1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (17)

De hemel

De hemel Show

De hemel Show

De maan

De maan Show

De maan Show

De planeet

De planeet Show

De planeet Show

De sterren

De sterren Show

De sterren Show

De ruimte

De ruimte Show

De ruimte Show

De wereld

De wereld Show

De wereld Show

De wereldkaart

De wereldkaart Show

De wereldkaart Show

De oceaan

De oceaan Show

De oceaan Show

Het noorden

Het noorden Show

Het noorden Show

Het oosten

Het oosten Show

Het oosten Show

Het zuiden

Het zuiden Show

Het zuiden Show

Het westen

Het westen Show

Het westen Show

Prettig

Prettig Show

Prettig Show

Onaangenaam

Onaangenaam Show

Onaangenaam Show

Bestaan

Bestaan Show

Bestaan Show

Observeren

Observeren Show

Observeren Show

Tonen

Tonen Show

Tonen Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Weekendje kamperen op de Veluwe

Woorden om te gebruiken: maan, noorden, zuiden, elkaar, westen, wereldkaart, observeren, oosten, sterren, hemel

(Weekendje kamperen op de Veluwe)

In een folder van een camping op de Veluwe lees je:

“Op onze natuurcamping kampeer je midden in het bos. ’s Avonds is de donker en zie je goed de en veel . Overdag kun je wandelen en fietsen. Bij de receptie krijg je een eenvoudige van het park. Daarop staan paden naar het , het , het en het . Met deze kaart of met je GPS kun je samen met je familie of vrienden makkelijk de route vinden en helpen. Veel gasten lopen achter elkaar naar een uitkijkpunt. Daar kun je dieren en foto’s maken. Zo geniet je van de rust en van elkaars gezelschap.”

  1. Waarom is de camping prettig voor mensen die van natuur houden?

  2. Wat kun je overdag doen op deze camping? Noem twee activiteiten.

  3. Hoe helpt de kaart of GPS jou op de camping?

  4. Met wie zou jij graag gaan kamperen en waarom?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Volgend jaar tijdens onze fietsvakantie in Drenthe ____ de route op de GPS misschien soms een beetje veranderen als we een zandpad nemen.


2. Op de kaart van Nederland ____ de gids ons straks precies tonen waar de mooiste campings aan de oceaan liggen.


3. Gisteravond bij het kampvuur ____ we elkaar terwijl we naar de maan en de sterren aan de hemel keken.


4. Morgen op de camping ____ we elkaars tenten bekijken en samen op de wereldkaart zoeken waar in het noorden we volgend jaar willen kamperen.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je staat op een camping op de Veluwe. Je praat met de campingreceptie over leuke activiteiten in de natuur in de avond. Vraag naar iets dat je ’s avonds kunt zien aan de hemel. (Gebruik: De hemel, De sterren, wandelen in het donker)

Ik wil graag  

Voorbeeld:

Ik wil graag weten wat ik ’s avonds aan de hemel kan zien. Zijn de sterren hier goed te zien als we een stuk gaan wandelen?

2. Je bent met vrienden op een camping aan zee. ’s Avonds lopen jullie over het strand en iemand vraagt jou om de richting te wijzen op de wereldkaart op zijn telefoon. Leg kort uit waar het noorden is. (Gebruik: Het noorden, De wereldkaart, links/rechts)

Op de wereldkaart  

Voorbeeld:

Op de wereldkaart is het noorden bovenaan. Op het strand is het noorden hier, aan die kant, als je naar de duinen kijkt.

3. Je plant een korte kampeervakantie met collega’s. Jullie willen graag naar een rustige regio met bossen in Nederland. Zeg welke regio jij prettig vindt en waarom. (Gebruik: Prettig, De natuur, rustig)

Ik vind het prettig  

Voorbeeld:

Ik vind het prettig om op een kleine camping in de natuur te staan. Het is rustig en ik hoor ’s avonds alleen de vogels en de wind.

4. Je rijdt met de auto naar een camping in Drenthe. Je collega zit naast je en kijkt op de GPS. Hij denkt dat je verkeerd rijdt. Leg rustig uit dat je de route op de GPS observeert en dat alles goed is. (Gebruik: Observeren, De route, De kaart/GPS)

Ik observeer nu  

Voorbeeld:

Ik observeer nu de route op de GPS en op de kaart. We zitten nog goed, over vijf minuten moeten we pas naar rechts.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een camping of natuurvakantie die jij zou willen doen: waar is het, wat doe je daar en met wie je gaat.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik wil graag kamperen in … omdat … / Overdag wil ik … en ’s avonds … / Ik ga samen met … omdat … / Voor de route gebruik ik … (kaart of GPS).

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf de activiteiten die op de camping plaatsvinden en wat je moet doen. (Beschrijf de activiteiten die op de camping plaatsvinden en wat je daarvoor moet doen.)
  2. Zeg wat je meestal zoekt bij het kiezen van een kampeerplek. (Zeg wat je meestal zoekt bij het kiezen van een kampeerplek.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ik bekijk de kaart om een wandelroute te kiezen.

Ze zijn de tent en de slaapzakken aan het klaarmaken.

De gps helpt ons de juiste richting te vinden.

Deze camping ligt naast de oceaan, je kunt zelfs de golven horen vanuit de tent.

Ze zijn sterren aan het bekijken.

Ze leggen een deken op het gras om te ontspannen bij de tent.

...