp een banaan
4 Tweede werkwoord gegeten
5 Voorzetselgroep op het werk

Let op: de voorzetselgroep kan ook vóór het tweede werkwoord staan. Dat is precies waar je mee oefent.

De twee correcte posities (met hetzelfde voorbeeld)

Je hebt dus vaak twee logische plaatsen voor de voorzetselgroep:

Positie Voorbeeldzin Effect
1) Vóór het tweede werkwoord Ik heb bij de receptie mijn pasje opgehaald. De plaats/tijd klinkt iets meer als extra info.
2) Ná het tweede werkwoord Ik heb mijn pasje opgehaald bij de receptie. Neutraal en heel gebruikelijk in gesprekken.

In beide zinnen blijft de betekenis hetzelfde. Het gaat vooral om ritme en focus.

Wat mag je níét uit elkaar trekken?

Bij twee werkwoorden is dit een goede check:

  • Het lijdend voorwerp staat meestal vóór het tweede werkwoord.
  • Zet de voorzetselgroep niet tussen het lijdend voorwerp en het tweede werkwoord als je oefent met deze regel.

Voorbeeld:

  • Goed: We hebben in de vergaderruimte de presentatie bekeken.
  • Goed: We hebben de presentatie bekeken in de vergaderruimte.
  • Fout (voor deze oefening): We hebben de presentatie in de vergaderruimte bekeken.

Zo herken je snel een voorzetselgroep

  • Begint met in / op / bij / naar / met / voor / na.
  • Antwoordt vaak op: waar? (bij de balie), wanneer? (in de ochtend), waarheen? (naar het station).

Mini-stappenplan (zelfcheck)

  1. Zoek de persoonsvorm (heeft/heb/is/ben).
  2. Zoek het tweede werkwoord (opgehaald, gepland, gerepareerd…).
  3. Zoek de voorzetselgroep (bij de receptie, in de ochtend, op maandag…).
  4. Zet de voorzetselgroep naar de andere plek:
    • óf vóór het tweede werkwoord,
    • óf het tweede werkwoord.
  5. Verander niets anders. (Zelfde woorden, dezelfde tijd, dezelfde volgorde van de rest.)

Wat moet je vooral onthouden?

  • Bij twee werkwoorden staat het tweede werkwoord meestal achteraan.
  • De voorzetselgroep kan vóór of na het tweede werkwoord.
  • Gebruik de zelfcheck: persoonsvormtweede werkwoordvoorzetselgroep verplaatsen.
  1. Soms staat er een tweede werkwoord in de zin. Dit werkwoord staat meestal achteraan in de zin.
  2. Een voorzetselgroep is een zinsdeel dat begint met een voorzetsel.
  3. Een voorzetselgroep kan voor of na het tweede werkwoord staan.
PlaatsVoorbeeldToelichting
1e plaatsPietOnderwerp
2e plaatsheeftPersoonsvorm
3e plaatseen banaanLijdend voorwerp
4e plaatsgegeten2e werkwoord
5e plaatsop het werk.Voorzetselgroep

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Ik heb mijn paspoort ____ laten zien.


2. De stewardess heeft de veiligheidsgordel ____ gecontroleerd.


3. We moeten ____ de borden naar de gate goed volgen.


4. Je kunt online inchecken ____ .


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen: zet de voorzetselgroep (bijv. in het ziekenhuis, op kantoor) op de andere plek (voor of na het tweede werkwoord) en verander verder niets.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. De huisarts heeft in de ochtend een afspraak gepland.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De huisarts heeft een afspraak gepland in de ochtend.
  2. Ik heb bij de receptie mijn pasje opgehaald.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb mijn pasje opgehaald bij de receptie.
  3. We hebben in de vergaderruimte de presentatie bekeken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We hebben de presentatie bekeken in de vergaderruimte.
  4. De monteur heeft op maandag de verwarming gerepareerd.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De monteur heeft de verwarming gerepareerd op maandag.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 01/05/2026 18:05