Leer hoe je samen op de camping een plek kiest, de weg vindt met GPS, en praat over kampeergebieden met woorden als elkaars, kaart en GPS. Oefen handige uitdrukkingen voor samenwerken en navigeren.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (17) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De hemel
De hemel
2
Prettig
Prettig
3
Tonen
Tonen
4
Het zuiden
Het zuiden
5
Het noorden
Het noorden
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Volgende week _____ we elkaars tent opzetten bij het nieuwe kampeerterrein.
2. We gaan _____ spullen goed bekijken voordat we vertrekken.
3. Gisteren _____ ik de sterren terwijl mijn vriend ze jou terug toonde.
4. We zullen _____ helpen met het lezen van de wereldkaart om het zuiden te vinden.
Oefening 4: Op de camping met vrienden
Instructie:
Werkwoordschema's
Veranderen - Veranderen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal veranderen
- jij zult veranderen
- hij/zij/het zal veranderen
- wij zullen veranderen
- jullie zullen veranderen
- zij zullen veranderen
Tonen - Tonen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal tonen
- jij zult tonen
- hij/zij/het zal tonen
- wij zullen tonen
- jullie zullen tonen
- zij zullen tonen
Observeren - Observeren
Onvoltooid verleden tijd
- ik observeerde
- jij observeerde
- hij/zij/het observeerde
- wij observeerden
- jullie observeerden
- zij observeerden
Kunnen - Kunnen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal kunnen
- jij zult kunnen
- hij/zij/het zal kunnen
- wij zullen kunnen
- jullie zullen kunnen
- zij zullen kunnen
Oefening 5: Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)
Toon vertaling Toon antwoordenelkaars, elkaar
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.19.2 Grammatica
Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)
Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Veranderen veranderen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal veranderen | (ik) zal veranderen |
(jij) zal veranderen / zul veranderen | (jij) zal veranderen / zul veranderen |
(hij/zij/het) zal veranderen | (hij/zij/het) zal veranderen |
(wij) zullen veranderen | (wij) zullen veranderen |
(jullie) zullen veranderen | (jullie) zullen veranderen |
(zij) zullen veranderen | (zij) zullen veranderen |
Tonen tonen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal tonen | (ik) zal tonen |
(jij) zal tonen / zult tonen | (jij) zal tonen / zult tonen |
(hij/zij/het) zal tonen | (hij/zij/het) zal tonen |
(wij) zullen tonen | (wij) zullen tonen |
(jullie) zullen tonen | (jullie) zullen tonen |
(zij) zullen tonen | (zij) zullen tonen |
Observeren observeren Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) observeerde | (ik) observeerde |
(jij) observeerde/observeerde | (jij) observeerde/observeerde |
(hij/zij/het) observeerde | (hij/zij/het) observeerde |
(wij) observeerden | (wij) observeerden |
(jullie) observeerden | (jullie) observeerden |
(zij) observeerden | (zij) observeerden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Overzicht van de les "Op de camping"
In deze les leer je hoe je je onder andere in kampeersituaties in het Nederlands kunt uitdrukken. De focus ligt op het gebruik van het wederkerig voornaamwoord elkaar en het bezittelijk wederkerig voornaamwoord elkaars, waarmee je over gezamenlijke handelingen en bezittingen spreekt. Deze les is geschikt voor niveau A2 en helpt je om gesprekken te voeren over het kiezen van een campingplek, het vragen om de weg met behulp van GPS en het praten over populaire kampeergebieden in Nederland.
Belangrijke grammatica: het wederkerig voornaamwoord "elkaar" en "elkaars"
Elkaar gebruik je om aan te geven dat mensen iets gezamenlijk doen, bijvoorbeeld: We zullen elkaar helpen. Het drukt dus wederkerige handelingen uit.
Elkaars gebruik je om te verwijzen naar iets wat toebehoort aan de ander in de relatie, zoals: We gebruiken elkaars kaarten.
Woordenschat en zinnen rondom kamperen
- Campingplek: een plek waar je je tent opzet.
- Speeltuin: handig in de buurt voor kinderen.
- Sanitair: toilet- en douchegebouw op de camping.
- Wandelen: activiteit in het bos of de natuur.
- GPS: hulpmiddel om de weg te vinden en elkaars locatie te volgen.
Praktische situaties in gesprekken
Een plek kiezen op de camping
Vragen om de weg met GPS
Je oefent het vragen en geven van aanwijzingen hoe je van de parkeerplaats naar de receptie loopt of het wandelpad vindt. Denk aan de zinnen: Kunnen we elkaars locatie volgen? en Laten we elkaar bellen als we elkaar kwijtraken.
Praten over populaire campinggebieden
Je bespreekt ervaringen in bekende kampeergebieden in Nederland, zoals de Veluwe en Limburg. Voorbeelden van zinnen zijn: Elkaars tent stond daar vlakbij het water. en We wisselen daar tips uit tijdens het kamperen.
Veelvoorkomende werkwoorden en tijden
In de tekst en oefeningen komt vooral de onvoltooid toekomende tijd (futurum) voor, bijvoorbeeld we zullen veranderen, ik zal kunnen, en ook de onvoltooid verleden tijd (imperfectum) zoals observeerde.
Verschillen en tips tussen instructietaal en het Nederlands
Omdat de instructietaal en het te leren Nederlands gelijk zijn, vind je hier geen vertalingen, maar een aandachtspunt. In het Nederlands wordt vaak het wederkerig voornaamwoord elkaar en de bezittelijke vorm elkaars gebruikt om wederkerigheid of gedeelde bezittingen uit te drukken. Dit is een specifiek kenmerk dat in het Nederlands veel voorkomt en waar je in sommige andere talen minder gebruik van ziet. Je leert bijvoorbeeld zinnen als We helpen elkaar en We gebruiken elkaars spullen. Dit maakt gesprekken over samenwerking en relaties duidelijk en natuurlijk.
Enkele handige woorden en uitdrukkingen om te oefenen zijn:
- elkaar helpen
- elkaars plek
- elkaars kaart gebruiken
- de route plannen
- de GPS bedienen