Woord | Vertaling |
---|---|
Het pensioen / De pensioenregels. | Het pensioen / De pensioenregels. |
De AOW / Het basispensioen | De AOW / Het basispensioen |
Sparen | Sparen |
De werkgever / Het pensioen via de werkgever. | De werkgever / Het pensioen via de werkgever. |
Aandelen / beleggen | Aandelen / beleggen |
De pensioen kunnen niet omhoog. | De pensioen kunnen niet omhoog. |
Wisselen van baan. | Wisselen van baan. |
Overlijden | Overlijden |
De regels gaan in. | De regels gaan in. |
Heeft onze generatie nog een pensioen? En hoeveel is dat dan?
1. | Er komen nieuwe regels voor uw pensioen. |
2. | Iedereen krijgt nu een basispensioen, de AOW. |
3. | Daarnaast sparen mensen via hun werkgever voor hun pensioen en beleggen dat geld. |
4. | Het is nu niet duidelijk hoeveel mensen bijdragen aan hun pensioen. |
5. | Het is ook niet eerlijk dat pensioenen niet omhoog mogen als het goed gaat met de economie. |
6. | Mensen hebben vaak geen vaste baan meer. |
7. | Soms stoppen ze met werken, of beginnen ze een eigen bedrijf. |
8. | U krijgt een pensioen zolang u leeft, net als uw partner. |
9. | De nieuwe regels maken duidelijk hoeveel pensioen u kunt krijgen en passen zich aan aan de economie. |
10. | Dit zorgt ervoor dat het pensioen betaalbaar blijft op de lange termijn. |
11. | Mensen zullen tot hun 69ste moeten blijven werken. |
12. | Het is daarom goed om zelf ook te sparen voor extra inkomen. |
Oefening 1: Discussievragen
Instructie: Bespreek de vragen nadat je naar de audio hebt geluisterd of de tekst hebt gelezen.
- Wat zijn de twee pensioentypes?
- Fout/waar: het pensioen is een constant bedrag.
- Welke leeftijd wil jij op pensioen?
- Spaar jij voor je pensioen?
Wat zijn de twee pensioentypes?
Fout/waar: het pensioen is een constant bedrag.
Welke leeftijd wil jij op pensioen?
Spaar jij voor je pensioen?
Oefening 2: Oefening in context
Instructie: Bekijk de video. Wat zou jij doen om vervroegd op pensioen te gaan? En wil je dat wel? Hoe vul je je tijd?