Achter de schermen van het leven van een arts
Achter de schermen van het leven van een arts

Achter de schermen van het leven van een arts

Kulisy z życia lekarza


W Polsce prywatna opieka zdrowotna jest bardzo popularna. W 2024 roku 64% Polaków skorzystało z prywatnej wizyty u lekarza.
In Polen is particuliere gezondheidszorg erg populair. In 2024 heeft 64% van de Polen gebruikgemaakt van een privéarts.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Rano ochtend
Wieczór avond
Przed południem voormiddag
Po południu namiddag
Jak wygląda mój dzień? (Hoe ziet mijn dag eruit?)
Zaczynam od porannej kawy i przede wszystkim od kalendarza. (Ik begin met mijn ochtendkoffie en vooral met mijn agenda.)
Sprawdzam, jakie mam operacje, jakie spotkania i co robię od rana do wieczora. (Ik kijk welke operaties en afspraken ik heb en wat ik van 's ochtends tot 's avonds doe.)
Generalnie przed południem operuję, a w południe i po południu przyjmuję pacjentów. (Gewoonlijk opereer ik in de voormiddag, en 's middags en in de namiddag ontvang ik patiënten.)
A wieczorem mam chwilę dla siebie: książka, gazeta, czasem jakiś dobry film albo trochę muzyki. (En 's avonds heb ik even tijd voor mezelf: een boek, een krant, soms een goede film of wat muziek.)

1. Co robi na początku dnia?

(Wat doet hij aan het begin van de dag?)

2. Co robi przed południem?

(Wat doet hij in de voormiddag?)

3. Kiedy przyjmuje pacjentów?

(Wanneer ontvangt hij patiënten?)

4. Co robi wieczorem?

(Wat doet hij 's avonds?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Lekarz i profesor: jak wygląda jego dzień?

De dokter en de professor: hoe ziet zijn dag eruit?
1. Recepcjonista: Dzień dobry, Luxmed, słucham. (Goedendag, Luxmed, u spreekt met de receptie.)
2. Andżcelika: Dzień dobry. Chciałabym umówić się do lekarza. Jestem bardzo przeziębiona i potrzebuję zwolnienia. (Goedendag. Ik wil graag een afspraak bij de dokter maken. Ik ben erg verkouden en heb een doktersverklaring nodig.)
3. Recepcjonista: Rozumiem. Już sprawdzam wolne terminy. Woli pani rano czy wieczorem? (Ik begrijp het. Ik kijk meteen welke tijden beschikbaar zijn. Heeft u liever 's ochtends of 's avonds?)
4. Andżcelika: Najlepiej przed południem. (Bij voorkeur vóór de middag.)
5. Recepcjonista: Mamy wolny termin o 11:00. Pasuje pani? (We hebben een vrije afspraak om 11:00. Komt dat u uit?)
6. Andżcelika: Tak, idealnie. (Ja, dat is perfect.)
7. Recepcjonista: Dobrze, zapisuję panią na 11:00. Jak się pani nazywa? (Goed, ik zet u in voor 11:00. Hoe heet u?)
8. Andżcelika: Andżelika Górzyńska. (Andżelika Górzyńska.)
9. Recepcjonista: Dziękuję. Do zobaczenia. (Dank u wel. Tot ziens.)
10. Andżcelika: Do widzenia. (Tot ziens.)

1. Na którą godzinę jest umówiona wizyta?

(Voor hoe laat is de afspraak gepland?)

2. Kiedy Andżelika woli iść do lekarza?

(Wanneer gaat Andżelika het liefst naar de dokter?)