1. Language immersion

2. Vocabulary (11)

De aarde

De aarde Show

The soil Show

De bloem

De bloem Show

The flower Show

Het blad

Het blad Show

The leaf Show

De boom

De boom Show

The tree Show

De plant

De plant Show

The plant Show

Het zaad

Het zaad Show

The seed Show

De steen

De steen Show

The stone Show

De tuinman

De tuinman Show

The gardener Show

Zaaien

Zaaien Show

To sow Show

Sproeien

Sproeien Show

To spray / to water (spray) Show

De planten water geven

De planten water geven Show

To water the plants Show

4. Exercises

Exercise 1: Rédiger de la correspondance

Instruction: Write a reply to the following message appropriate to the situation

WhatsApp: You get a WhatsApp message from your colleague who is going on holiday and asks you to take care of her houseplants; reply to the message and reassure her with three short questions.


Hoi [naam],

Volgende week ben ik twee weken op vakantie. Kun jij op kantoor mijn planten water geven?

Ik heb één grote plant bij het raam en twee kleine bloemen op mijn bureau. De grote plant heeft twee keer per week water nodig. De kleine bloemen één keer per week.

Zet de grote plant niet in de volle zon. De aarde moet een beetje droog zijn. Als je wilt, kan ik je morgen alles laten zien.

Groetjes,
Anna


Hi [name],

Next week I'm on vacation for two weeks. Can you water my plants at the office?

I have one large plant by the window and two small flowers on my desk. The large plant needs water twice a week. The small flowers need water once a week.

Don't put the large plant in direct sunlight. The soil should be a little dry. If you want, I can show you everything tomorrow.

Cheers,
Anna


Understand the text:

  1. Welke planten heeft Anna op kantoor en waar staan ze?

    (Which plants does Anna have at the office and where are they located?)

  2. Hoe vaak moet de student de grote plant en de kleine bloemen water geven?

    (How often should the student water the large plant and the small flowers?)

Useful phrases:

  1. Hoi Anna, bedankt voor je bericht.

    (Hi Anna, thanks for your message.)

  2. Ik kan je planten water geven.

    (I can water your plants.)

  3. Kun je nog zeggen … ?

    (Could you also tell me …?)

Hoi Anna,

Ja, ik kan jouw planten water geven. Ik ben elke week op kantoor.

Ik heb nog een paar vragen: op welke dagen geef ik de grote plant water? En welke dag is goed voor de bloemen? Moet ik ook de bladeren schoonmaken, of is dat niet nodig?

Laat het morgen even zien, dan is alles duidelijk.

Groetjes,
[je naam]

Hi Anna,

Yes, I can water your plants. I'm in the office every week.

I have a few questions: on which days should I water the large plant? And which day is best for the flowers? Should I also wipe the leaves, or is that not necessary?

Show me tomorrow so everything is clear.

Cheers,
[your name]

Exercise 2: Match a word

Instruction: Match each beginning with its correct ending.

Ik geef elke maandag de planten water op kantoor. (I water the plants at the office every Monday.)
Wij zijn de bloemen aan het sproeien in de tuin. (We are watering the flowers in the garden.)
De tuinman is het zaad aan het zaaien in de aarde. (The gardener is sowing the seeds in the soil.)
Deze plant staat niet graag in de volle zon bij het raam. (This plant does not like being in direct sunlight by the window.)

Exercise 3: Multiple Choice

Instruction: Choose the correct solution

1. Ik ___ zaad in de tuin aan het zaaien, want ik wil in de lente bloemen.

(Ik ___ zaad in de tuin aan het zaaien, want ik wil in de lente bloemen.)

2. Mijn collega ___ de kamerplanten water aan het geven op kantoor.

(Mijn collega ___ de kamerplanten water aan het geven op kantoor.)

3. In het weekend ___ wij nieuwe bloemen in de achtertuin aan het zaaien.

(In het weekend ___ wij nieuwe bloemen in de achtertuin aan het zaaien.)

4. Bij het tuincentrum ___ zij de planten buiten aan het sproeien.

(Bij het tuincentrum ___ zij de planten buiten aan het sproeien.)

Exercise 4: Dialogue Cards

Instruction: Select a situation and practice the conversation with your teacher or fellow students.

Exercise 5: Respond to the situation

Instruction: Practice in pairs or with your teacher.

1. Je bent op kantoor. Jij wilt graag een plant in jouw kamer, maar je hebt weinig tijd. Je collega vraagt: “Wat voor plant wil jij?” Antwoord. (Gebruik: De plant, weinig water, op kantoor)

(You are at the office. You would like a plant in your room, but you have little time. A colleague asks: “What kind of plant do you want?” Answer. (Use: De plant, weinig water, op kantoor))

Ik wil graag  

(I would like ...)

Example:

Ik wil graag een plant die weinig water nodig heeft op kantoor.

(I would like a plant that needs little water for the office.)

2. Je woont in een appartement in Nederland met een klein balkon. Een buurvrouw vraagt: “Wat heb jij op het balkon?” Vertel iets. (Gebruik: De bloem, de pot, in de zon)

(You live in an apartment in the Netherlands with a small balcony. A neighbor asks: “What do you have on the balcony?” Say something. (Use: De bloem, de pot, in de zon))

Op mijn balkon  

(On my balcony ...)

Example:

Op mijn balkon heb ik bloemen in een pot in de zon.

(On my balcony I have flowers in a pot in the sun.)

3. Je bent in het tuincentrum. Je zoekt iets groots voor in de tuin van jouw huurhuis. Een medewerker vraagt: “Waar zoekt u naar?” Antwoord. (Gebruik: De boom, de tuin, niet te groot)

(You are in the garden center. You are looking for something large for the garden of your rental house. An employee asks: “What are you looking for?” Answer. (Use: De boom, de tuin, niet te groot))

Ik zoek  

(I am looking for ...)

Example:

Ik zoek een boom voor in de tuin die niet te groot is.

(I am looking for a tree for the garden that isn’t too big.)

4. Je gaat een week op vakantie. Je stuurt een appje naar een vriend in Nederland. Vraag of hij jouw planten goed verzorgt. (Gebruik: De planten water geven, elke dag, bedankt)

(You are going on vacation for a week. You send a message to a friend in the Netherlands. Ask if they will take good care of your plants. (Use: De planten water geven, elke dag, bedankt))

Kun jij alsjeblieft  

(Could you please ...)

Example:

Kun jij alsjeblieft mijn planten water geven, elke dag een beetje? Heel erg bedankt.

(Could you please water my plants a little every day? Thanks so much.)

Exercise 6: Writing exercise

Instruction: Write 4 or 5 sentences about your own plants at home or at the office and how you care for them.

Useful expressions:

Ik heb een plant op mijn bureau / balkon / in de tuin. / Ik geef mijn planten … keer per week water. / Mijn plant staat in de zon / in de schaduw / op een lichte plek. / Ik wil meer leren over kamerplanten en tuinplanten.

Oefening 7: Conversation exercise

Instructie:

  1. Zeg wat je in de tuin kunt zien. (Say what you can see in the garden.)
  2. Beschrijf je eigen of je ideale tuin. (Describe your own or your ideal garden.)

Teaching guidelines +/- 10 minutes

Example phrases:

Er zijn paarse bloemen in de tuin.

There are purple flowers in the garden.

Er is een grote oude boom.

There is a big old tree.

Ik heb gele en roze bloemen in mijn tuin.

I have yellow and pink flowers in my garden.

Ik heb een schommel in mijn tuin voor mijn kinderen.

I have a swing in my garden for my children.

Ik heb geen cactussen in mijn tuin.

I don't have cactuses in my garden.

Ik water mijn planten elke 3 dagen.

I water my plants every 3 days.

...